Melkziekte bij schapen: veranderingen rond het lammeren doorgeven
Praktische gids
Melkziekte bij schapen: veranderingen rond het lammeren doorgeven
Eet een ooi rond het lammeren plots minder, is zij sloom of staat zij moeilijk op? Bel de dierenarts en vertel wat u ziet. Melkziekte bij schapen gaat samen met een te laag calciumgehalte in het bloed en kan vóór of na het aflammeren optreden. Aan de verschijnselen alleen kunt u niet zien of dit de oorzaak is. Lees meer bij de dierenartsenpraktijk over ziekten rond het aflammeren.

Inhoudsopgave
- Dracht, lammeren en lactatie: gegevens voor de dierenarts
- Veranderingen opmerken en de urgentie met de dierenarts bespreken
- Waarom dezelfde verschijnselen ook een andere oorzaak kunnen hebben
- Welke vragen en gegevens neemt u mee in het gesprek met de dierenarts?
- Voermanagement preventief bespreken met dierenarts en voedingsadviseur
Dracht, lammeren en lactatie: gegevens voor de dierenarts
Vertel in welke fase de ooi zit. De periode rond het lammeren helpt de dierenarts uw waarnemingen te plaatsen: melkziekte wordt zowel vóór als na het aflammeren gezien. Het veterinaire handboek van MSD beschrijft het belang van de voorgeschiedenis bij de beoordeling.
- Nog drachtig: geef de verwachte lammerdatum door en, als u dat weet, hoeveel lammeren worden verwacht.
- Bezig met lammeren: vertel wanneer het begon, wat er sindsdien is gebeurd en of er al lammeren zijn geboren.
- Al gelammerd: noem de lammerdatum, het aantal geboren lammeren en of u hebt gezien dat ze bij de ooi drinken.
Weet u iets niet zeker? Zeg dat gewoon. U hoeft niet eerst alle gegevens te verzamelen om te kunnen bellen.
Veranderingen opmerken en de urgentie met de dierenarts bespreken
Beschrijf het verschil met het gewone gedrag van deze ooi. Blijft zij achter bij de groep, eet zij minder, loopt zij stijf of wankel, of komt zij niet overeind? Deze verschijnselen zijn beschreven bij melkziekte; plotselinge sloomheid of afzondering kan ook in bredere zin wijzen op ziekte. Zie de informatie van de dierenartsenpraktijk en het LICG over het schaap.
Bel direct als de ooi niet meer kan staan, nauwelijks reageert of snel achteruitgaat. Meld dat meteen aan het begin van het gesprek. Neem ook bij minder ernstige maar nieuwe veranderingen contact op en vraag hoe snel de dierenarts de ooi moet beoordelen. MSD beschrijft dat ernstige verschijnselen snel kunnen ontstaan.
Waarom dezelfde verschijnselen ook een andere oorzaak kunnen hebben
Een ooi die tegen het einde van de dracht minder eet en zwakker wordt, heeft niet automatisch melkziekte. Bij slepende melkziekte speelt een verstoorde energievoorziening; de verschijnselen kunnen op die van melkziekte lijken. De aandoeningen kunnen bovendien samen voorkomen. Daarom zijn uw waarnemingen en de tijdlijn belangrijker dan een eigen diagnose. De dierenartsenpraktijk legt het verschil uit; MSD beschrijft slepende melkziekte en de mogelijke overlap.
Welke vragen en gegevens neemt u mee in het gesprek met de dierenarts?
Gebruik deze kaart als geheugensteun tijdens het bellen. Houd ook de gegevens over dracht of lammeren uit het eerste overzicht bij de hand.
| Onderwerp | Wat u doorgeeft |
|---|---|
| Welke ooi? | De herkenning van het dier, waar zij staat en of andere ooien vergelijkbaar gedrag vertonen. |
| Wanneer begon het? | Wanneer u haar voor het laatst normaal zag, wanneer de verandering opviel en of zij sindsdien achteruitgaat. |
| Wat ziet u nu? | Of zij eet, herkauwt, loopt, zelfstandig staat en op u reageert. Beschrijf wat u zelf hebt waargenomen. |
| Wat veranderde er? | Recent ander voer, minder voeropname, verplaatsing of een verandering in huisvesting of weidegang. |
| Wat is al bekend? | Eerdere bijzonderheden bij deze ooi en eventuele bevindingen of adviezen van de dierenarts. |
Vraag hoe snel de ooi beoordeeld moet worden, welke informatie de dierenarts nog nodig heeft en of u ook bij de andere ooien ergens op moet letten. Spreek af wanneer u opnieuw belt als haar toestand verandert.
Voermanagement preventief bespreken met dierenarts en voedingsadviseur
Als de ooi is beoordeeld, kunt u met de dierenarts en een deskundige in schapenvoeding het voer van de groep bespreken. Neem mee welk voer de ooien krijgen, wat zij daadwerkelijk lijken op te nemen en of er recent iets is gewijzigd. Vraag of het rantsoen past bij de fase van dracht of lactatie en bij deze groep. Voldoende passende voeding en aandacht voor plotselinge voerveranderingen zijn onderdeel van preventie rond het lammeren, zoals beschreven in het veterinaire handboek van MSD.