Schapen

Bleu du Maine schaap: het ras herkennen en verzorgen

Een schaap met witte wol, een onbewolde leigrijze kop en donkere poten staat op gras voor een boerderijgebouw.

Rassenwijzer

Bleu du Maine schaap: het ras herkennen en verzorgen

De Bleu du Maine is een groot schapenras met een donkere, wolvrije kop en witte wol. Een donkere kop alleen bewijst niet dat een schaap tot dit ras behoort. Kijk naar de hele bouw en vraag bij aanschaf naar de geregistreerde afstamming. Voor de verzorging zijn vooral geschikt grasland, soortgenoten, water en aandacht voor wol en klauwen van belang.

Een schaap met witte wol, een onbewolde leigrijze kop en donkere poten staat op gras voor een boerderijgebouw.
Herkomst

De Franse streek Maine

Gebruik

Graslandras, vooral geselecteerd voor vleesproductie

Kop

Breed, donkerblauw tot leiblauw omschreven, zonder horens en met een wolvrij voorhoofd

Wol

Dicht en wit op de romp

Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Herkomst, officiële rasnaam en rasbeschrijving
  3. Uiterlijke variatie: het ras herkennen aan meer dan kleur
  4. Gebruik en gedrag van het ras in de kudde
  5. Voer, water, vacht, klauwen en huisvesting
  6. Past dit ras bij je kudde? Vragen voor fokker en adviseur

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Herkomst, officiële rasnaam en rasbeschrijving

Bleu du Maine is de rasnaam die de Franse rasorganisatie en het Nederlandse stamboek gebruiken. Volgens de Franse organisatie ontstond het ras in de negentiende eeuw in de streek Maine, uit kruisingen van plaatselijke schapen met Engelse rassen. Zij beschrijft het als een groot graslandras dat vooral voor vleesproductie is geselecteerd. Bekijk de Franse rasbeschrijving en de beschrijving van het Nederlandse stamboek.

Bleu du Maine in het kort
Kenmerk Rasbeeld
Herkomst De Franse streek Maine
Gebruik Graslandras, vooral geselecteerd voor vleesproductie
Kop Breed, donkerblauw tot leiblauw omschreven, zonder horens en met een wolvrij voorhoofd
Wol Dicht en wit op de romp

Dit is het gewenste rasbeeld, geen checklist waarmee je de afkomst van een individueel dier kunt bewijzen.

Uiterlijke variatie: het ras herkennen aan meer dan kleur

De Franse standaard noemt de kop leiblauw; het Nederlandse stamboek spreekt van donkerblauw. Beide beschrijven ook een breed, wolvrij voorhoofd, een licht gebogen neuslijn, een brede borst en een rechte rug. De poten zijn onderaan niet bewold. Bekijk dus de kop, romp en poten samen in plaats van alleen de kleur. Franse rasstandaard; Nederlands stamboek.

Is ieder schaap met een donkere kop een Bleu du Maine? Nee. Wil je zeker weten welke afstamming een aangeboden dier heeft, vraag dan naar de registratie van juist dat schaap. Vergelijk het diernummer op de papieren met zijn identificatie. Het Nederlandse stamboek laat de registratie van dieren en hun afstamming verzorgen. Lees hoe het stamboek werkt.

Gebruik en gedrag van het ras in de kudde

De Franse rasorganisatie beschrijft de Bleu du Maine als een graslandras voor vleesproductie. Ze noemt daarnaast de moederlijke eigenschappen van ooien en de inzet van het ras bij kruisingen. Dat zijn eigenschappen om met een fokker te bespreken, geen garantie voor de prestaties van een bepaald dier. Vraag welke gegevens over de aangeboden dieren en hun ouderdieren beschikbaar zijn. Bekijk de Franse rasbeschrijving.

Dezelfde organisatie noemt het ras volgzaam. Kijk toch zelf hoe de dieren bij deze fokker reageren op benaderen en hanteren. Ook een rustig schaap heeft soortgenoten nodig: schapen horen in een groep. Het LICG over het houden van schapen.

Voer, water, vacht, klauwen en huisvesting

Begin met de behoeften van de dieren op jouw terrein, niet met een rantsoen dat alleen op de rasnaam is gebaseerd. Schapen hebben voldoende weide, ruwvoer en steeds vers drinkwater nodig. Wol kan vermagering aan het zicht onttrekken; beoordeel daarom ook de conditie van afzonderlijke dieren. Algemene verzorgingsinformatie van het LICG.

Wat regel en controleer je?
Onderdeel Praktische vraag
Voer en conditie Is er voldoende geschikt gras of hooi? Hoe is de conditie van ieder dier? Bespreek veranderende behoeften, bijvoorbeeld bij dracht of zogen, met een deskundige.
Water Kunnen alle dieren steeds bij vers water, ook bij vorst of warm weer?
Wol en huid Wie verzorgt het scheren? Zie je onder de wol of rond het achterlijf vervuiling of een afwijking?
Klauwen Lopen de dieren normaal en zijn hun klauwen in goede staat? Regel hulp van een ervaren houder of deskundige als bekappen nodig is en je dat niet beheerst.
Weide en beschutting Is de afrastering veilig? Is er een beschutte plek bij slecht weer en schaduw bij warmte?

Het LICG beschrijft de verzorging van wol en klauwen en het belang van beschutting. De NVWA vermeldt dat houders hun schapen tegen extreme weersomstandigheden moeten beschermen.

Let tijdens je ronde op dieren die zich afzonderen, plots sloom worden, vermageren, anders lopen of een vervuild achterlijf hebben. Bekijk zo’n dier nader en bel de dierenarts als je vermoedt dat het ziek is. Het LICG over ziekteverschijnselen bij schapen.

Past dit ras bij je kudde? Vragen voor fokker en adviseur

Wil je een groep schapen op grasland houden en kun je het scheren en de klauwverzorging organiseren? Dan is de Bleu du Maine een ras om nader te bekijken. Is je doel fokken of kruisen, bespreek dan met de fokker waarom juist deze dieren bij dat doel passen. Vraag naar hun afstamming, beschikbare gegevens over de ouderdieren en hoe de dieren zich bij het hanteren gedragen. Een rasbeschrijving vervangt die informatie over het dier zelf niet. Franse rasbeschrijving; Nederlands stamboek.

Loop ook je eigen situatie langs. Is er plaats voor meerdere schapen? Waar vinden ze water en beschutting? Wie verzorgt ze als je weg bent, en wie kan scheren of helpen wanneer een dier afwijkend loopt? Bespreek met een ervaren schapenhouder of adviseur wat jouw weide en kudde in de praktijk vragen. Het LICG over groepshuisvesting en verzorging.

Welke papieren en registraties controleer je?

Vraag bij aanschaf welk bewijs van stamboekregistratie en afstamming bij het dier hoort. Controleer of het diernummer overeenkomt met de identificatie van het schaap. Een identificatiemiddel is op zichzelf geen bewijs van rasafkomst. Nederlands stamboek; RVO over identificatie.

Voor de locatie waar je in Nederland schapen houdt, is ook als hobbyhouder een UBN nodig. Regel bij een overdracht wie de aanvoer en afvoer in het identificatie en registratiesysteem meldt. Bij vervoer moet een vervoersdocument aanwezig zijn. RVO over het UBN en het melden en vervoersdocument.