Roofmijt tegen bloedluis: wat moet u vooraf controleren?
Praktische gids
Roofmijt tegen bloedluis: wat moet u vooraf controleren?
Een roofmijt kan een natuurlijke vijand van bloedluis zijn, maar kies er niet een op basis van alleen die naam. Stel eerst vast welke parasiet in het hok zit. Vraag vervolgens welke roofmijtsoort wordt aangeboden, welke onderbouwing daarvoor bestaat en of de omstandigheden in uw hok passen. Leg ook vast hoe u het resultaat gaat volgen. In onderzoek met kleine proefkooien verminderden twee onderzochte roofmijtsoorten de aantallen bloedluizen, zonder de plaag uit te roeien.

Inhoudsopgave
- Bloedluis of een andere vogelparasiet: eerst herkennen
- Roofmijt of bloedluis: welke soort is bedoeld en wat is onderbouwd?
- Hok, besmettingsdruk, onderhoud en eerdere middelen: past inzet hier?
- Bloedluis vóór en na inzet volgen: wanneer is advies nodig?
- Schoonmaak en andere maatregelen naast natuurlijke vijanden
Bloedluis of een andere vogelparasiet: eerst herkennen
De bloedluis bij kippen is geen luis, maar de rode vogelmijt, Dermanyssus gallinae. Deze mijt schuilt overdag onder meer in kieren en onder zitstokken en komt vooral in de avond en nacht tevoorschijn om bloed te zuigen. Kijk dus ook rond de slaapplaatsen, niet alleen op de kip. Korsten tussen de schubben van de poten passen bijvoorbeeld bij kalkpoten, die door een andere mijt worden veroorzaakt. Het LICG beschrijft deze verschillen.
Noteer waar en wanneer u iets aantreft en maak zo mogelijk een duidelijke foto. Is niet helder welke parasiet het is? Laat de vondst beoordelen door een dierenarts of deskundige op het gebied van pluimveeparasieten voordat u een natuurlijke vijand kiest.
Roofmijt of bloedluis: welke soort is bedoeld en wat is onderbouwd?
Bloedluis is het doelorganisme; roofmijt is een verzamelnaam voor mogelijke natuurlijke vijanden. Onderzoekers testten Androlaelaps casalis en Stratiolaelaps scimitus tegen rode vogelmijt. Hun resultaten uit kleine proefkooien zijn geen garantie voor een willekeurige roofmijt of voor uw kippenhok. Ook zaten de roofmijten en bloedluizen in de proef deels op andere plekken. Lees daarom wat precies is onderzocht en vraag bij een aangeboden soort naar toepassingsgegevens voor een vergelijkbare situatie.
| Onderwerp | Vraag |
|---|---|
| Identiteit | Wat is de volledige wetenschappelijke naam van de geleverde soort? |
| Onderbouwing | Is inzet tegen Dermanyssus gallinae onderzocht, en in welk type verblijf? |
| Praktijk | Welke omstandigheden, bewaring en beperkingen noemt de actuele instructie? |
Controleer vóór het uitzetten ook de Nederlandse regels voor precies die soort. RVO legt uit welke soorten vergunningvrij zijn en wanneer een omgevingsvergunning nodig is. Bij een commercieel product kan een vergunning van de producent ook toestemming geven aan kopers. Vraag de aanbieder welke regeling voor de aangeboden soort en toepassing geldt.
Hok, besmettingsdruk, onderhoud en eerdere middelen: past inzet hier?
Vertel een specialist waar u bloedluis hebt aangetroffen: bijvoorbeeld bij de zitstok, in het legnest of in moeilijk bereikbare naden. Beschrijf wat u kunt reinigen en wanneer u dat gewoonlijk doet. De proef met roofmijten laat zien dat de plaats van prooi en roofmijt ertoe kan doen; de onderzoekers wijzen ook op mogelijke invloed van middelen die in het verblijf worden gebruikt.
- Besmetting: op welke plekken vindt u bloedluis, en neemt de overlast bij opeenvolgende controles toe?
- Hok en onderhoud: welke naden, zitstokken en legnesten kunt u bereiken, en welke delen maakt u wanneer schoon?
- Eerdere middelen: welke reinigers, ontsmettingsmiddelen of bestrijdingsmiddelen hebt u gebruikt, waar en wanneer? Neem de productnamen mee naar het adviesgesprek.
- Geschiktheid: welke voorwaarden stelt de aanbieder voor deze roofmijtsoort, en wanneer raadt die inzet af?
Gebruik andere middelen niet automatisch tegelijk met levende roofmijten. Vraag naar mogelijke wisselwerking met de middelen die u hebt gebruikt. Overweegt u een biocide, controleer dan afzonderlijk de Nederlandse toelating en het gebruiksvoorschrift voor de bedoelde toepassing. De NVWA licht deze controle toe.
Bloedluis vóór en na inzet volgen: wanneer is advies nodig?
Leg vóór een eventuele inzet vast wat u aantreft. Kies controleplekken bij de slaapplaatsen en bekijk bij volgende controles dezelfde plekken op dezelfde manier. Noteer de datum, uw waarneming en iedere schoonmaakbeurt of andere ingreep. Zo kunt u het verloop beter vergelijken, zonder een verandering meteen aan de roofmijten toe te schrijven. Bij onderzoek naar monitoring van vogelmijt benadrukt Wageningen dat de plaats van controlepunten van belang is; het project geeft geen vast schema voor ieder hobbyhok.
| Noteer | Wat u vergelijkt |
|---|---|
| Plek en methode | Bekijk dezelfde plekken op dezelfde manier. |
| Vondsten | Beschrijf wat u ziet en bewaar eventueel vergelijkbare foto’s. |
| Andere ingrepen | Schrijf op wat u hebt schoongemaakt of gebruikt. |
| Kippen | Noteer opvallende veranderingen in gedrag of conditie. |
Blijven de vondsten toenemen of blijft de overlast bestaan, laat dan de parasiet en de gekozen aanpak opnieuw beoordelen. Neem contact op met een dierenarts als kippen ziek of opvallend lusteloos lijken. Volgens het LICG kan bloedluis bij kippen met bloedarmoede samengaan; zulke verschijnselen vragen om beoordeling, niet om een diagnose op basis van dit overzicht.
Schoonmaak en andere maatregelen naast natuurlijke vijanden
Blijf het hok inspecteren en schoonhouden, ook als u roofmijten overweegt. Schone, goed bereikbare zitstokken en legnesten helpen u plekken waar bloedluis schuilt te controleren. Bespreek bij veel vondsten of zieke kippen welke aanpak voorrang heeft en hoe maatregelen elkaar beïnvloeden. Milieu Centraal behandelt hygiëne en natuurlijke vijanden als verschillende onderdelen van de aanpak; voor zieke kippen verwijst het naar de dierenarts. Geen van deze stappen maakt het overbodig om te blijven controleren wat er in uw hok gebeurt.