Schapen

Rouge de l’Ouest schaap: uiterlijk, gebruik en verzorging

Rassenwijzer

Rouge de l’Ouest schaap: uiterlijk, gebruik en verzorging

De Rouge de l’Ouest is een schapenras uit het westen van Frankrijk, niet een verzamelnaam voor schapen uit die streek. Witte wol en een roodroze kop zijn herkenningspunten, maar bewijzen de afstamming van een individueel dier niet. Wil je er een houden of mee fokken? Kijk dan zowel naar de herkomst van het dier als naar de verzorging die je kunt bieden. De Franse rasorganisatie GEODE beschrijft de oorsprong en het gebruik; de Belgische rascommissie publiceert een standaard voor het uiterlijk.

Herkomst

Westen van Frankrijk

Uiterlijk

Witte lichaamswol; roodroze kop en onderbenen

Gebruik

Moederdieren en rammen voor de productie van lammeren, ook bij kruisingen

Bij selectie

Controleer afstamming en conditie naast het uiterlijk

Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Rasnaam, herkomst en rasstandaard van Rouge de l'Ouest
  3. Uiterlijke kenmerken en verschillen tussen dieren
  4. Gebruiksdoelen van het ras in de schapenhouderij
  5. Verzorging: voer, water, vacht, klauwen en huisvesting
  6. Herkomst en individuele conditie beoordelen bij de selectie

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Rouge de l’Ouest in het kort
Onderwerp Wat je moet weten
Herkomst Westen van Frankrijk
Uiterlijk Witte lichaamswol; roodroze kop en onderbenen
Gebruik Moederdieren en rammen voor de productie van lammeren, ook bij kruisingen
Bij selectie Controleer afstamming en conditie naast het uiterlijk

Rasnaam, herkomst en rasstandaard van Rouge de l’Ouest

Volgens GEODE ontstond het ras uit lokale schapen uit het westen van Frankrijk en Engelse rammen. De organisatie voert er een selectieprogramma voor. De rasnaam verwijst dus naar een bepaald ras, niet simpelweg naar de plaats waar een schaap vandaan komt.

Voor het uiterlijk is de standaard van de Belgische rascommissie een bruikbare referentie. Die beschrijft onder meer een onbewolde, hoornloze kop en witte wol op het lichaam. Het is een Belgische rasstandaard, geen Nederlandse wettelijke norm. Een dier kan op dat profiel lijken zonder dat daarmee zijn afstamming is aangetoond.

Uiterlijke kenmerken en verschillen tussen dieren

De Belgische standaard beschrijft een brede kop met rechtopstaande oren, een lange rechte rug en een brede achterhand. De wol bedekt het lichaam, maar niet de kop of de poten onder de knieën en spronggewrichten. Die onbewolde delen zijn roodroze. De standaard laat ook bepaalde kleurvlekjes op de kop toe; een kleine afwijking in kleur zegt dus niet alles over een dier. Bekijk de beschrijving van de kenmerken en afwijkingen.

Vergelijk een aangeboden schaap liever in zijn geheel dan op basis van één foto. Bekijk de kop, bouw en vacht, en vraag vervolgens welke gegevens de opgegeven afstamming ondersteunen. Zo houd je de vraag ‘lijkt dit dier op het ras?’ gescheiden van ‘is zijn herkomst aantoonbaar?’

Gebruiksdoelen van het ras in de schapenhouderij

GEODE beschrijft gebruik van ooien als moederdieren en inzet van rammen bij kruisingen. In het Franse selectieprogramma krijgen vleeskenmerken aandacht, naast eigenschappen voor het grootbrengen van lammeren. Dat zijn doelen van de fokkerij, geen belofte over de prestaties van een schaap dat je te koop ziet staan.

Bepaal daarom eerst wat je zoekt. Voor het fokken met rasdieren wil je de afstamming van het individuele dier kunnen nagaan. Zoek je een ram voor kruisingen, bespreek dan met de fokker welke informatie over juist die ram beschikbaar is. Houd je schapen zonder fokdoel, dan wegen een passende groep en uitvoerbare dagelijkse verzorging zwaarder dan een verwacht fokresultaat. GEODE licht toe hoe kwalificaties binnen zijn Franse selectieprogramma tot stand komen; het woord ‘ingeschreven’ alleen is niet hetzelfde als zo’n kwalificatie.

Verzorging: voer, water, vacht, klauwen en huisvesting

Verzorg een Rouge de l’Ouest als individueel schaap, niet volgens een vast rantsoen op basis van de rasnaam. Schapen zijn groepsdieren. Ze hebben ruwvoer en voortdurend toegang tot vers drinkwater nodig; aanvullend voer hangt af van onder meer levensfase en conditie. Het LICG beschrijft de basisverzorging van schapen.

Waar let je regelmatig op?
Onderdeel Praktische controle
Voer en water Controleer of passend ruwvoer en schoon drinkwater bereikbaar zijn. Kijk bij vorst of de drinkplek bruikbaar blijft.
Conditie Bekijk het dier en voel zo nodig de lichaamsconditie: een volle vacht kan vermagering aan het zicht onttrekken.
Vacht Houd de wol in de gaten en organiseer een scheerbeurt wanneer dat nodig is. Laat scheren over aan iemand die het beheerst.
Klauwen Let op de klauwen en op veranderingen in het lopen. Vraag hulp bij bekappen als je de werkwijze niet beheerst.
Weide Controleer de afrastering en zorg dat de dieren beschutting kunnen vinden die bij het weer past.

Het LICG bespreekt conditiecontrole, scheren en klauwverzorging. Voor houders in Nederland gelden daarnaast welzijnsregels: de NVWA noemt onder meer een geschikte weide, veilig voer en bescherming tegen extreme weersomstandigheden. Loopt een schaap duidelijk anders, zondert het zich af of vermoed je ziekte of letsel? Laat het dan door een dierenarts beoordelen.

Herkomst en individuele conditie beoordelen bij de selectie

Vraag de verkoper waar het schaap geboren is, wie de ouders zijn en welke afstammingsgegevens beschikbaar zijn. Vraag expliciet of het als rasdier wordt aangeboden of als kruising. Wil je ermee fokken, laat dan uitleggen welke documenten bij dit specifieke dier horen. Een roodroze kop of een foto van een ouderdier vervangt die gegevens niet. Bij een beroep op een Franse fokkwalificatie kun je vragen welk certificaat voor het dier beschikbaar is; GEODE beschrijft wat zijn kwalificatie inhoudt.

Bekijk het dier daarna rustig in zijn groep. Hoe loopt het, hoe alert is het en wat valt op aan de vacht en het achterlijf? Vraag of je ook de lichaamsconditie mag beoordelen en wat de houder weet over eerdere gezondheidsproblemen. Wat je ter plekke ziet, helpt bij je keuze, maar is geen garantie dat een dier gezond is. Bespreek twijfel over kreupelheid of ziekte met een dierenarts. Het LICG benadrukt het belang van conditiecontrole.

Regel vóór de overdracht ook de Nederlandse registratie. Voor een locatie waar je schapen houdt, heb je volgens RVO een UBN nodig, ook als hobbyhouder. Controleer de identificatiecode van het dier aan de hand van de gegevens van de verkoper. Schapen moeten twee goedgekeurde identificatiemiddelen hebben, waarvan minstens één elektronisch is. Na aankomst meld je de aanvoer binnen zeven kalenderdagen. Spreek vooraf af welke gegevens de verkoper voor de overdracht aanlevert.

Welke vraag past bij jouw doel?
Je doel Vraag vóór je kiest
Fokken met rasdieren Welke afstammingsdocumenten horen bij dit dier?
Een ram inzetten voor kruisingen Wat is bekend over deze ram en past dat bij jouw fokdoel?
Schapen houden zonder fokdoel Kun je een groep, dagelijkse zorg en geschikte beschutting bieden?