Geiten

Blauwtong bij geiten: signalen vastleggen en de dierenarts raadplegen

Een lichtbruine geit staat op stro naast een houten schuilhok, terwijl een persoon met een leeg notitieboek naar haar kijkt.

Praktische gids

Blauwtong bij geiten: signalen vastleggen en de dierenarts raadplegen

Vermoed je blauwtong bij een geit? Bel je dierenarts en vertel wat je ziet. In Nederland moet een houder een vermoeden ook direct bij de NVWA melden. Wacht niet tot je alle waarnemingen hebt opgeschreven: je notities helpen bij het gesprek, maar zijn geen voorwaarde om hulp in te schakelen. Bekijk de meldprocedure en het advies van de NVWA.

Een lichtbruine geit staat op stro naast een houten schuilhok, terwijl een persoon met een leeg notitieboek naar haar kijkt.
Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Officiële uitbraakberichten en maatregelen voor jouw regio controleren
  3. Waarneembare veranderingen bij geiten vastleggen zonder zelf een diagnose te stellen
  4. Welke gegevens geef je door zodat de dierenarts de urgentie kan beoordelen?
  5. Preventie afstemmen op actuele officiële en veterinaire adviezen
  6. Observaties en contactgegevens inpassen in de dagelijkse groepsroutine

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Controles zichtbaar markeren

Merkstift Groen, Draaibaar – Raidex

Merkstift Groen, Draaibaar – Raidex

Met deze groene merkstift kun je tijdens een controleronde zichtbaar maken welke dieren je al hebt bekeken.

Let op bij je keuze Gebruik de markering als geheugensteun en noteer waarnemingen bij de identificatie van de juiste geit.

Officiële uitbraakberichten en maatregelen voor jouw regio controleren

Begin voor de Nederlandse situatie bij de blauwtongpagina van de NVWA. Daar vind je de route naar informatie over ziekteverschijnselen en melden. De Rijksoverheid beschrijft de landelijke aanpak. Noteer bij een bericht de datum, het gebied waarop het betrekking heeft en wanneer je het zelf hebt bekeken. Houd je dieren buiten Nederland, raadpleeg dan de bevoegde instantie in het land waar de dieren staan.

Controleer wat een kaart precies laat zien. De NVWA kaart per gemeente voor 2024 toont besmettingen die in dat jaar zijn vastgesteld. Ze vertelt je niet welke maatregelen nu op jouw locatie gelden. Wil je dieren naar een andere lidstaat verplaatsen? Raadpleeg dan de actuele NVWA informatie over verplaatsingen en vraag zo nodig welke voorwaarden voor jouw situatie gelden.

Waarneembare veranderingen bij geiten vastleggen zonder zelf een diagnose te stellen

Let op wat anders is dan je van de geit gewend bent: eet ze minder, ligt ze veel, kwijlt ze, is haar kop of zijn haar lippen gezwollen, of loopt ze kreupel? Bij melkgeiten zijn ook ooguitvloeiing, neusuitvloeiing en een daling van de melkproductie beschreven. Verschijnselen bij geiten kunnen weinig opvallend zijn. Een blauwe tong is niet nodig om een vermoeden serieus te nemen; die wordt volgens de NVWA vooral bij ernstig zieke dieren gezien. Deze signalen stellen op zichzelf geen diagnose. Bekijk de mogelijke verschijnselen bij de NVWA en het onderzoek van Royal GD bij geiten.

Schrijf op wat je daadwerkelijk ziet en wanneer het begon. Bijvoorbeeld: ‘Sinds vanochtend blijft deze geit achter bij het voeren; haar linkerlip lijkt gezwollen.’ Beschrijf ook wat er daarna verandert. Eet een dier niet meer of ligt het opvallend veel? Bel de dierenarts dan zonder eerst je notities af te maken. De NVWA noemt dit mogelijke ziekteverschijnselen.

Welke gegevens geef je door zodat de dierenarts de urgentie kan beoordelen?

Vertel eerst wat nu het meest opvalt. Noem daarna de identificatie van de geit, de locatie van de groep, het tijdstip waarop je de verandering voor het eerst zag en of je bij andere dieren iets soortgelijks ziet. Heb je zelf een temperatuur of een verandering in melkproductie vastgelegd, geef dan de waarde met het tijdstip door. De dierenarts bepaalt welke beoordeling en vervolgstappen nodig zijn. Bij een vermoeden van blauwtong vraagt de NVWA om ook de dierenarts in te schakelen.

Voor houders in Nederland geldt daarnaast een meldplicht bij een vermoeden. Gebruik de actuele meldroute voor blauwtong. De NVWA vermeldt ook het Landelijk meldpunt dierziekten op 045 546 31 88. Noteer na het contact met wie je sprak en wat is afgesproken.

Observatiekaart voor het gesprek

Je kunt deze kaart kopiëren of afdrukken. Vul in wat je weet; laat onbekende gegevens open.

Waarnemingen per geit en contactmomenten
Onderdeel Jouw notitie
Geit en locatie Identificatie: ________ Groep of verblijf: ________
Begin en verloop Voor het eerst gezien op: ________ Tijd: ________ Verandering sindsdien: ________
Gedrag en voeropname Wat wijkt af van normaal? ________
Kop, bek, ogen, neus en lopen Wat zie je precies? ________
Overige gegevens, indien bekend Gemeten waarde of melkproductie, met tijdstip: ________
Andere dieren Welke dieren vertonen ook een verandering? ________
Dierenarts Gebeld op: ________ Afgesproken vervolgstap: ________
Officiële informatie en melding Pagina of instantie: ________ Geraadpleegd op: ________ Gemeld op: ________

Preventie afstemmen op actuele officiële en veterinaire adviezen

Het blauwtongvirus wordt overgedragen door besmette knutten, niet door rechtstreeks contact tussen geiten. Bespreek met je dierenarts welke preventieve keuzes voor jouw geiten passend zijn. Ga niet uit van de geschiktheid van een insectenmiddel of vaccin zonder dat voor geiten en de actuele situatie te laten beoordelen. De NVWA legt uit hoe besmetting plaatsvindt; de Rijksoverheid beschrijft de landelijke aanpak.

Bij een vermoeden adviseert de NVWA om mogelijk besmette dieren apart te houden en geen dieren van of naar het bedrijf te verplaatsen. Stem de uitvoering af met de dierenarts en controleer vóór een voorgenomen verplaatsing de informatie die op dat moment geldt. Lees het advies van de NVWA bij een vermoeden.

Observaties en contactgegevens inpassen in de dagelijkse groepsroutine

Kies een vast moment waarop je de groep toch al ziet. Vergelijk de dieren met hun gebruikelijke gedrag en schrijf een opvallende verandering bij de juiste geit op. Zorg dat degene die de volgende verzorgingsronde doet de notitie kan vinden.

  • Vooraf: houd dieridentificaties en het nummer van je dierenarts bij de hand.
  • Bij een verandering: noteer dier, tijdstip en waarneming. Bel bij een vermoeden meteen; de kaart kan later worden aangevuld.
  • Na het contact: leg vast wat is afgesproken en welke officiële informatie je op welke datum hebt geraadpleegd.