Schrikdraadapparaten

Keuzeadvies

Schrikdraadapparaten op lichtnet, batterij of met een zonnepaneel voorzien je afrastering van stroompulsen. Er zijn uitvoeringen voor een vaste stroomaansluiting én voor weides waar geen stopcontact in de buurt is.

Alle producten in Schrikdraadapparaten

Een schrikdraadapparaat kies je voor de plek én voor de afrastering die het moet voeden. Kijk eerst welke stroomvoorziening je kunt gebruiken. Breng daarna de route, geleiders, begroeiing en dieren in beeld voordat je modellen vergelijkt.

De kilometergetallen bij de apparaten helpen om uitvoeringen te onderscheiden, maar zijn geen garantie voor de lengte die je op jouw terrein kunt aansluiten. AKO licht toe welke omstandigheden de haalbare lengte beïnvloeden.

Netstroom, batterij of zonnepaneel?

In het huidige aanbod kun je vier netstroommodellen met de aanduidingen 12, 50, 80 en 160 km vergelijken, naast een 9 V batterijmodel van 10 km en solar uitvoeringen van 6 en 20 km. Begin met de voeding die op de gekozen plek uitvoerbaar is; kies niet automatisch het hoogste kilometergetal.

Voeding als eerste keuze
Uitvoering Wanneer verder bekijken? Wat vraagt aandacht?
Netstroom Bij een vaste plek met een geschikte stroomaansluiting. De plaats van het apparaat ten opzichte van de afrastering.
9 V batterij Als er op die plek geen stopcontact is en je met een losse batterij wilt werken. Een passende batterij afzonderlijk kopen en de voeding blijven controleren.
Zonnepaneel Als je zonder lichtnet via een paneel wilt laden. De laadindicatie, de plek van het paneel en zo nodig extra laden.

Het batterijmodel vraagt volgens leverancier Hofman Animal Care een afzonderlijk aan te schaffen 9 V alkalinebatterij. Bij beide solar uitvoeringen wordt een adapter voor extra laden genoemd. Een knipperend rood lampje geeft aan wanneer de accu moet worden opgeladen. De uitvoering van 6 km heeft een paneel van 5 W; leid uit het hogere kilometergetal van de uitvoering van 20 km geen paneelvermogen of gebruiksduur af.

Welke afrastering moet het apparaat voeden?

Teken de route, doorgangen en afzonderlijke stukken afrastering. Noteer per stuk het aantal rijen en of je draad, koord of lint gebruikt. Schrijf elektrische netten apart op met hun aantal en uitvoering: een net is niet één losse rij draad. Neem ook begroeiing die de geleider kan raken en de dieren die je wilt binnenhouden of weren mee. PATURA beschrijft deze keuzecriteria; voor netten kan een fabrikant een afzonderlijk maximum opgeven.

Voor je materiaallijst tel je de lengte van iedere geplande rij. Twee volledige rijen langs een route van 120 meter vragen 240 meter geleider. Komt er over 60 meter een derde rij bij, dan wordt dat 300 meter, exclusief extra materiaal voor verbindingen en doorgangen. Gebruik die som niet als het kilometergetal dat je apparaat moet halen: voor de apparaatselectie gaat het om het afrasteringstraject en de opbouw daarvan, niet simpelweg om alle geleiders bij elkaar op te tellen. PATURA maakt dat onderscheid bij de afrasteringslengte.

Welke productgegevens vergelijk je daarna?

Leg voor elk apparaat dezelfde schets naast de specificaties. Zoek, als die duidelijk is opgegeven, de maximaal afgegeven energie in joule en de spanning onder belasting op. Afgegeven energie is niet hetzelfde als laadenergie; een waarde zonder aangesloten afrastering vertelt niet hoe het apparaat onder belasting reageert. AKO verklaart deze productgegevens.

Lees ook de voorwaarden bij een lengtecijfer. Begroeiing, bodemomstandigheden, geleiders, verbindingen, isolatoren en aarding beïnvloeden wat in de praktijk haalbaar is. De geraadpleegde leverancierspagina’s voor het netstroommodel van 12 km en het batterijmodel van 10 km maken niet ondubbelzinnig duidelijk welke genoemde joulewaarde de maximale afgegeven energie is. Vergelijk zulke waarden dus niet rechtstreeks zonder een eenduidige technische specificatie.

Wat heb je naast het apparaat nodig?

Een apparaat alleen is geen complete afrastering. Maak op basis van je schets een lijst van de geleiders of geplande netten, palen, passende isolatoren, doorgangen, verbindingen en de benodigde aarding. Kies onderdelen voor de geleider en aansluiting die je werkelijk gebruikt. Een meegeleverde aardkabel, zoals genoemd bij het batterijmodel, is niet op zichzelf een complete aarding. Volg voor de aanleg de handleiding van het gekozen systeem.

Bekijk voor het batterijmodel batterijen en stroomvoorziening en zoek bij onderdelen en accessoires naar wat bij je opstelling past. Controleer na aanleg met een geschikte schrikdraadtester op meerdere plekken, niet alleen bij het apparaat. Kijk bij een afwijkende meting naar begroeiing, beschadigde geleiders, verbindingen, isolatoren en de voeding. Schakel het apparaat uit voordat je aansluitingen losmaakt of aan de afrastering werkt, en meet na herstel opnieuw. AKO begint zijn storingsaanpak met meten en uitschakelen vóór het losmaken van aansluitingen.

Vervang je een bestaand apparaat of breid je een wei uit? Controleer eerst de huidige lijn en zet nieuwe rijen, doorgangen of trajecten op je schets. Zo vergelijk je apparaten voor de opstelling die er straks staat, zonder een probleem in de bestaande afrastering met alleen een hoger kilometergetal te willen oplossen.