Runderen

Murnau Werdenfelser rund: herkomst, kenmerken en verzorging

Bruine koe met donkere poten, een donkere staartpluim en lichte hoorns met donkere punten, staand op gras naast een houten schuilplek.

Rassenwijzer

Murnau Werdenfelser rund: herkomst, kenmerken en verzorging

Het Murnau Werdenfelser rund is een oud Beiers runderras met twee gebruiksrichtingen: melk en vlees, of vleesproductie met moederkoeien. Of een dier bij jouw houderij past, hangt vervolgens af van zijn achtergrond, gezondheid, omgang met mensen en de voorzieningen die je kunt bieden. Bekijk het Duitse fokprogramma.

Bruine koe met donkere poten, een donkere staartpluim en lichte hoorns met donkere punten, staand op gras naast een houten schuilplek.
Duitse rasnaam

Murnau-Werdenfelser

Herkomst

Beieren

Gebruik

Melk en vlees, of vleesproductie met moederkoeien

Status

Sterk bedreigd, categorie II, volgens het Duitse fokprogramma dat op 11 maart 2025 inging

Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Officiële rasnaam, herkomst en status
  3. Bevestigde uiterlijke kenmerken en gebruiksrichtingen
  4. Fokdoel en individuele verschillen bij huisvesting en omgang
  5. Water, voer, beschutting, klauwen en dagelijks toezicht
  6. Stamboek, herkomst en vragen aan de houder bij aankoop

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Het ras in het kort
Onderwerp Rasinformatie
Duitse rasnaam Murnau-Werdenfelser
Herkomst Beieren
Gebruik Melk en vlees, of vleesproductie met moederkoeien
Status Sterk bedreigd, categorie II, volgens het Duitse fokprogramma dat op 11 maart 2025 inging

Officiële rasnaam, herkomst en status

De Duitse rasorganisatie gebruikt de naam Murnau-Werdenfelser en voert een fokboek voor het ras. De schrijfwijze zonder koppelteken verwijst in dit artikel naar hetzelfde runderras, niet naar runderen uit Beieren in het algemeen. Het fokprogramma noemt het een oud Beiers landras. Bekijk de fokboeken van de rasorganisatie.

Het fokprogramma vermeldt de Duitse indeling sterk bedreigd, categorie II. Die aanduiding is geen actuele telling van alle levende dieren en zegt niets over de afstamming van een aangeboden rund. Wil je ermee fokken, vraag dan de rasorganisatie naar de geregistreerde afstamming en naar passende keuzes voor jouw dier. Bekijk de status en fokdoelen in het programma.

Bevestigde uiterlijke kenmerken en gebruiksrichtingen

Volgens het Duitse fokprogramma loopt de vachtkleur uiteen van lichtgeel en geelbruin tot donkerder roodbruin; stieren zijn doorgaans donkerder. Het beschrijft ook een lichte rugstreep, donkere pigmentatie van onder meer snuit, staartkwast en klauwen, en lichte hoorns met zwarte punten. De rugstreep valt niet bij ieder dier even sterk op. Uiterlijk alleen is daarom geen bewijs van afstamming. Bekijk de rasbeschrijving.

Bereiken voor volwassen dieren in het Duitse fokprogramma
Dier Schofthoogte Gewicht
Koe 125 tot 135 cm 500 tot 600 kg
Stier 130 tot 145 cm 800 tot 950 kg

Deze rasgegevens zijn geen maten of gewichten van het dier dat je wilt kopen. De oorspronkelijke fokrichting combineert melk en vlees; daarnaast beschrijft het programma vleesproductie met moederkoeien. Vraag welke richting en welke gegevens bij de aangeboden lijn horen, in plaats van een individuele prestatie uit de rasnaam af te leiden. Bekijk de gebruiksrichtingen en rasgegevens.

Fokdoel en individuele verschillen bij huisvesting en omgang

In het fokprogramma krijgen sterke klauwen en belastbaar beenwerk aandacht als fokdoel. Dat belooft niet dat elk dier probleemloos over een nat of steil perceel loopt. Bekijk het aangeboden rund in beweging en vraag naar eerdere problemen met lopen of klauwen. Bekijk het fokdoel.

Vragen om jouw houderij met het dier te vergelijken
Onderwerp Vraag vóór aankoop
Groep Welke dieren staan er al, en hoe kun je een nieuw rund rustig introduceren?
Omgang Hoe reageert dit dier wanneer de houder het voert, controleert en verplaatst?
Terrein Waar wordt de bodem glad of nat, en kun je daar veilig werken?
Voorzieningen Kan ieder dier bij voer, water en een geschikte rustplek?

Beoordeel hanteerbaarheid per dier. RVO beschrijft dat reacties van runderen verschillen en dat omgang met stieren bijzondere risico’s heeft. Laat de houder daarom tonen hoe het aangeboden dier normaal wordt verplaatst; zorg vóór aankoop dat je daarvoor zelf een veilige werkwijze en geschikte voorzieningen hebt. Lees de beoordeling van runderen door RVO.

Water, voer, beschutting, klauwen en dagelijks toezicht

Ook voor dit ras gelden de Nederlandse regels voor goede verzorging: voldoende geschikt voer en water, bescherming tegen slecht weer en verzorging door iemand met de juiste kennis. Stem het voer af op het dier en het gebruiksdoel, zo nodig met een rundveedeskundige. Een rasnaam is geen rantsoen. Bekijk de verzorgingsregels van RVO.

Praktische controle bij de verzorging
Onderdeel Waar let je op?
Water en voer Zijn de voorzieningen schoon en bruikbaar, en komen alle dieren erbij?
Beschutting Kunnen de dieren een plek bereiken die beschermt tegen het actuele weer?
Lopen en klauwen Loopt een dier anders dan gewoonlijk, ontziet het een poot of blijft het achter?
Groep en verblijf Valt een dier buiten de groep en zijn looproutes en voorzieningen veilig?

Controleer voorzieningen en dieren met een frequentie die bij het houderijsysteem en hun toestand past. Afwijkend lopen kan een signaal van een klauwprobleem zijn, maar is op zichzelf geen diagnose. Laat een dier met een opvallende gang beoordelen; zorg direct voor een ziek of gewond dier en neem contact op met een dierenarts als de situatie niet verbetert. RVO licht toezicht en zorg toe; Royal GD beschrijft signalen bij klauwaandoeningen.

Bij hitte in de wei zijn voldoende water en schaduw belangrijk. De NVWA geeft aan dat het ontbreken van schaduw bij hitte een overtreding kan zijn, ook voordat dieren zichtbaar last hebben. Kies drinkvoorzieningen en beschutting op basis van de groep en de plek waar ze worden gebruikt, niet uitsluitend op basis van het ras. Bekijk de aanwijzingen van de NVWA.

Stamboek, herkomst en vragen aan de houder bij aankoop

Hoe controleer je de afstamming?

Vraag naar de identificatiecode van het dier en naar een actuele bevestiging van zijn fokboekinschrijving. Vergelijk de code op het dier met de documenten en vraag in welke afdeling en klasse het staat. Het Duitse fokprogramma onderscheidt voor vrouwelijke dieren een hoofdafdeling en een aanvullende afdeling; de documenten die daarbij horen zijn niet hetzelfde. Vraag bij een geregistreerd fokdier welke fokkerijdocumenten beschikbaar zijn en laat onduidelijkheden door de uitgevende organisatie ophelderen. Een oormerk bewijst de identiteit, niet op zichzelf de fokboekstatus. Bekijk de fokboekindeling en documentatie.

Wat bespreek je met de houder?

Vraag waar het dier is geboren en gehouden, wie de geregistreerde ouders zijn en aan welke groep en omgang het gewend is. Bespreek bijzonderheden bij lopen, klauwen en eerdere diergeneeskundige zorg. Vraag bij een drachtig dier ook welke gegevens over de dekking of inseminatie beschikbaar zijn. Bekijk het dier ter plaatse: zo kun je de documenten, de uitleg van de houder en wat je zelf ziet naast elkaar leggen.

Komt het rund vanuit Duitsland naar Nederland, houd dan fokboekgegevens en Nederlandse registratie uit elkaar. Volgens RVO moet een rund uit een ander land binnen de EU bij import een paspoort bij zich hebben. De import moet binnen drie werkdagen in het Nederlandse I&R systeem worden gemeld; iedere rundveehouder houdt ook een bedrijfsregister bij. Bekijk de actuele registratieinformatie van RVO.