Geiten

CAE bij geiten: wat bespreek je met de dierenarts over besmetting?

Een lichtbruine geit staat op stro in een stal. Achter het hek kijkt een vrouw naar de geit met een gesloten notitieboek in haar handen.

Praktische gids

CAE bij geiten: wat bespreek je met de dierenarts over besmetting?

Maak je je zorgen over CAE bij een geit? Noteer welke dieren contact hadden, wat je hebt gezien en welke onderzoeksuitslagen beschikbaar zijn. Bespreek met de dierenarts wat die gegevens betekenen en of onderzoek nodig is. Een geit kan besmet zijn zonder zichtbaar ziek te zijn. Royal GD legt uit waarom besmetting onopgemerkt kan blijven.

Een lichtbruine geit staat op stro in een stal. Achter het hek kijkt een vrouw naar de geit met een gesloten notitieboek in haar handen.
Inhoudsopgave
  1. Wat betekent CAE bij geiten?
  2. Herkomst, eerdere uitslagen en contacten in de groep
  3. Welke veranderingen bespreek je met de dierenarts?
  4. Vragen over onderzoek en preventie bij CAE
  5. Officiële eisen bij aankoop of verplaatsing van geiten

Handig voor het gesprek: het identificatienummer van de geit, haar herkomst, de data van contacten met andere dieren, eerdere uitslagen en een korte beschrijving van veranderingen. Schrijf onbekende gegevens ook als onbekend op.

Wat betekent CAE bij geiten?

CAE staat voor caprine arthritis encephalitis. Het is een langdurige virusinfectie bij geiten. De aandoening kan onder meer gewrichten, uier en zenuwstelsel aantasten, maar niet iedere besmette geit krijgt zichtbare klachten. Je kunt CAE dus niet op het uiterlijk vaststellen. De Wereldorganisatie voor Diergezondheid beschrijft de infectie.

Besmetting kan onder meer plaatsvinden wanneer een lam besmette biest of melk drinkt. Ook contact tussen dieren is relevant. Bespreek daarom met de dierenarts welke contacten in jouw groep meetellen; uit één mogelijk contact volgt nog geen conclusie over een individueel dier. Royal GD beschrijft de besmettingsroutes.

Herkomst, eerdere uitslagen en contacten in de groep

Een uitslag van één dier, een verklaring over een koppel en een ontbrekende uitslag zijn verschillende soorten informatie. Vraag bij een genoemde CAE status op welke groep, organisatie en datum die betrekking heeft. Royal GD heeft een programma voor certificering van geitenbedrijven; de herkomst van een verklaring is dus belangrijk voor de beoordeling. Lees de toelichting van Royal GD op certificering en aanvoer.

Gesprekschecklist over dier en groep
Onderwerp Wat noteer je? Wat vraag je de dierenarts?
Herkomst Identificatienummer, vorige houder en eerdere verblijfplaatsen, voor zover bekend. Welke herkomstgegevens ontbreken voor een goede beoordeling?
Eerder onderzoek Een kopie van de uitslag, datum, onderzochte dieren en eventuele verklaring over de groep. Waarop hebben deze documenten precies betrekking?
Contacten Wanneer de geit bij andere geiten of schapen verbleef, ook tijdens tijdelijk verblijf. Welke contacten zijn relevant, en welke informatie is nog nodig?
Biest en melk Bij een lam: van welk dier het biest of melk kreeg, als je dat weet. Maakt dit verschil voor de beoordeling van het lam of de groep?

Vraag bij een voorgenomen aankoop om de beschikbare documenten en bespreek die vóór samenvoeging met je eigen geiten. De dierenarts kan ook beoordelen of contacten met schapen van belang zijn. Royal GD bespreekt ook contact tussen geiten en schapen.

Welke veranderingen bespreek je met de dierenarts?

Vertel het als een geit anders loopt of opstaat, dikke gewrichten heeft, afvalt of minder melk geeft. Meld bij een lam ook wankel lopen of toenemende zwakte. Noteer sinds wanneer je dit ziet en of er meer dieren zijn veranderd. Zulke waarnemingen helpen bij het gesprek, maar bewijzen geen CAE: ook andere oorzaken zijn mogelijk. Het veterinair handboek van Merck beschrijft verschijnselen en andere mogelijke oorzaken.

Kan een dier niet opstaan of gaat het snel achteruit? Bel direct de dierenarts in plaats van op een gepland gesprek over CAE te wachten. Het LICG adviseert een dierenarts te waarschuwen als je vermoedt dat een geit ziek is.

Kan ik op zicht vaststellen of een geit CAE heeft?

Nee. Een besmette geit kan er gezond uitzien, terwijl bijvoorbeeld kreupelheid ook een andere oorzaak kan hebben. Laat de dierenarts het dier en de voorgeschiedenis beoordelen. Merck licht toe waarom verschijnselen alleen geen uitsluitsel geven.

Vragen over onderzoek en preventie bij CAE

Royal GD biedt bloedonderzoek naar antistoffen tegen CAE aan en verwijst houders daarvoor naar hun dierenarts. Een negatieve antistoffenuitslag sluit besmetting niet in elke situatie uit: het moment waarop antistoffen aantoonbaar worden, kan verschillen. Vraag daarom wat een uitslag betekent gezien de contactgeschiedenis en het moment van onderzoek. Bekijk welk onderzoek Royal GD aanbiedt en lees de toelichting van Merck op uitslagen.

  • Gaat de vraag over de klachten van dit dier, een mogelijk besmettingscontact of de hele groep?
  • Welke eerdere uitslagen en data van contacten zijn nodig?
  • Wat kan onderzoek nu wel en niet duidelijk maken? Wanneer bespreken we de situatie opnieuw?
  • Welke contacten en gedeelde materialen zijn relevant zolang er onzekerheid is?
  • Wie moeten we informeren als onderzoek daar aanleiding toe geeft?

Laat de dierenarts adviseren over passende vervolgstappen voor jouw groep. Deze checklist is geen schema voor zelf testen of dieren apart houden.

Officiële eisen bij aankoop of verplaatsing van geiten

In Nederland heb je voor de verblijfplaats van geiten een Uniek Bedrijfsnummer nodig, ook als je ze als hobby houdt. Controleer bij verplaatsing de identificatie. Aanvoer en afvoer meld je binnen zeven kalenderdagen in het identificatie en registratiesysteem; tijdens het vervoer moet een vervoersdocument aanwezig zijn. Dit zijn registratie en vervoerseisen, geen bewijs dat een geit vrij is van CAE. Lees de actuele uitleg van RVO over het locatienummer, identificatie en meldingen en het vervoersdocument.

Gaat een geit naar een ander EU land, ook als hobbydier? Volgens de NVWA is daarvoor een diergezondheidscertificaat nodig. Controleer ruim vóór de reis de eisen voor de bestemming en bespreek de gezondheidsgegevens met de dierenarts. Bij aanvoer uit het buitenland gelden eveneens aanvullende stappen; kijk daarvoor bij de NVWA en RVO.