Runderen

Gezondheidsveranderingen bij runderen herkennen en vastleggen

Een zwartwit rund staat op stro in een stal, terwijl een vrouw ernaast met een potlood in een open notitieboek kijkt.

Praktische gids

Gezondheidsveranderingen bij runderen herkennen en vastleggen

Merk je dat een rund anders loopt, minder eet of zich afzijdig houdt? Kijk rustig wat er verandert, noteer bij welk dier je het ziet en sinds wanneer. Vergelijk het dier met zijn gebruikelijke gedrag, zonder zelf een diagnose te stellen. Komt een rund niet overeind, ademt het duidelijk moeizaam of gaat het snel achteruit, bel dan direct de dierenarts. De gids over melkvee van de KNMvD beschrijft zichtbare veranderingen in beweging, ademhaling, gedrag en voeropname; die gids is geschreven voor de beoordeling vóór transport, niet als diagnosehandleiding.

Een zwartwit rund staat op stro in een stal, terwijl een vrouw ernaast met een potlood in een open notitieboek kijkt.
Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Gedrag, beweging, eetlust en contact in de kudde observeren
  3. Datum, betrokken runderen en verloop van veranderingen vastleggen
  4. Hygiëne en advies over afzondering bij mogelijke besmetting
  5. Waarnemingen en diergegevens voor de dierenarts verzamelen
  6. Gidsen over specifieke aandoeningen en verzorging vinden

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Een koe herkennen bij volgende controles

Koeherkenningsband met Klittenband, Geel, 10 Stuks

Koeherkenningsband met Klittenband, Geel, 10 Stuks

Met een beschrijfbaar pootbandje kun je een opvallende koe tijdens volgende controlerondes gemakkelijker herkennen.

Let op bij je keuze Controleer of het bandje goed past en noteer welke korte code bij de ID code van het dier hoort.

Gedrag, beweging, eetlust en contact in de kudde observeren

Kies een vast moment om de runderen te bekijken en controleer vaker wanneer daar aanleiding voor is. Kijk eerst naar de groep: welke dieren komen naar het voer, herkauwen of blijven juist achter? Let daarna bij een opvallend dier op opstaan, lopen, houding, reactie op de omgeving en ademhaling. Schrijf bij eten en drinken alleen op wat je daadwerkelijk hebt gezien. Bekijk de beschreven observatiepunten voor melkvee.

Een verschil met de rest van de groep is nuttig om op te merken, maar het eigen patroon van het dier telt ook. ‘Stond bij de vorige ronde vooraan bij het voer, nu niet’ vertelt meer dan ‘lijkt ziek’.

Datum, betrokken runderen en verloop van veranderingen vastleggen

Gebruik voor ieder opvallend rund een eigen kaart. Noteer bij volgende controles een nieuw tijdstip en laat eerdere waarnemingen staan. De ID code van het rund en het UBN van de dierlocatie helpen om dier en plaats eenduidig aan te wijzen; RVO gebruikt deze gegevens bij de registratie van runderen.

Observatiekaart per rund
Veld Wat noteer je?
Dier en plaats ID code, UBN indien beschikbaar, stal of weide en groep
Datum en tijd Eerste waarneming en tijdstip van deze controle
Gedrag Reactie op de omgeving en contact met de groep
Beweging en ademhaling Wat je ziet bij opstaan, lopen, houding en ademen
Voer en water Wat je hebt zien eten of drinken, of ‘niet gezien’
Andere veranderingen Bijvoorbeeld opvallende mest, ogen, neus, huid of uier
Verloop en contact Verschil met de vorige controle, tijdstip van contact met de dierenarts en afgesproken vervolg

Zie je bij meer dieren veranderingen? Maak ook een kort groepsoverzicht: welke groep heb je bekeken, hoeveel dieren vielen op en kwamen er later dieren bij? De checklist van Royal GD over diarree bij melkkoeien laat zien waarom verloop, betrokken groepen en bijkomende verschijnselen nuttige gespreksgegevens zijn.

Hygiëne en advies over afzondering bij mogelijke besmetting

Dezelfde verschijnselen bij meerdere runderen bewijzen niet dat er een infectie is. Beperk bij een mogelijke besmetting onnodig contact tussen groepen, gebruik waar mogelijk apart materiaal en schoeisel en was je handen na contact. Vraag de dierenarts of en hoe je een dier moet afzonderen. Deze voorzorgen sluiten aan bij de hygiënemaatregelen die Royal GD bij salmonellose beschrijft; ze zijn geen vervanging voor advies over jouw situatie.

Bij sommige dierziekten moet ook een vermoeden worden gemeld. Vermoed je een meldingsplichtige ziekte, raadpleeg dan de actuele meldinformatie van de NVWA. Voor een vereiste melding noemt de NVWA het Landelijk meldpunt dierziekten: 045 – 546 31 88. Overleg met de eigen dierenarts vervangt een vereiste melding niet.

Waarnemingen en diergegevens voor de dierenarts verzamelen

Bel bij ernstige verschijnselen eerst; je hoeft de kaart niet af te maken voordat je belt. Houd bij het gesprek bij de hand:

  • de locatie, groep en ID codes van de betrokken runderen;
  • het tijdstip waarop je de verandering voor het eerst zag en wat daarna veranderde;
  • concrete waarnemingen over gedrag, lopen, ademhaling, eten, drinken en andere zichtbare veranderingen;
  • het aantal bekeken dieren en het aantal dieren dat opvalt;
  • beschikbare gegevens over recente aanvoer, veranderingen in voer of water en al uitgevoerde handelingen.

Zeg ook welke informatie je niet hebt. Zo wordt ‘ik heb het dier niet zien drinken’ niet per ongeluk ‘het dier drinkt niet’. De gespreksvragen van Royal GD behandelen onder meer het verloop, betrokken diergroepen, rantsoenveranderingen en eerdere handelingen.

Gidsen over specifieke aandoeningen en verzorging vinden

Gebruik informatie over een afzonderlijk onderwerp om gerichter waar te nemen of een gesprek voor te bereiden, niet om uit één verschijnsel zelf een ziekte vast te stellen:

Bespreek het welzijn van het dier en passende vervolgstappen met de dierenarts. Een gids of verzorgingsproduct vervangt die beoordeling niet.