Paarden

Koliek bij paarden: wat valt op en wanneer bel je de dierenarts?

Een bruin paard staat op stro in een stal en kijkt naar zijn flank, terwijl een verzorger vanaf de deuropening toekijkt.

Praktische gids

Koliek bij paarden: wat valt op en wanneer bel je de dierenarts?

Vermoed je koliek bij je paard? Bel meteen je eigen paardendierenarts. Koliek betekent buikpijn, maar vertelt je niet wat de oorzaak is. De dierenarts beoordeelt de situatie en bepaalt of vervoer verantwoord is. Het Universitair Dierenziekenhuis beschouwt koliek als een spoedgeval.

Een bruin paard staat op stro in een stal en kijkt naar zijn flank, terwijl een verzorger vanaf de deuropening toekijkt.
Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Welke veranderingen in gedrag en eetlust vallen op?
  3. Tijdsverloop, gedrag, voer, mest en eerdere informatie noteren
  4. Wanneer bel je de paardendierenarts en hoe bespreek je veilig wachten?
  5. Dagelijkse gegevens over gedrag, voer en water bijhouden

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Je hoeft de oorzaak niet te kennen voordat je belt. Vertel wat je ziet en wanneer je voor het eerst iets afwijkends opmerkte. De noodkaart hieronder helpt je de rest tijdens het gesprek door te geven.

Welke veranderingen in gedrag en eetlust vallen op?

Let op gedrag dat anders is dan je van je paard gewend bent. Naar de buik kijken of trappen, schrapen, zweten, rollen en herhaaldelijk gaan liggen en opstaan kunnen bij buikpijn voorkomen. Minder eten kan ook opvallen. Een paard met pijn kan juist stiller zijn of minder aandacht voor zijn omgeving hebben. Dit zijn waarnemingen om door te geven, geen bewijs voor een bepaalde oorzaak. Het LICG beschrijft zichtbare pijnsignalen bij paarden.

Beschrijf ook het verloop: blijft het gedrag gelijk, wordt het opvallender of is je paard tussendoor rustiger? Wacht niet tot je meerdere signalen ziet voordat je belt.

Tijdsverloop, gedrag, voer, mest en eerdere informatie noteren

Bel eerst; vul de noodkaart aan terwijl je spreekt. Zeg het als je iets niet hebt gezien of een tijdstip niet weet. Waarnemingen van mest en veranderende klachten, en informatie over voer, medicijnen en eerdere gezondheidsproblemen kunnen de dierenarts helpen bij het gesprek. Dat sluit aan bij de observatiepunten van de veterinaire faculteit van UC Davis.

Noodkaart voor het gesprek met de paardendierenarts
Onderwerp Wat geef je door?
Contact en locatie Je naam, terugbelnummer en waar het paard staat.
Begin en verloop Wanneer je de verandering voor het eerst zag en wat er daarna veranderde.
Gedrag Wat je paard nu doet en wat je eerder zag, bijvoorbeeld schrapen, liggen, rollen of zweten.
Voer en water Of je het paard hebt zien eten of drinken en of er recent iets veranderde in het voeren.
Mest Wanneer je voor het laatst mest hebt gezien en of daarbij iets opviel. Zeg het als je dit niet weet.
Eerdere informatie Vergelijkbare klachten, bekende gezondheidsproblemen en medicijnen die het paard krijgt.

Wanneer bel je de paardendierenarts en hoe bespreek je veilig wachten?

Bel zodra je koliek vermoedt, ook als de verschijnselen beperkt lijken. Begin bij je eigen paardendierenarts of de dienstdoende paardendierenarts. Laat die beoordelen hoe dringend hulp nodig is en of het paard vervoerd kan worden. Ga niet zelf alvast met het paard naar een kliniek. Dit volgt de spoedroute van het Universitair Dierenziekenhuis.

Vraag wat je tot de beoordeling met voer en water doet, hoe je het paard veilig in de gaten houdt en bij welke verandering je opnieuw moet bellen. Kom bij heftig of onvoorspelbaar gedrag niet dichtbij om nog gegevens te verzamelen; vertel wat je op afstand kunt zien. Geef geen middelen op eigen initiatief, maar volg de aanwijzingen van je dierenarts. De veterinaire faculteit van UC Davis benadrukt eveneens eerst bellen en specifieke aanwijzingen opvolgen.

Dagelijkse gegevens over gedrag, voer en water bijhouden

Bij de gewone verzorging kun je kort noteren hoe je paard zich gedraagt en eet, of de drinkplek beschikbaar is, of je het hebt zien drinken en wat je aan mest hebt gezien. Noteer ook veranderingen in voer of routine. Schrijf liever ‘niet gezien’ dan ‘niet gedronken’ als je het niet zeker weet. Het LICG legt uit waarom het gebruikelijke gedrag kennen helpt om veranderingen op te merken en wijst op de beschikbaarheid van water.

Zo’n overzicht is een geheugensteun voor het gesprek met de dierenarts, geen manier om koliek vast te stellen of te voorkomen. Bewaar het nummer van je paardendierenarts en de spoeddienst waar andere verzorgers het kunnen vinden.