Geiten

Toggenburger geit: kenmerken en wat het houden vraagt

Rassenwijzer

Toggenburger geit: kenmerken en wat het houden vraagt

De Toggenburger geit is voor Nederlandse houders doorgaans de Nederlandse Toggenburger: een compact gebouwd ras met een melkgeitachtergrond. Wil je er een houden? Kijk dan verder dan de rasnaam. Controleer de gegevens van het dier en ga na of het in jouw groep ongestoord kan eten, drinken en rusten. De Nederlandse Organisatie voor de Geitenfokkerij beschrijft het rastype; jouw verblijf moet passen bij het dier dat je werkelijk krijgt.

Bouw

Compact en stevig, met kenmerken van een melkgeit.

Vacht

Bruin of zwart, met een lichte tekening langs de kop en witte delen aan de benen.

Registratie

De NOG onderscheidt verschillende registraties binnen het stamboek.

Gebruik

Melkgebruik maakt deel uit van de rasbeschrijving.

Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Ras, herkomst en benamingen van de Toggenburger geit
  3. Volwassen formaat, melkgebruik en verschillen in gedrag
  4. Als melkgeit: toegang tot voer, water en rust
  5. Verblijf, groepsleven en dagelijkse verzorging
  6. Voer, drinkwater en uitrusting passend bij de lichaamsbouw
  7. Bestaande geitenvoorzieningen of een nieuwe start: past dit ras?
  8. Veelgestelde vragen over de Toggenburger geit

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Een eigen voerplek

Voerbak voor Paarden, 6 l, Zwart – Vplast

Voerbak voor Paarden, 6 l, Zwart – Vplast

Deze voerbak is volgens de productbeschrijving ook bedoeld voor geiten en helpt je een aparte voerplek in te richten.

Let op bij je keuze Controleer of jouw geiten er goed bij kunnen en of er in de groep voldoende voerplekken zijn.

Ras, herkomst en benamingen van de Toggenburger geit

De Nederlandse Toggenburger ontstond in Nederland uit fokkerij met ingevoerde Zwitserse Toggenburgers en Nederlandse landgeiten. Die ontwikkeling begon onder meer in Drenthe. De Nederlandse Organisatie voor de Geitenfokkerij, de NOG, houdt een stamboek voor de Nederlandse populatie bij. Lees meer in de rasgeschiedenis van de NOG en het fokreglement.

‘Toggenburger’ op een verkoopadvertentie vertelt je nog niet of een dier bij de NOG is geregistreerd, laat staan met welke status. Vraag om het afstammingsbewijs en laat de verkoper uitleggen wat daarop staat. Ook een gelijkenis met een Zwitserse Toggenburger is geen bewijs van Nederlandse stamboekinschrijving.

Kenmerken in één oogopslag

Rasbeschrijving en wat je bij een aangeboden dier nagaat
Kenmerk Beschrijving van het ras Controle bij het dier
Bouw Compact en stevig, met kenmerken van een melkgeit. Bekijk bouw en ontwikkeling op de huidige leeftijd.
Vacht Bruin of zwart, met een lichte tekening langs de kop en witte delen aan de benen. Bekijk de aftekening; gebruik uiterlijk niet als registratiebewijs.
Registratie De NOG onderscheidt verschillende registraties binnen het stamboek. Vraag welk bewijs en welke registratie bij dit dier horen.
Gebruik Melkgebruik maakt deel uit van de rasbeschrijving. Vraag naar de situatie en eventuele gegevens van dit dier als je melkplannen hebt.

Deze kenmerken komen uit de rasbeschrijving en registratieregels van de NOG. Ze zijn geen garantie voor de eigenschappen van iedere afzonderlijke geit.

Volwassen formaat, melkgebruik en verschillen in gedrag

De NOG streeft bij een volwassen geit van ongeveer vier jaar naar een kruishoogte van 70 cm. Voor een bok noemt de rasbeschrijving op driejarige leeftijd 80 cm of meer. Dit zijn maten in een fokbeschrijving, geen afmetingen waarmee je een voerplek of doorgang voor een onbekend dier kunt kiezen. De werkelijke bouw hangt ook af van leeftijd en individuele ontwikkeling. Bekijk de NOG rasbeschrijving.

Een melkgeitachtergrond zegt niet hoeveel melk een aangeboden geit geeft, of dat zij op dit moment melk geeft. Vraag bij plannen om te melken naar haar leeftijd, huidige situatie en beschikbare gegevens. De fokgroep Toggenburger omschrijft het ras als rustig en vriendelijk. Maak daar geen karaktergarantie van: kijk zelf hoe het dier reageert op soortgenoten en op hanteren.

Als melkgeit: toegang tot voer, water en rust

Bij een melkgevende geit wil je kunnen zien wat zij werkelijk opneemt, niet alleen wat je hebt neergezet. Kijk tijdens het voeren of ze rustig kan eten. Geiten lager in de groepsrangorde kunnen bij een voerplaats worden weggejaagd; meer voerplekken kunnen dan helpen. Het LICG beschrijft dit groepsgedrag.

  • Voer: blijft er voor ieder dier een bereikbare plek over als de hele groep wil eten?
  • Water: kan ook dit dier bij de drinkplek en is er steeds vers water?
  • Rust: kunnen de dieren tegelijk binnen liggen zonder elkaar voortdurend te verdringen?
  • Melken: als je dat van plan bent, heb je dan een plek waar je het dier rustig kunt benaderen en observeren?

Hooi en ander geschikt ruwvoer zijn belangrijk in het voer voor geiten; voerwisselingen verlopen het best geleidelijk. Een passend rantsoen voor een melkgevende geit volgt niet uit haar rasnaam. Bespreek haar voer in de context van het dier en de rest van het rantsoen met een deskundige. Zie ook het LICG over voeding en drinkwater.

Verblijf, groepsleven en dagelijkse verzorging

Houd een Toggenburger met andere geiten. Zorg voor een droge stal met bodembedekking, een uitloop en beschutting tegen felle zon. Het LICG noemt 1 tot 2 m² staloppervlak per geit als richtpunt en benadrukt dat alle dieren tegelijk binnen moeten kunnen rusten. Kijk dus ook naar de indeling: een ruime stal met één betwiste ligplek werkt voor de groep anders dan dezelfde oppervlakte met meerdere rustige plekken. Lees de huisvestingsinformatie van het LICG.

Loop de afrastering na vanuit de plekken waar de geiten klimmen. Heeft een dier hoorns, let dan op openingen waarin het zijn kop kan vastzetten. Houd klimgelegenheid weg van de afrastering als die daardoor een opstap naar buiten wordt. Het LICG bespreekt deze risico’s.

Wat controleer je iedere dag?

  • Of alle dieren alert zijn, normaal bewegen en bij voer en water komen.
  • Of ligplekken droog zijn en de afsluiting van stal en uitloop intact is.
  • Of je veranderingen in eetlust, gedrag of beweging ziet, of wondjes opmerkt.

Laat bij ziekteverschijnselen of twijfel een dierenarts meekijken. Maak daarnaast tijd voor schoonmaak en controle van de klauwen; vraag een ervaren houder om klauwverzorging voor te doen als je die nog niet beheerst. Deze aandachtspunten sluiten aan bij het verzorgingsadvies van het LICG. De NVWA licht de Nederlandse welzijnsregels toe, die ook voor hobbyhouders gelden.

Voer, drinkwater en uitrusting passend bij de lichaamsbouw

Begin bij het gebruik, niet bij een rasmaat op een productpagina. Noteer hoe groot het dier nu is, of het hoorns heeft en welke andere geiten dezelfde voorziening gebruiken. Controleer daarna de afmetingen, de vermelde diersoorten en de gebruiksaanwijzing van het artikel.

Praktische controle voordat je een voorziening kiest
Voorziening In het verblijf Bij het artikel
Voerplek Kunnen de dieren naast elkaar eten en heeft een dier dat uitwijkt een alternatief? Is de toegang bruikbaar voor de bouw van jouw dieren?
Drinkplek Kan ieder dier erbij zonder klem te staan? Is de voorziening voor geiten bedoeld en kun je haar goed reinigen?
Doorgang of hulpmiddel bij het melken Hoe beweegt en reageert dit dier, ook als het hoorns heeft? Wat zijn de werkelijke maten en het aangegeven gebruik?

Je kunt oriënteren bij Farmora’s benodigdheden voor schapen en geiten en voorzieningen voor voeren en drinken. Controleer per artikel of het uitdrukkelijk geschikt is voor geiten en voor jouw situatie. Een categorie of rasnaam bevestigt geen pasvorm.

Bestaande geitenvoorzieningen of een nieuwe start: past dit ras?

Twee denkbeeldige situaties als toets voor je eigen plannen
Situatie Wat helpt al? Wat moet je nog uitzoeken?
Je hebt al geiten Er zijn soortgenoten, een verblijf en een verzorgingsroutine. Kan het nieuwe dier veilig aansluiten? Zijn er voldoende bereikbare voerplekken en rustige ligplekken? Past de afrastering ook bij dit dier?
Je begint met geiten Je kunt de indeling vooraf op de groep afstemmen. Is er plek voor meerdere geiten, een droge stal, uitloop en beschutting? Wie verzorgt ze dagelijks en tijdens je afwezigheid?

Vraag de fokker in beide situaties naar leeftijd, afstamming, registratie, eventuele hoorns, omgang met andere geiten en, als je wilt melken, beschikbare melkgegevens. Beoordeel vervolgens het dier in de context van jouw groep; de vergelijking hierboven is geen voorspelling van zijn gedrag.

Regel de administratie vóór je begint. Volgens de RVO heb je ook als hobbyhouder een UBN nodig voor een locatie waar je geiten houdt. Controleer bij overname de identificatie en doe de benodigde aanvoermelding. Iedere geitenhouder moet ook een bedrijfsregister bijhouden; de RVO beschrijft de meldingen en het register.

Veelgestelde vragen over de Toggenburger geit

Is een geit met de naam ‘Toggenburger’ automatisch een stamboekdier?

Nee. Vraag welk NOG bewijs bij het dier hoort en wat de vermelde registratie betekent. Uiterlijk en verkoopnaam vervangen dat bewijs niet.

Kan ik de voerplek op de gemiddelde rasmaat kiezen?

Nee. Bekijk de bouw van het dier en de toegang voor de hele groep. Controleer vervolgens de maten en diersoortvermelding van het artikel. De kruishoogte in de rasbeschrijving is een fokdoel, geen productmaat.

Bij wie kan ik terecht met vragen over ras en verzorging?

Voor afstamming en het rastype kun je de fokker of de fokgroep Toggenburger benaderen. Bespreek gezondheidsvragen en een rantsoen voor een melkgevende geit met een dierenarts of passende voedingsdeskundige. Voor UBN en meldingen vind je de regels bij de RVO.