Geiten ontwormen: observaties en een plan met de dierenarts
Praktische gids
Geiten ontwormen: observaties en een plan met de dierenarts
Geiten ontwormen doe je niet automatisch op een vaste datum. Noteer wat je bij je dieren ziet, verzamel hun weidegeschiedenis en bespreek met de dierenarts welk onderzoek past. Die beoordeelt vervolgens of behandeling nodig is. Een mestuitslag is op zichzelf geen behandelbesluit. Het LICG adviseert mestonderzoek via de dierenarts en ontwormen wanneer dat nodig blijkt.

Inhoudsopgave
- Producten bij deze gids
- Diergegevens en weidegeschiedenis voor een individueel plan
- Veranderingen bij geiten en in de kudde noteren
- Passend onderzoek en uitslagen met de dierenarts bespreken
- Weideplanning en groepsindeling voor preventie bespreken
- Ontwormingsmiddelen: keuze, etiket en gebruik aan deskundigen overlaten
Handig bij deze gids
Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.
Een verplaatsbare weidegrens

Schapennet 50 m, 106 cm Hoog met Dubbelpunt – Euro-Netz
Met dit verplaatsbare net kun je een weidevak afzetten wanneer je met de dierenarts een andere groepsindeling bespreekt.
Let op bij je keuze Meet de gewenste grens op en beoordeel of de hoogte van 106 cm geschikt is voor jouw geiten.
Dieren tijdens de controleronde markeren

Merkstift Groen, Draaibaar – Raidex
Met deze merkstift kun je zichtbaar maken welke dieren je tijdens een controleronde al hebt gemarkeerd.
Let op bij je keuze Geef de groene markering een vaste betekenis in je aantekeningen.
De route: waarnemen, gegevens verzamelen, onderzoek bespreken en het afgesproken plan evalueren.
Diergegevens en weidegeschiedenis voor een individueel plan
Maak een overzicht van de geiten waarover je advies wilt. Noteer per dier de leeftijd of levensfase, of het drachtig is of melk geeft, opvallende veranderingen en eerdere onderzoeksuitslagen of behandelingen. Zet er data bij. Zo kun je met de dierenarts bespreken of het om één dier gaat of om een verandering in een groep.
Schets daarnaast het weidegebruik: welke dieren liepen op welk perceel, wanneer waren ze daar en liepen er eerder schapen of geiten? Vermeld of jonge en volwassen dieren samen grazen en of er dieren zijn bijgekomen. Dit is geen manier om zelf een behandelinterval of een veilige weide vast te stellen. Een dierenartsenpraktijk voor schapen en geiten betrekt de beschikbare weide en de groepssituatie bij advies op maat.
Veranderingen bij geiten en in de kudde noteren
Schrijf bij een verandering op welk dier het betreft, wat je ziet en sinds wanneer. Kijk ook of andere geiten hetzelfde laten zien:
- Gedrag en eetlust: eet een geit minder, blijft ze achter of zondert ze zich af?
- Conditie en groei: lijkt een dier af te vallen of groeit een jong dier minder goed?
- Mest en achterhand: zien de keutels er anders uit of is de achterhand vervuild?
- Groep en omstandigheden: betreft het één dier of meerdere, en veranderde er iets aan weide of voer?
Deze signalen bewijzen geen worminfectie. Normaal uitziende keutels sluiten die ook niet uit: bij een bepaalde worminfectie kan de mest er normaal uitzien. Is een geit plots sloom, duidelijk ziek of gaat zij snel achteruit? Bel dan de dierenarts en wacht niet op het volgende geplande onderzoek. Lees meer over mogelijke verschijnselen bij DGC Boven Veluwe en over het herkennen van een zieke geit bij het LICG.
Passend onderzoek en uitslagen met de dierenarts bespreken
Vraag eerst wat het onderzoek moet uitzoeken. Gaat het om een geit met klachten, om een samen grazende groep of om controle na een afgesproken behandeling? Bespreek van welke dieren mest nodig is en hoe je monsters volgens de aanwijzingen van de praktijk aanlevert. Een dierenartsenpraktijk die mest van schapen en geiten onderzoekt maakt onderscheid tussen onderzoek van een individueel dier en van een koppel.
Een eitelling geeft informatie over wormeieren in het onderzochte monster. Laat de dierenarts de uitslag beoordelen naast de verschijnselen en de herkomst van de mest. Vraag ook of de gekozen test past bij de vraag: coccidiën zijn geen wormen en voor onderzoek naar leverbot kan ander onderzoek nodig zijn. De beschreven praktijk biedt naast eitellingen afzonderlijk leverbotonderzoek aan.
Beslisoverzicht voor het gesprek
| Stap | Wat je meeneemt | Wat je afspreekt |
|---|---|---|
| Waarnemen | Veranderingen per dier, met datum. | Bij welke veranderingen neem je meteen contact op? |
| Gegevens verzamelen | Dieroverzicht, weidegebruik en eerdere uitslagen. | Welke informatie ontbreekt nog? |
| Onderzoek bespreken | Welke dieren klachten hebben en bij welke groep ze horen. | Welk onderzoek past en van welke dieren is een monster nodig? |
| Plan evalueren | Nieuwe waarnemingen en uitslagen. | Wanneer bespreken jullie opnieuw hoe het gaat? |
Na een afgesproken behandeling kan de dierenarts vervolgonderzoek adviseren om het effect te beoordelen. DGC Boven Veluwe beschrijft mestonderzoek ook als hulpmiddel bij die beoordeling.
Weideplanning en groepsindeling voor preventie bespreken
Leg je perceelplanning naast het dieroverzicht. Welke groepen gebruiken dezelfde grond, waar kunnen jonge dieren eventueel afzonderlijk grazen en welke percelen kun je werkelijk afwisselen? Bespreek of een andere indeling of beweiding in jouw situatie helpt. Omweiden is een mogelijke preventieve maatregel, maar alleen de tijd sinds het vorige gebruik vertelt niet het hele verhaal; ook de omstandigheden en de samenstelling van de groep tellen mee. Het LICG noemt omweiden, terwijl DGC Boven Veluwe het beweidingsadvies afstemt op de uitgangssituatie.
Wil je voor een afgesproken groepsindeling een deel van de wei afzetten? In de Farmora categorie afrastering kun je materiaalsoorten bekijken. Beoordeel los daarvan of de beoogde afscheiding geschikt en veilig is voor jouw geiten; een afrastering vervangt geen veterinair plan.
Ontwormingsmiddelen: keuze, etiket en gebruik aan deskundigen overlaten
Laat de dierenarts beoordelen of behandeling nodig is, voor welke geiten en met welk middel. Vraag bij een voorgeschreven behandeling om aanwijzingen die bij die dieren passen en bespreek onduidelijkheden op het etiket met de dierenarts of bevoegde afleveraar. Gebruik niet op eigen initiatief een middel dat eerder voor een andere geit of voor schapen is gebruikt. In Nederland bestaan diergeneesmiddelen met en zonder voorschriftplicht; alleen een dierenarts mag een voorschriftplichtig middel voorschrijven. Dat staat uitgelegd bij RVO.
Houd je geiten voor voedselproductie, vraag dan ook welke wachttijd en administratie bij een eventuele behandeling horen. Volgens RVO moeten houders van voedselproducerende dieren het gebruik van diergeneesmiddelen registreren en de gegevens minstens vijf jaar bewaren. Bij afvoer voor de slacht zijn behandelingen, waaronder die met ontwormingsmiddelen, relevant voor de voedselketeninformatie van de NVWA.