Konijnenren veilig afrasteren tegen ontsnappen en roofdieren
Praktische gids
Konijnenren veilig afrasteren tegen ontsnappen en roofdieren
Een konijnenren veilig afrasteren betekent de hele afsluiting beoordelen: kunnen je konijnen ergens uit, en kunnen andere dieren ergens in? Kijk daarom niet alleen naar de wanden, maar ook naar de bodem, bovenkant, aansluitingen en deur. Een tijdelijke ren op gras is niet vanzelf geschikt als vast buitenverblijf. Lees het huisvestingsadvies van het LICG.

Inhoudsopgave
- Begeleide uitloop of vast buitenverblijf: welke roofdieren zijn er?
- Randen, hoeken, deur, bodem en bovenkant: waar kan een konijn ontsnappen?
- Maasopening, materiaal en bevestiging afstemmen op je konijnen
- Toegang, schoonmaak en slijtage dagelijks controleren
- Drinkwater en winterzorg voor konijnen in een buitenren
Begeleide uitloop of vast buitenverblijf: welke roofdieren zijn er?
Een losse ren op gras of aarde gebruik je alleen terwijl je toezicht houdt: konijnen kunnen onder het hek door graven. Voor een vast buitenverblijf moet de afsluiting ook deugen als je er niet naast staat. Daarbij horen een nachthok en voldoende losloopruimte; een hek alleen vormt geen volledig buitenverblijf. Bron: LICG.
Kijk welke dieren de plek kunnen bereiken. Denk aan je eigen hond of kat en, afhankelijk van de omgeving, aan vossen, marterachtigen en roofvogels. Beoordeel daarom zowel de onderrand als de bovenkant. Vertrouw niet alleen op gewenning tussen je konijnen en een hond of kat: voorkom dat die dieren zonder toezicht bij elkaar kunnen komen. Bron: LICG over de buitenren; bron: LICG over gezondheid.
Randen, hoeken, deur, bodem en bovenkant: waar kan een konijn ontsnappen?
Volg de afsluiting helemaal rondom. Let vooral op overgangen tussen panelen, het hok en eventuele tunnels: daar kan een kier ontstaan die je bij een snelle blik op de wanden mist.
| Plek | Waar kijk je naar? |
|---|---|
| Randen en hoeken | Sluiten panelen op elkaar aan, ook vlak boven de grond? |
| Deur en luiken | Zitten scharnieren en sluitingen vast, en blijft er geen kier als alles dicht is? |
| Bodem | Zijn er graafsporen of onderbrekingen waar bodem en wand samenkomen? |
| Bovenkant | Sluit het dak overal aan, ook nadat je een deksel hebt geopend? |
Bij zand of gras adviseert het LICG om gaas langs de zijkanten ten minste 50 centimeter in te graven, of om onder de hele ren een laag gaas aan te brengen en die met grond te bedekken. Beide opties zijn bedoeld om uitgraven en ingraven tegen te gaan. Controleer in beide gevallen de aansluiting op de wanden. Een volledig betegelde bodem voorkomt graafroutes niet als er langs de rand toch een opening is; tegels zijn bovendien hard voor konijnenpoten en kunnen in de zon heet worden. Bron: LICG, Konijn.
Maasopening, materiaal en bevestiging afstemmen op je konijnen
Bij zelfbouw adviseert het LICG stevig materiaal en kleine mazen, bijvoorbeeld 13 millimeter of kleiner. Kippengaas raadt het af omdat konijnen er te gemakkelijk doorheen kunnen knagen. Zo’n voorbeeldmaat is geen garantie dat elk gaas geschikt is: controleer ook of jouw konijnen hun kop niet door een opening kunnen steken en of dieren van buiten er niet door kunnen. Dat geldt eveneens voor spijlen. Bron: LICG.
Bekijk vervolgens het geheel. Zit het gaas stevig vast langs de randen, rond de deur en bij het dak? Zijn er losse bevestigingen, knaagschade of scherpe draaduiteinden binnen bereik? Het LICG noemt scherpe gaasranden en openingen waarin een konijn vast kan raken als aandachtspunten voor het verblijf. Bron: LICG over veilige materialen.
Is een standaard weidenet geschikt als konijnenren?
Ga daar niet van uit. Beoordeel een net voor deze toepassing op openingen, stevigheid en bevestiging, en kijk hoe de bodem, deur en bovenkant worden afgesloten. Een product dat als weideafrastering wordt aangeboden, is op zichzelf nog geen complete konijnenren.
Toegang, schoonmaak en slijtage dagelijks controleren
Een deur moet handig te gebruiken zijn zonder een vluchtweg te worden. Kijk vóór het openen waar de konijnen zitten en controleer na het sluiten de sluiting. Bij een ren waar je zelf in kunt staan, helpt een sluis voorkomen dat een konijn direct via de buitendeur ontsnapt; het LICG beveelt die oplossing aan. Bron: LICG, Konijn.
- Bij het openen: kijk of alle konijnen aanwezig zijn en houd de doorgang vrij van dieren.
- Bij het schoonmaken: kijk ook achter bakken en schuilplekken naar gaten, knaagschade en losse randen.
- Na het sluiten: controleer deur, luiken en dak, en kijk langs de buitenrand naar verse graafsporen of verschoven panelen.
Vind je een opening of een los onderdeel, gebruik de ren dan niet onbeheerd totdat het probleem is verholpen. Controleer na herstel ook de aansluitende delen. Het LICG adviseert hekken en gaas regelmatig op gaten, slijtage, knaagschade en graafpogingen te bekijken. Bron: LICG.
Drinkwater en winterzorg voor konijnen in een buitenren
Neem water en beschutting mee in je dagelijkse ronde. Konijnen drinken volgens het LICG liefst uit een waterbak. Controleer of de bak schoon en gevuld is en of de dieren elkaar de toegang tot water of het nachthok niet versperren. Zorg in de zomer voor schaduw in de losloopruimte. Bron: LICG over drinkbakken; bron: LICG over buitenhuisvesting.
Bij vorst adviseert het LICG het drinkwater ten minste twee keer per dag te controleren en te vervangen zodat het niet bevriest; ook een drinktuitje kan vastvriezen. Houd het nachthok beschermd tegen wind en regen, met droge bodembedekking en voldoende ventilatie. Een goed afgesloten ren vervangt deze winterzorg niet. Bron: LICG, Winter en kou; bron: LICG, Konijn.