Kudde verplaatsen tussen weidegebieden: de tocht voorbereiden
Praktische gids
Kudde verplaatsen tussen weidegebieden: de tocht voorbereiden
Wil je een schaapskudde te voet naar een ander weidegebied brengen? Beoordeel de route eerst met een ervaren herder. Regel de toegang tot wegen, paden en terreinen, en controleer of de kudde onderweg kan drinken en op de bestemming terechtkan. Vertrek pas als ook duidelijk is waar de dieren veilig kunnen wachten wanneer de tocht anders loopt dan gepland.

Inhoudsopgave
- Producten bij deze gids
- Afstand, terrein, kudde en bestemming met een herder beoordelen
- Beheerders van wegen, paden en weidegebieden in kaart brengen
- Begeleiding, afrastering, water, rust en bereikbare hulp
- Kudde tellen, identificatie controleren en aankomstweide inspecteren
- Uitwijkplan bij verkeer, weersomslag en een dier dat niet mee kan
Handig bij deze gids
Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.
Een tijdelijke wachtplek

Schapennet 50 m, 106 cm Hoog met Dubbelpunt – Euro-Netz Combi
Met dit verplaatsbare schapennet kun je een deel van de weide afzetten waar de kudde volgens afspraak kan wachten.
Let op bij je keuze Laat de herder ter plaatse beoordelen of 50 meter net en een elektrische afrastering bij de plek en de kudde passen.
Een doorgang in de afrastering

Poortgreep met Extra Grote Haak, Zwart – ZoneGuard Basic Poortgreep plus
Een poortgreep helpt om een doorgang in de afrastering te openen en na de passage weer te sluiten.
Let op bij je keuze Controleer of de greep past bij de afrastering en de geplande doorgang.
Dit gaat over een geplande tocht tussen weidegebieden, niet over kort drijven op het erf of vervoer in een voertuig.
Afstand, terrein, kudde en bestemming met een herder beoordelen
Bekijk met de herder de hele route, niet alleen de afstand op de kaart. Waar liggen smalle doorgangen, hekken, bruggen, modderige stukken en ontmoetingen met verkeer? Bekijk twijfelpunten zo nodig ter plaatse. Een kortere weg is niet vanzelf de rustigste weg voor deze groep.
Bespreek ook welke dieren meegaan. Let op schapen die moeilijk lopen, achterblijven of extra begeleiding nodig hebben, bijvoorbeeld wanneer er ooien met lammeren zijn. Laat een dier dat niet goed meekan beoordelen in plaats van de groep sneller te drijven. Het LICG adviseert de conditie en klauwen van schapen te controleren; problemen met de klauwen kunnen lopen pijnlijk maken.
Wat zet je op de routekaart?
| Punt | Vraag voor vertrek | Afspraak om vast te leggen |
|---|---|---|
| Vertrek en aankomst | Welke dieren gaan mee en is de ontvangende weide klaar? | Wie telt de kudde en wie bedient de poorten? |
| Doorgangen en oversteken | Kan de groep er volgens de herder rustig en veilig langs? | Wie beheert de plek en welke afspraken gelden voor het gebruik? |
| Drinken en wachten | Waar kunnen de dieren terecht als de tocht langer duurt? | Wie controleert de plek en de voorziening vóór vertrek? |
| Uitwijken | Waar kan de kudde wachten als een doorgang vervalt? | Wie beslist over stoppen, omkeren of een andere route? |
Beheerders van wegen, paden en weidegebieden in kaart brengen
Zoek voor de betrokken wegen uit wie de beheerder is. Dat kan Rijkswaterstaat, een provincie, gemeente of waterschap zijn. De wegbeheerderskaart van Rijkswaterstaat helpt bij het zoeken; de Rijksoverheid licht de verschillende wegbeheerders toe. Een vermelding op de kaart is geen toestemming om er met een kudde te lopen.
Noteer daarnaast wie de paden, doorgangen, rustplekken en weidegebieden beheert. Vraag de betrokken partijen welke toegang, afspraken of toestemmingen voor jouw route nodig zijn. Bespreek bij een oversteek ook wat je doet als die op de afgesproken dag niet bruikbaar is. Laat de herder beoordelen of de uitkomst voor deze kudde uitvoerbaar is.
Begeleiding, afrastering, water, rust en bereikbare hulp
Spreek af wie de kudde leidt, wie bij lastige punten overzicht houdt en wie beheerders belt als de planning verandert. Laat de herder bepalen welke begeleiding en tijdelijke afzetting passen bij de groep en de plek. Het LICG noemt schapennetten en schrikdraad als mogelijkheden voor tijdelijke afzetting van een weiland; controleer een afgesproken rustplek en de afrastering ter plaatse.
Markeer waar de dieren kunnen drinken en wachten, ook bij vertraging. Schapen moeten toegang tot vers drinkwater hebben. Houd bij warm weer rekening met water en schaduw en stel de tocht bij extreme weersomstandigheden ter discussie. De NVWA beschrijft de verplichting om schapen tegen extreem weer te beschermen en wijst bij hitte op het belang van water en schaduw.
Zet de telefoonnummers van de herder, betrokken beheerders en dierenarts bij de routekaart. Noteer hoe hulp een rustplek of de aankomstweide kan bereiken.
Kudde tellen, identificatie controleren en aankomstweide inspecteren
Controleer de ontvangende weide voordat de groep vertrekt. Zijn poorten en afrastering in orde, is er drinkwater en kan de kudde er volgens afspraak terecht? Kijk ook naar afval en planten die een risico kunnen vormen. Het LICG waarschuwt onder meer voor taxus en benadrukt de beschikbaarheid van vers drinkwater.
Tel de schapen bij vertrek en na het sluiten van de poort op de bestemming. Controleer vooraf de identificatie. Volgens RVO moeten schapen twee goedgekeurde identificatiemiddelen hebben, waarvan er minstens één elektronisch is. Gaat een dier al vóór de gebruikelijke termijn van de locatie af of over de openbare weg, dan moet het vóór die verplaatsing gemerkt zijn. Voor een nog niet gemeld lam kan ook de geboortemelding vóór vertrek nodig zijn.
Ga na welke percelen bij het vertrek en de bestemming onder hetzelfde UBN vallen. Eén UBN kan meerdere percelen omvatten; bij twijfel kun je volgens RVO een situatieschets voorleggen. Controleer ook welke aanvoer- of afvoermeldingen en welk vervoersdocument voor de concrete verplaatsing nodig zijn. RVO beschrijft de meldingen en het vervoersdocument; vraag bij twijfel hoe die regels op jouw tocht te voet van toepassing zijn.
Uitwijkplan bij verkeer, weersomslag en een dier dat niet mee kan
Bespreek vóór vertrek drie mogelijke onderbrekingen met de herder:
- Een oversteek valt uit. Waar kan de groep buiten het verkeer wachten, en wie overlegt met de beheerder?
- Het weer slaat om. Welke afgesproken plek biedt de dieren passende beschutting en toegang tot water?
- Een dier kan niet verder. Wie blijft bij het dier, wie belt de dierenarts en waar wacht de rest van de kudde?
Beslis vóór de tocht wie kan stoppen of uitwijken. Is een noodzakelijke doorgang, wachtplek of voorziening niet geregeld, kies dan samen met de herder een andere route of vertrekdag. Tel de kudde na aankomst opnieuw en werk eventuele meldingen bij op basis van wat er daadwerkelijk is gebeurd.