Runderen

Ketose bij melkkoeien: waarnemingen rond afkalven

Zwartbonte melkkoe staat in een lichte stal met haar kop bij voer in een voerbak.

Praktische gids

Ketose bij melkkoeien: waarnemingen rond afkalven

Eet een melkkoe rond het afkalven minder dan je gewend bent? Kijk hoe het met haar gaat, noteer de verandering en neem contact op met de dierenarts. Ketose kan in de vroege melkproductie optreden wanneer de energieopname achterblijft bij de behoefte. Aan minder eten alleen kun je niet zien of dat bij deze koe speelt. Royal GD beschrijft de veranderingen na afkalven; het MSD Veterinary Manual beschrijft ketose en de mogelijke verschijnselen.

Zwartbonte melkkoe staat in een lichte stal met haar kop bij voer in een voerbak.
Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Waarnemingen in de periode rond afkalven
  3. Veranderingen in voeropname en andere waarnemingen noteren
  4. Voer en bedrijfsmanagement bespreken met de voedingsadviseur
  5. Dierenarts inschakelen voor beoordeling en vervolgstappen
  6. Voorbereiding evalueren en praktische afkalfplanning raadplegen

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Een eenvoudig observatieblad helpt je om feiten, beschikbare bedrijfsgegevens en vragen voor de dierenarts en voedingsadviseur bij elkaar te houden.

Waarnemingen in de periode rond afkalven

Na het afkalven begint de melkproductie. Tegelijk kan de koe van groep en rantsoen wisselen, terwijl haar energieopname niet altijd aansluit bij de vraag voor de melkproductie. Volg daarom niet alleen de afkalfdag, maar ook hoe de koe daarna opstart. Leg de verwachte en de werkelijke afkalfdatum vast. Zo kan de dierenarts een verandering in de tijd plaatsen. Royal GD licht deze overgang toe.

Wacht niet uitsluitend op opvallende ziekteverschijnselen: een verhoogde hoeveelheid ketonlichamen kan ook zonder duidelijke klachten voorkomen. Een gewone observatie stelt dat niet vast. Lees de veterinaire toelichting over zichtbare en minder zichtbare gevallen.

Veranderingen in voeropname en andere waarnemingen noteren

Kijk naar wat deze koe doet en vergelijk dat met wat je van haar gewend bent. Komt ze naar het voer, laat ze iets liggen, oogt ze minder actief of wijkt de melkgift af? Minder voeropname, sloomheid en een lagere melkgift kunnen bij ketose voorkomen, maar geven geen uitsluitsel over de oorzaak. Het MSD Veterinary Manual beschrijft deze verschijnselen en de beoordeling ervan.

Observatieblad voor het gesprek

Noteer per koe wat je weet; laat onbekende gegevens open.
Onderdeel Wat noteer je?
Koe en afkalven Identificatienummer, verwachte en werkelijke afkalfdatum en bijzonderheden die je zelf hebt waargenomen.
Voer Datum en tijdstip, aangeboden voer, of de koe aan het voer komt en wat zichtbaar blijft liggen. Schrijf erbij of je de individuele koe hebt gezien of alleen gegevens van de groep hebt.
Gedrag en uiterlijk Concrete verschillen met eerder, zoals minder activiteit of ander herkauwgedrag, zonder er een oorzaak aan toe te kennen.
Melk Beschikbare melkgiftgegevens, de datum en waar de gegevens vandaan komen.
Overleg Met wie je wanneer sprak, welke observaties zijn afgesproken en wie terugkoppelt.

Schrijf een nieuwe waarneming op een nieuwe regel met datum en tijdstip. Zo blijft zichtbaar wat er veranderde en wat op dat moment al bekend was.

Kan verminderde voeropname alleen ketose bewijzen?

Nee. De verschijnselen zijn niet specifiek voor ketose en andere aandoeningen rond het afkalven kunnen tegelijk voorkomen. Laat de dierenarts beoordelen wat er aan de hand kan zijn en of onderzoek nodig is. De veterinaire toelichting beschrijft waarom een bredere beoordeling nodig is.

Voer en bedrijfsmanagement bespreken met de voedingsadviseur

Neem het actuele rantsoen voor droge en pas afgekalfde koeien mee naar het gesprek. Verzamel ook de data van voerwisselingen, groepswisselingen en beschikbare gegevens over aangeboden voer en resten. Maak duidelijk welke gegevens over de hele groep gaan: voerresten aan een gezamenlijk voerhek zeggen niet vanzelf hoeveel één koe heeft gegeten.

Bespreek of koeien goed bij het voer kunnen en of je verschillen ziet in voerselectie of opname. Royal GD noemt concurrentie, menging en selectie aan het voerhek als mogelijke aandachtspunten bij het beoordelen van verschillen tussen droge koeien. De voedingsadviseur kan bepalen welke gegevens op jouw bedrijf verder nodig zijn. Bekijk de toelichting van Royal GD op de Droogstandscheck.

Dierenarts inschakelen voor beoordeling en vervolgstappen

Bel de dierenarts als een koe duidelijk minder eet, opvallend sloom is of als haar toestand je zorgen baart. Kan ze niet opstaan, bel dan direct. Wacht niet tot het observatieblad compleet is: vertel wanneer je de verandering voor het eerst zag en wat je sindsdien hebt opgemerkt. Een koe die niet kan opstaan, kan verschillende problemen hebben en heeft tijdige beoordeling nodig. Het MSD Veterinary Manual beschrijft de risico’s van blijven liggen.

De dierenarts beoordeelt welke controles en vervolgstappen passend zijn. Vraag welke veranderingen je moet terugmelden en leg die afspraak vast. Voor vragen over meerdere pas afgekalfde koeien kunnen gegevens over de groep en het rantsoen eveneens van belang zijn; bespreek de interpretatie daarvan met de dierenarts en voedingsadviseur. Royal GD licht toe welke bedrijfsgegevens bij professionele beoordeling worden betrokken.

Voorbereiding evalueren en praktische afkalfplanning raadplegen

Kijk na het overleg terug: was duidelijk wie de koe observeerde, waar de gegevens stonden en wie contact opnam? Neem die afspraken op in de praktische afkalfplanning voor de volgende koe, samen met de bereikbaarheid van de dierenarts en een vaste plek voor notities.

Houd de planning voor de afkalfplek en materialen apart van de beoordeling van een koe die mogelijk ziek is. Een checklist kan helpen bij de voorbereiding; bij veranderingen in haar gezondheid is het gesprek met de dierenarts leidend.