Wollige bloedluis in appelboom herkennen en aanpak afwegen
Praktische gids
Wollige bloedluis in appelboom herkennen en aanpak afwegen
Zie je witte, wollige plekjes op je appelboom? Kijk eerst of er luizen onder het pluis zitten. Leg vast waar je ze ziet en controleer later dezelfde plekken opnieuw. Een kleine kolonie vraagt niet automatisch om bestrijding. Breidt de aantasting uit of groeit de boom minder goed, dan is nauwkeuriger kijken of teeltadvies verstandig. De NVWA beschrijft de herkenningskenmerken van appelbloedluis.

Inhoudsopgave
- Wollige bloedluis op de appelboom herkennen en onderscheiden van vogelmijt
- Aangetaste boomdelen en herhaalde controles vastleggen
- Boomconditie, onderhoud en nabije bomen vóór een maatregel
- Preventie, natuurlijke vijanden en bewijs voor mogelijke ingrepen
- Lokale toelating, etiket en teeltadvies bij hardnekkige aantasting
Wollige bloedluis op de appelboom herkennen en onderscheiden van vogelmijt
De wollige appelbloedluis heet Eriosoma lanigerum. De luizen zijn paarsbruin en bedekt met witte, wolachtige wasdraden. Zoek vooral op jonge scheuten, takken, de stam en bij snoeiwonden. Bij ernstige aantasting kunnen jonge scheuten misvormen en gallen op takken of stam ontstaan. Volgens de herkenningskaart van de NVWA en Naktuinbouw zitten deze luizen niet op de bladeren.
Wit pluis bewijst de soort nog niet: wasachtige afscheidingen van andere insecten en schimmelgroei kunnen erop lijken. Bekijk een bereikbare plek van dichtbij zonder de schors te beschadigen. Zie je geen luizen of twijfel je? Maak een foto van de plek en een scherp detail voor een teeltdeskundige. Stel ook bij een andere fruitboom niet alleen op basis van wit pluis dezelfde diagnose. University of California IPM beschrijft vergelijkbare insecten; de Nederlandse herkenningskaart noemt daarnaast meerdere mogelijke waardplanten.
De naam ‘bloedluis’ kan verwarren. Bij kippen bedoelt men daarmee een mijt die zich onder meer in het hok verschuilt. De appelbloedluis is een bladluis op de boom. Een middel voor een kippenhok is dus geen maatregel voor deze plaag. Het LICG licht de naam bij kippen toe.
Aangetaste boomdelen en herhaalde controles vastleggen
Kies enkele herkenbare plekken die je veilig kunt bekijken, bijvoorbeeld een snoeiwond, een stuk stam en jonge scheuten. Maak telkens vanuit ongeveer dezelfde richting een foto. Noteer zichtbare luizen apart van knobbels in de bast: zo’n gal kan ook wijzen op een eerdere aantasting. Snoeiwonden, schorsspleten en gallen worden beschreven door University of California IPM.
| Noteer | Vergelijk bij de volgende controle |
|---|---|
| Datum en plek | Bekijk je dezelfde boomdelen? |
| Kolonies | Zie je luizen op nieuwe plekken of veranderen bestaande kolonies? |
| Boom | Zijn er nieuwe misvormingen of veranderingen in de groei? |
| Omgeving | Wat is er sinds de vorige controle gesnoeid of veranderd? |
Dit overzicht helpt vergelijken; het is geen grens waarbij je verplicht moet ingrijpen.
Boomconditie, onderhoud en nabije bomen vóór een maatregel
Bekijk de hele situatie. Is het een jonge of gevestigde boom? Beperken de kolonies zich tot een paar bereikbare scheuten, of zitten ze ook op stam en dikke takken? Groeit de boom nog goed? Bovengrondse kolonies hoeven niet dezelfde betekenis te hebben als aantasting van de wortels. Vooral bij jonge bomen kan wortelaantasting ernstig zijn, maar uit een foto van takken kun je niet afleiden hoe de wortels eraan toe zijn. University of California IPM bespreekt dat verschil.
Noteer recent snoeiwerk en bekijk nabije appelbomen afzonderlijk. Zie je daar ook wit pluis, controleer dan opnieuw of er luizen onder zitten. Schrijf andere tekenen van achteruitgang apart op; ga niet zonder onderzoek uit van één oorzaak.
Preventie, natuurlijke vijanden en bewijs voor mogelijke ingrepen
Blijven volgen is een redelijke keuze als kolonies beperkt blijven en de boom verder goed groeit. Zit een kleine kolonie op een bereikbare plek, dan kun je de luizen voorzichtig plaatselijk met je vingers verwijderen zonder de schors te beschadigen. Controleer daarna of er elders nog kolonies zitten. De Britse Royal Horticultural Society noemt zowel beperkte aantasting verdragen als plaatselijk verwijderen als opties voor tuinbomen.
Natuurlijke vijanden kunnen helpen. Onder meer de sluipwesp Aphelinus mali en roofinsecten worden bij appelbloedluis beschreven; de Britse tuinbouwvoorlichting noemt ook oorwormen. Hun aanwezigheid bij een boom garandeert niet dat een kolonie meteen verdwijnt. Vermijd daarom een overhaaste maatregel die ook nuttige insecten kan raken. Een onderzoeksrapport bij Wageningen University & Research kon niet vaststellen of het uitzetten van A. mali de parasitering verhoogde. University of California IPM beschrijft de natuurlijke vijanden.
Weeg een ingreep af tegen wat je daadwerkelijk ziet: een bevestigde of nog onzekere soort, uitbreiding op dezelfde boom en de conditie van die boom. Een zichtbaar verwijderde kolonie betekent niet dat de aantasting overal voorbij is.
Lokale toelating, etiket en teeltadvies bij hardnekkige aantasting
Overweeg je in Nederland een gewasbeschermingsmiddel? Controleer dan eerst de actuele toelating bij het Ctgb, de toegestane toepassing en de gebruikerscategorie. Lees ook het volledige wettelijke gebruiksvoorschrift en het etiket: een samenvatting in de databank is niet genoeg. Voor gebruik door particulieren moet het middel zijn toegelaten voor niet professioneel gebruik. De Ctgb uitleg over de databank en de uitleg over gebruikerscategorieën helpen bij die controle. Deze gids kiest geen middel voor jouw boom.
Vraag een teeltdeskundige om hulp als de soort onduidelijk blijft, kolonies zich blijven uitbreiden, jonge scheuten duidelijk misvormen of de boom achteruitgaat. Neem je foto’s en aantekeningen mee. Daarmee kan de deskundige de vondst en de boom beoordelen voordat je een maatregel kiest.