Schapen

Schapen in de sneeuw verzorgen bij winterweer

Een wit schaap staat in een besneeuwde weide naast een drinkbak met water en een ruif met hooi. Op de achtergrond staat een houten schuilplek.

Praktische gids

Schapen in de sneeuw verzorgen bij winterweer

Staan je schapen in de sneeuw? Controleer dan of ieder dier kan drinken en eten, droog kan liggen en bereikbaar blijft. Sneeuw betekent niet automatisch dat alle schapen naar binnen moeten. Wind, nattigheid en de conditie van het dier bepalen mede welke bescherming nodig is. Volgens de NVWA moeten houders schapen beschermen tegen extreme weersomstandigheden.

Een wit schaap staat in een besneeuwde weide naast een drinkbak met water en een ruif met hooi. Op de achtergrond staat een houten schuilplek.
Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Controleer conditie, leeftijd en dracht bij veranderend weer
  3. Controleer dagelijks of het drinkwater bevroren is
  4. Inspecteer de voerplek op toegang, vervuiling en vertrapping
  5. Controleer beschutting, natte plekken en de route naar de schapen
  6. Spreek extra controles en hulp bij problemen af

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Gebruik deze winterronde bij je dagelijkse bezoek. Kijk niet alleen naar de voorzieningen, maar ook of de schapen er daadwerkelijk bij kunnen.

Winterronde voor schapen in de sneeuw
Controlepunt Kijk ter plekke Afvinken
Dieren Zijn alle schapen aanwezig, alert en goed ter been? Blijft er één achter? ☐
Water Is er schoon, vloeibaar water en is de drinkplek bereikbaar? ☐
Voerplek Is het voer schoon en kunnen ook dieren achter in de groep erbij? ☐
Ligplek en beschutting Kunnen de dieren droog liggen en beschutting opzoeken? ☐
Route Kun je de dieren en voorzieningen bereiken als het weer verslechtert? ☐

Controleer conditie, leeftijd en dracht bij veranderend weer

Begin met de groep en kijk daarna naar dieren die extra aandacht nodig hebben: jonge, oudere, magere of zieke schapen en dieren die onlangs zijn geschoren. Wol kan vermagering aan het zicht onttrekken. Beoordeel de conditie daarom niet alleen van een afstand. Houd bij drachtige ooien en schapen die binnenkort lammeren rekening met hun eigen situatie. De LICG informatie over schapen bespreekt wol en conditie; de NVWA onderbouwing over schapenwelzijn beschrijft waarom dieren verschillend op kou reageren.

Let op dieren die niet meekomen, afwijkend lopen of niet naar het voer gaan. Is een schaap lusteloos, wankel of nauwelijks aanspreekbaar, wacht dan niet op de volgende ronde en bel direct een dierenarts. De NVWA beschrijft deze ernstige signalen bij koudestress.

Controleer dagelijks of het drinkwater bevroren is

Kijk in de bak en probeer, als er een toevoer of drinkpunt is, of daar werkelijk water uit komt. Let ook op sneeuw of gladheid die de toegang belemmert. Ga er niet van uit dat sneeuw een drinkvoorziening vervangt: schapen moeten vers drinkwater kunnen krijgen.

Is het water bevroren? Maak meteen schoon, vloeibaar water bereikbaar. Spreek bij terugkerende vorst af wie opnieuw controleert en hoe je tot herstel water brengt. Controleer afzonderlijk de bak, het drinkpunt en een eventuele toevoer; een zichtbare laag water bewijst niet dat alles blijft werken.

Inspecteer de voerplek op toegang, vervuiling en vertrapping

Bekijk het voer waar de schapen ervan eten. Is het onder sneeuw geraakt, nat of zichtbaar vervuild? Controleer daarna de ruimte rond de voerplek: kunnen ook dieren achter in de groep erbij, zonder dat een vertrapte, drassige of gladde bodem de toegang belemmert? Zorg dat geschikt voer schoon en bereikbaar wordt aangeboden. De RVO beschrijft de eisen aan voer en voederplaatsen.

Is het gras niet bereikbaar of verandert de conditie van een schaap, bespreek dan het voerplan met een schapenhouderijadviseur of dierenarts. Vooral bij dracht of een matige conditie is één algemene hoeveelheid voor de hele groep geen goed uitgangspunt. De NVWA onderbouwing beschrijft hoe de voerbehoefte tijdens de dracht kan verschillen.

Controleer beschutting, natte plekken en de route naar de schapen

Loop naar de plek waar de dieren kunnen schuilen en liggen. Is de bodem daar droog genoeg, en kunnen alle schapen de plek bereiken? Bekijk bij naderende wind of neerslag ook waar ze terechtkunnen als de huidige ligplek nat wordt. De NVWA noemt een droge ligplaats en voldoende beschutting als manieren om dieren tegen kou te beschermen.

Loop ook je eigen route langs de poort, drinkplek en rest van het perceel na. Ligt er een sloot langs de wei, let dan op ijs: volgens het LICG kunnen schapen over een bevroren sloot ontsnappen of door het ijs zakken. Bedenk vooraf hoe je water brengt of een andere plek voor de dieren regelt als de gewone route of beschutting uitvalt.

Spreek extra controles en hulp bij problemen af

Noteer wie de volgende ronde loopt en wie kan invallen. Spreek een extra controle af als water blijft bevriezen, het weer snel omslaat of een dier achterblijft. Zet bij een afwijking kort op papier welk dier of welke plek het betreft, wat je hebt gedaan en wie de opvolging controleert.

Werkt een voorziening niet, regel dan meteen een bereikbaar alternatief. Heeft een schaap zorg nodig, laat dat niet wachten op een overdracht aan de volgende verzorger. De RVO beschrijft de plicht om zieke of gewonde dieren direct te verzorgen.