Wat mogen schapen eten en hoe organiseer je het voeren?
Praktische gids
Wat mogen schapen eten en hoe organiseer je het voeren?
Schapen eten vooral gras en ander geschikt ruwvoer, zoals hooi. Vers drinkwater moet steeds beschikbaar zijn. Aanvullend schapenvoer kan nodig zijn, maar niet ieder dier heeft dezelfde aanvulling nodig. Een appel of wortel vervangt geen ruwvoer. Geef geen etensresten uit de keuken. Lees meer bij het LICG en de NVWA.

Inhoudsopgave
- Producten bij deze gids
- Weide, ruwvoer, aanvullend voer en water als dagelijkse basis
- Lammeren en volwassen schapen: dracht, lactatie en wisselende weide
- Appels, groenten, brood en bietenpulp voor schapen beoordelen
- Onbekende planten, tuinafval en etensresten: risico’s en regels
- Voeropname, conditie en weideaanbod bijhouden voor voeradvies
Handig bij deze gids
Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.
Een vaste plek voor voer of water

Voertrog van Natuurrubber voor Voer en Water, 20 l – Gobel
Deze trog kun je in de stal of buiten gebruiken om voer of water op een vaste plek aan te bieden.
Let op bij je keuze Kijk of alle schapen erbij kunnen en ververs drinkwater regelmatig.
Wisselende weidevakken indelen

Schapennet 50 m, 106 cm Hoog met Dubbelpunt – Euro-Netz
Met dit verplaatsbare schapennet kun je een graasplek afbakenen wanneer je de weide anders indeelt.
Let op bij je keuze Controleer of de lengte en hoogte bij jouw weide en dieren passen.
Aanvullend voer herkenbaar bewaren

Voerton met Deksel en Slot, 40 l – Vplast
In deze afsluitbare voerton kun je voer bewaren en op het label aangeven wat erin zit.
Let op bij je keuze Bewaar ook het oorspronkelijke voeretiket, zodat je de diersoort en het doel kunt blijven controleren.
Begin bij wat de weide en het ruwvoer bieden. Beoordeel daarna pas een extra: wat is het, waar komt het vandaan en waarom wil je het geven? Bij twijfel over een plant of restpartij voer je die niet. Verandert een dier in eetlust of conditie, noteer dan wat je ziet en vraag passend advies.
Weide, ruwvoer, aanvullend voer en water als dagelijkse basis
Een schaap is een herkauwer. Houd in je dagelijkse controle onderscheid tussen grazen, aangeboden ruwvoer, eventuele aanvullingen en drinkwater. Kijk niet alleen of er gras staat, maar ook waar de dieren daadwerkelijk eten en of elk schaap bij voer en water kan. Gras, hooi en de beschikbaarheid van vers water worden beschreven door het LICG.
| Onderdeel | Wat controleer je? |
|---|---|
| Weide | Waar grazen de schapen en verandert het beschikbare gras? |
| Hooi of ander geschikt ruwvoer | Welke partij bied je aan, hoe ziet die eruit en wat blijft liggen? |
| Aanvullend schapenvoer | Voor welke dieren en welk doel is het voer bedoeld? Controleer het etiket. Geef niet automatisch voer voor runderen of geiten. |
| Drinkwater | Is er steeds vers water bereikbaar, ook voor dieren die niet vooraan bij de voerplek staan? |
Maak de voerplek overzichtelijk genoeg om te zien wat wordt gegeten en wat achterblijft. Zoek je materiaal voor de inrichting, dan kun je voerbakken en drinkvoorzieningen bij Farmora bekijken. De keuze van een bak bepaalt niet welk voer of welke hoeveelheid bij jouw schapen past.
Lammeren en volwassen schapen: dracht, lactatie en wisselende weide
Lammeren beginnen met moedermelk en gaan tijdens het opgroeien ook ruwvoer en voer voor lammeren opnemen. Beoordeel hun voeding dus niet alsof het kleine volwassen schapen zijn. Bij volwassen dieren vragen onder meer dracht, het zogen van lammeren en een afnemende conditie om een nieuwe blik op het voer. Het LICG beschrijft deze levensfasen.
Ook het beschikbare voer kan veranderen. Een ander perceel, minder gras of een nieuwe partij hooi kan reden zijn om het voerplan opnieuw te bekijken. De Ierse landbouwadviesorganisatie Teagasc laat voor ooien in de late dracht zien waarom de kwaliteit van het ruwvoer meetelt bij de keuze voor aanvullend voer. Die toelichting is geen standaardrantsoen voor Nederlandse hobbydieren.
Eten Kameroenschapen ander voer dan andere schapen?
De rasnaam geeft je geen afzonderlijke lijst met toegestane extra’s. Begin ook bij Kameroenschapen met de voerbasis voor schapen en beoordeel vervolgens het individuele dier en het beschikbare ruwvoer. De Duitse schapenfokkerijorganisatie beschrijft het Kameroenschaap als een haarschaap van oorsprong uit West Afrika; haar rasbeschrijving schrijft geen rantsoen voor Nederlandse houders voor.
Appels, groenten, brood en bietenpulp voor schapen beoordelen
Een incidentele extra is iets anders dan dagelijks basisvoer. Het LICG noemt wortels en brood alleen als extra met mate. Feedipedia beschrijft een risico bij het doorslikken van hele appels. De Ierse organisatie Teagasc bespreekt bietenpulp als ingrediënt van schapenrantsoenen. Controleer daarnaast de herkomst: voor keukenafval en etensresten geldt in Nederland een voerverbod.
| Voersoort | Aandachtspunt | Wat controleer je? | Wanneer vraag je advies? |
|---|---|---|---|
| Gras en hooi | De ruwvoerbasis. | Weideaanbod, partij hooi en wat de dieren opnemen. | Bij minder opname, conditieverlies of een duidelijke verandering in het ruwvoer. |
| Aanvullend schapenvoer | Geen automatische toevoeging aan elk voerplan. | Diersoort op het etiket, levensfase en reden voor aanvulling. | Bij twijfel over de noodzaak of samenstelling, vooral tijdens groei, dracht of lactatie. |
| Verse wortel of andere groente | Geen vervanging voor ruwvoer. | Wat het product is en of het bewust als vers product wordt aangeboden, niet als keukenrest. | Als je het regelmatig wilt voeren of de herkomst onduidelijk is. |
| Verse appel | Geen basisvoer; bied geen hele appel aan die kan worden doorgeslikt. | Herkomst en toestand van het fruit. | Als je appels structureel wilt opnemen in het voerplan. |
| Brood | Geen ruwvoer. Brood dat overblijft uit de keuken of van een maaltijd geef je niet. | Herkomst en of het om een etensrest gaat. | Als de status van een aangeboden broodproduct onduidelijk is. |
| Bietenpulp | Een mogelijk rantsoeningrediënt, geen volledig voer op zichzelf. | Productetiket en het overige voer. | Voordat je het als losse of vaste aanvulling gebruikt. |
Mogen schapen brood eten?
Het LICG noemt brood als iets dat hooguit af en toe en met mate kan worden gegeven. Dat is geen toestemming om oud brood van tafel of resten uit de keuken aan schapen te voeren: de NVWA vermeldt een verbod op keukenafval en etensresten voor landbouwhuisdieren. Brood is niet nodig als vast onderdeel van het voer. Is de herkomst of juridische status van een aangeboden partij onduidelijk, gebruik die dan niet als schapenvoer.
Mogen schapen wortels en appels eten?
Een verse wortel kan een incidentele extra zijn. Een verse appel is evenmin basisvoer; bied geen hele appel aan die een schaap kan doorslikken en die in de slokdarm kan vastlopen. Houd bewust aangeboden verse producten gescheiden van groente en fruit dat als keukenafval of etensrest overblijft.
Is bietenpulp geschikt voor schapen?
Bietenpulp kan een ingrediënt van een samengesteld schapenrantsoen zijn. Dat betekent niet dat je op basis van die ene eigenschap kunt beslissen hoeveel jouw dieren ervan nodig hebben. Neem voor een vaste aanvulling het volledige voerplan en het productetiket mee naar een schapenvoedingsdeskundige.
Onbekende planten, tuinafval en etensresten: risico’s en regels
Geef een onbekende plant of snoeiafval niet omdat het groen is. Het LICG waarschuwt onder meer voor taxus in snoeiafval en jacobskruiskruid in hooi. Kun je materiaal niet betrouwbaar herkennen, houd het dan buiten bereik en vraag hulp bij de identificatie. Vermoed je dat een schaap een giftige plant heeft gegeten, bel dan direct de dierenarts en bewaar zo mogelijk een foto of monster van de plant.
Een vers product dat je bewust als voer kiest, is niet hetzelfde als een emmer etensresten. In Nederland is het voeren van keukenafval en etensresten aan landbouwhuisdieren verboden, ook als je in de resten geen vlees ziet. Voor plantaardige bijproducten die een levensmiddelenbedrijf als diervoeder wil afzetten gelden afzonderlijke voorwaarden. Neem een partij met onduidelijke herkomst dus niet op eigen gezag in het voerplan. Zie de NVWA regels voor etensresten en de voorwaarden voor plantaardige bijproducten.
Voeropname, conditie en weideaanbod bijhouden voor voeradvies
Noteer veranderingen zodra je ze opmerkt. Zo kan een deskundige het dier, het aangeboden voer en het weideaanbod samen beoordelen. Bij schapen is conditie niet altijd goed aan de buitenkant te zien; het LICG adviseert daarom ook te voelen of een dier vermagert. Ruwvoerkwaliteit en conditie zijn eveneens aandachtspunten in de veterinaire voedingsinformatie van Merck.
| Leg vast | Wat noteer je? | Vraag voor de deskundige |
|---|---|---|
| Dier en levensfase | Welk schaap betreft het en groeit, draagt of zoogt het? | Moet dit dier afzonderlijk worden beoordeeld? |
| Voer en water | Welke partijen bied je aan, sinds wanneer en wat blijft liggen? | Past de aanvulling bij het huidige ruwvoer? |
| Weide | Welk perceel is toegankelijk en wat is veranderd in het grasaanbod? | Is een aanpassing van het voerplan nodig? |
| Opname en conditie | Welk dier eet minder of verliest conditie, en wanneer begon dat? | Is eerst een beoordeling door de dierenarts nodig? |
Eet een schaap plotseling niet of gedraagt het zich duidelijk anders, neem dan contact op met de dierenarts in plaats van op een geplande voerbespreking te wachten. Voor een aanpassing van het gewone rantsoen kun je je aantekeningen met een schapenvoedingsdeskundige bespreken.