Hooi voeren aan schapen zonder onnodige verspilling
Praktische gids
Hooi voeren aan schapen zonder onnodige verspilling
Hooi voeren aan schapen met minder verspilling begint bij een voerplaats waar de dieren goed bij kunnen en waar hooi schoon en droog blijft. Kijk niet alleen hoeveel er in de ruif past: let ook op hooi dat ernaast valt, op natte resten en op schapen die niet rustig kunnen eten. Hooi is ruwvoer voor schapen; hoeveel jouw dieren nodig hebben, volgt niet uit de maat van de ruif. Het LICG geeft algemene informatie over voeding en conditie van schapen.

Inhoudsopgave
Handig bij deze gids
Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.
Een kleine voerplek voor los hooi

Voertrog voor Kalveren en Veulens van Kunststof, 6 l – Vplast
Deze kunststof voertrog is bedoeld voor onder meer schapen en kan een vaste plek bieden voor kleine porties los hooi.
Let op bij je keuze Controleer of de bak van 6 liter genoeg ruimte en bereikbaarheid biedt voor de dieren die tegelijk eten.
Gemorst hooi bijeenhalen

Hooihark met Egaliseerrand, 64 cm Breed, 16 Tanden, zonder Steel
Met deze hark kun je hooi rond de voerplaats bijeenhalen om gemorste resten op te ruimen.
Let op bij je keuze Houd hooi dat nat of vervuild is geraakt apart van het voer voor de schapen; deze hark wordt zonder steel geleverd.
Voerplaatsen voor schapen beoordelen en opmeten
Teken de voerplaats van bovenaf. Markeer de ruif, doorgangen, poort en drinkplek. Meet de vrije ruimte én noteer vanaf welke zijden de schapen het hooi werkelijk kunnen bereiken. Een zijde tegen een wand levert geen bruikbare voeropeningen op. Kijk ook tijdens het voeren: een opening die steeds wordt geblokkeerd, helpt een terughoudend dier niet. Teagasc adviseert voerruimte per hok te beoordelen en wijst op obstakels en de toegang tot ruwvoer.
| Label | Meet of noteer | Controleer ter plekke |
|---|---|---|
| A. Ruifplek | Vrije lengte en breedte, met ruimte om hooi bij te vullen | Blijven doorgangen en de poort vrij? |
| B. Toegang | Bereikbare zijden en voeropeningen | Kunnen ook kleinere of terughoudende dieren erbij? |
| C. Ondergrond | Plekken waar hooi valt, nat wordt of vervuilt | Wat ligt er na het eten rond de ruif? |
| D. Plaatsing | Bestaande wand, hek of vlakke plaats voor een vrijstaande ruif | Past de gekozen uitvoering volgens de fabrikant bij deze plek? |
Een Ierse tabel van Teagasc voor gehuisveste ooien rond het aflammeren noemt voor ruwvoer 175 mm voerbreedte bij ooien van 50 kg en 200 mm bij ooien van 70 of 90 kg. Dat zijn maten voor die specifieke situatie, geen algemene Nederlandse norm of automatische keuzehulp voor jouw groep. Gebruik de metingen van je eigen plek samen met wat je bij de dieren ziet.
Hooiruiven en voerbakken kiezen om morsen te beperken
Vergelijk uitvoeringen op drie punten: kunnen de schapen het hooi bereiken, waar belandt hooi dat ze lostrekken en kun je vervuilde resten verwijderen? Een opvanggoot kan vallend hooi bijeenhouden, maar heeft weinig nut als de inhoud nat wordt of niet goed te legen is. Kijk bij buitengebruik ook waar regen terechtkomt.
Een concreet voorbeeld van productkenmerken is de vierkante schapenruif met dak van PATURA, model 373513. De fabrikant beschrijft een dak en geïntegreerde trog en vermeldt dat deze uitvoering voor ronde balen is bedoeld. Wie in een kleine stal losse plukken hooi voert, heeft daarmee nog geen passende ruif gevonden. Controleer bij het exacte model de bedoelde toepassing, de openingen en de benodigde plaatsingsruimte. Vraag bij gehoornde schapen of lammeren uitdrukkelijk of de uitvoering voor die dieren geschikt is; leid dat niet af uit alleen het woord ‘schapenruif’.
Hooi droog en schoon houden op de voerplaats
Begin bij de voorraad. Bescherm hooi tegen regen en vocht uit de bodem. Vocht tijdens opslag kan schimmel en kwaliteitsverlies veroorzaken, zoals University of Minnesota Extension uitlegt bij de opslag van hooi. Controleer het hooi voordat je de ruif vult en bied zichtbaar beschimmelde of vervuilde delen niet aan. Het LICG waarschuwt daarnaast voor giftig jacobskruiskruid in hooi.
- Verwijder oude, natte of vervuilde resten uit de ruif en opvanggoot.
- Controleer of het nieuwe hooi schoon en droog is.
- Vul de voerplaats zonder schoon hooi op een natte of vervuilde plek te leggen.
- Kijk na regen opnieuw naar het hooi, de goot en de ondergrond.
Raakt de grond rond een mobiele voerplaats stukgelopen of met mest vervuild, beoordeel dan een andere plek. De Britse landbouworganisatie AHDB adviseert voerplaatsen in de wei geregeld te verplaatsen om zulke vervuiling te beperken. Of en hoe een ruif verplaatst kan worden, hangt af van het model.
Schapen veilig toegang geven tot hooi
Kijk toe wanneer de groep begint te eten. Kunnen de dieren de ruif naderen en weer verlaten? Blijft er hooi bereikbaar als een schaap een opening bezet? En kunnen lammeren erbij zonder zich tussen grotere dieren te moeten wringen? Teagasc benadrukt de toegang tot ruwvoer en het controleren van obstakels bij voerplaatsen.
Staat een ruif rondom open, maar met een zijde tegen een hek en een andere naast de poort? Reken die zijden dan niet vanzelf mee als bruikbare toegang. Verander de plaatsing of bespreek een extra voerplek als dieren herhaaldelijk worden weggedrongen. Controleer ook of de ruif stevig staat en of openingen, verstelbare delen en eventuele bevestigingen passen bij de dieren die hem gebruiken. Volg voor montage en afstelling de instructies van het gekozen model.
Hooiruiven en voerbakken reinigen en controleren
Haal eerst voerresten en mest weg. Maak de bereikbare bak of opvanggoot schoon en laat die drogen voordat je er weer hooi in legt. Controleer daarna de ruif op scherpe randen, verbogen spijlen, losse delen en een instabiele stand. AHDB geeft algemeen advies om voerbakken schoon en tegen regen beschermd te houden; Teagasc noemt de controle van voerhekken en sluitingen. Voor het losnemen, reinigen en vastzetten van onderdelen geldt de handleiding van jouw model. Gebruik een beschadigde of instabiele ruif niet voordat die veilig is hersteld.
Vergelijk het voerverlies op twee plekken
Wil je weten of een andere plek of ruif helpt? Registreer eerst de bestaande opstelling A en daarna de aangepaste opstelling B. Gebruik zo mogelijk dezelfde groep, hetzelfde hooi en een vergelijkbare meetperiode. Weeg aangeboden hooi, de nog schone rest en de onbruikbare rest apart. Neem ook het hooi naast de ruif mee. Noteer het weer en kijk of ieder dier kon eten. De tabel meet verlies op jouw voerplaats, niet de voedingsbehoefte van de schapen.
| Zelf registreren | Opstelling A | Opstelling B |
|---|---|---|
| Datum en meetperiode | Zelf invullen | Zelf invullen |
| Ruif, opvanggoot en beschutting | Zelf beschrijven | Zelf beschrijven |
| Weer en ondergrond | Zelf beschrijven | Zelf beschrijven |
| Aangeboden hooi | Zelf wegen in kg | Zelf wegen in kg |
| Schone rest | Zelf wegen in kg | Zelf wegen in kg |
| Natte, vervuilde of vertrapte rest | Zelf wegen in kg | Zelf wegen in kg |
| Toegang voor alle dieren | Zelf observeren | Zelf observeren |
Minder onbruikbare rest is alleen een verbetering als de schapen ook goed bij het hooi konden. Eet een dier opvallend minder, wordt het mager of vermoed je ziekte? Vraag dan advies aan een schapendeskundige of dierenarts. Het LICG adviseert de conditie van schapen te volgen en bij vermoedelijke ziekte een dierenarts te waarschuwen.