Zere bekjes bij schapen: veranderingen vastleggen en hulp zoeken
Praktische gids
Zere bekjes bij schapen: veranderingen vastleggen en hulp zoeken
Zie je korstjes of wondjes rond de bek van een schaap? Noteer wat je ziet en let op of het dier eet en drinkt. Bel de dierenarts als een schaap pijn lijkt te hebben, minder opneemt of als meer dieren klachten krijgen. Korstjes alleen vertellen je niet wat de oorzaak is. Zere bekjes is een Nederlandse naam voor ecthyma of orf; in Duitstalige veterinaire informatie heet die aandoening ook Lippengrind. Dat is een mogelijke verklaring, geen diagnose voor jouw schaap. Lees meer bij Royal GD over ecthyma en de veterinaire onderzoeksdienst van Baden Württemberg over de Duitstalige naam.

Inhoudsopgave
Handig bij deze gids
Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.
Dieren herkenbaar noteren

Oormerkstift Watervast – Allflex
Met deze watervaste stift kun je een nummer op een oormerk of nekplaatje schrijven en dat gebruiken in je observatieoverzicht.
Let op bij je keuze Controleer of het oormerk of nekplaatje een beschrijfbaar vlak heeft.
De weide anders indelen

Schapennet 50 m, 106 cm Hoog met Dubbelpunt – Euro-Netz Combi
Met dit verplaatsbare schapennet kun je een weide anders indelen als je met de dierenarts bespreekt of afzondering passend is.
Let op bij je keuze Bepaal eerst met de dierenarts of en hoe je de dieren apart zet, en controleer of je elektrische afrastering geschikt is.
Zichtbare veranderingen rond bek en spenen
Beschrijf waar je een verandering ziet: bijvoorbeeld aan een lip, rond de neus of, bij een ooi die een lam zoogt, aan een speen. Schrijf op of je een bultje, blaasje, wondje of korst ziet en of de plek verandert. Zulke verschijnselen kunnen bij ecthyma voorkomen, maar vergelijkbare afwijkingen kunnen ook een andere oorzaak hebben. Het RIVM beschrijft zichtbare veranderingen bij dieren; het Merck Veterinary Manual beschrijft ook afwijkingen aan spenen en andere mogelijke oorzaken.
Kijk zonder de bek open te forceren of korsten los te maken. Kun je zonder extra hanteren een foto nemen, noteer dan van welk dier die is en wanneer je hem maakte. Een foto helpt om een verandering te beschrijven, niet om zelf een diagnose te stellen.
Leeftijd, contact en aantal betrokken schapen
Noteer of het om een lam of een volwassen schaap gaat. Ecthyma wordt vooral bij lammeren gezien, maar kan ook bij oudere dieren voorkomen. Schrijf bij een lam op bij welke ooi het drinkt. Tel hoeveel dieren je hebt bekeken en bij hoeveel dieren je een vergelijkbare plek ziet. Zo kun je de dierenarts vertellen wat er in de groep verandert. Bron: RIVM over verschijnselen bij dieren.
| Wat noteer je? | Vul per dier of per groep in |
|---|---|
| Moment | Wanneer zag je de verandering voor het eerst? Wanneer keek je opnieuw? |
| Dier | Nummer of herkenning, lam of volwassen schaap en, bij een zogend lam, de ooi. |
| Plek en uiterlijk | Waar zit de afwijking en wat zie je? Vermeld de datum van een eventuele foto. |
| Eten en drinken | Eet en drinkt het schaap zoals gewoonlijk? Zie je het lam bij de ooi drinken? |
| Groep | Hoeveel dieren heb je bekeken en hoeveel hebben een vergelijkbare verandering? |
| Contact | Welke dieren stonden samen? Welke voerplekken, materialen en verzorgers delen zij? |
| Overleg | Wanneer belde je de dierenarts en wat is voor de volgende controle afgesproken? |
Vul het overzicht aan als je bij een volgend dier een afwijking ziet. Contact tussen dieren en gedeeld materiaal zijn nuttig om te bespreken, maar je kunt uit zo’n contactmoment niet afleiden waar een klacht vandaan komt. De RIVM richtlijn over orf beschrijft direct en indirect contact als mogelijke overdrachtsroutes.
Veilig contact met schapen en hygiëne
Orf kan van schapen op mensen overgaan. Draag daarom handschoenen en beschermende kleding bij de verzorging, vermijd direct contact met verdachte plekken en was na contact je handen met water en zeep. Trek de kleding die je bij de dieren droeg daarna uit om die te wassen. Eet of drink niet bij de dieren. Mensen met wondjes aan de handen, jonge kinderen en mensen met een verminderde afweer kunnen contact met dieren met verdachte plekken beter vermijden. Zie het RIVM advies over orf en de RIVM richtlijn voor preventie.
Krijgt iemand na contact met schapen huidklachten, vertel de huisarts dan wanneer dat contact plaatsvond. Het RIVM adviseert diercontact te vermelden bij klachten na contact met schapen of geiten.
Bij pijn, voerproblemen of verspreiding de dierenarts raadplegen
Bel de dierenarts als een schaap duidelijk pijn heeft, minder eet of drinkt, een lam niet goed bij de ooi drinkt, een zogende ooi plekken aan de spenen heeft of een dier sloom wordt. Wacht bij een lam dat niet drinkt niet tot de volgende gewone controleronde. Neem ook contact op als meer dieren afwijkingen krijgen. Bekafwijkingen kunnen de voedselopname hinderen; ook pijnlijke spenen kunnen het zogen verstoren. Het LICG adviseert een dierenarts te waarschuwen bij een vermoeden van ziekte; het Merck Veterinary Manual beschrijft problemen met eten en zogen bij ecthyma.
Vertel aan de telefoon welk dier het betreft, sinds wanneer je iets ziet, hoeveel dieren betrokken zijn en wat je bij eten, drinken of zogen hebt opgemerkt. Vraag hoe de dierenarts de dieren wil beoordelen en wat je intussen het beste kunt doen.
Contactpunten en schoonmaak in de omgeving bespreken
Loop na welke voerplekken, hekken, stro en hulpmiddelen de dieren delen. Noteer wat je al hebt schoongemaakt en bespreek met de dierenarts of afzondering en verdere schoonmaak passend zijn. Bij orf kunnen korsten en besmet materiaal een rol spelen bij overdracht. Schoonmaak bewijst niet dat de oorzaak is gevonden en vervangt geen beoordeling van een ziek dier. Bron: RIVM richtlijn over orf en preventie.