Geitenweide en begrazing praktisch plannen
Praktische gids
Geitenweide en begrazing praktisch plannen
Begin een geitenweide met een rondgang, niet met de vraag hoeveel groen de dieren kunnen opeten. Kijk wat bereikbaar is, regel water en beschutting en bepaal wie de geiten en de grenzen controleert. Geiten eten ook van takken en bladeren; onbekende begroeiing is dus niet vanzelf geschikt. Het LICG beschrijft de behoeften van geiten.

Inhoudsopgave
- Producten bij deze gids
- Het terrein beoordelen op toegang, obstakels, planten en contact met derden
- Weidegang of gericht terreinbeheer: doel en deskundigheid
- Water, beschutting en gezelschap tijdens de inzet controleren
- Poorten en kwetsbare grenzen voor toezicht en afrastering inventariseren
- Observaties die aanpassing van beheer of locatie vragen
Handig bij deze gids
Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.
Een verplaatsbare weidegrens

Schapennet 50 m, 106 cm Hoog met Dubbelpunt – Euro-Netz Combi
Met dit elektrische schapennet voor geiten kun je de grens aanpassen als de indeling van de weide verandert.
Let op bij je keuze Beoordeel vóór plaatsing of de mazen en de hoogte passen bij jouw geiten, vooral als ze hoorns hebben.
Een drinkplek buiten

Voertrog van Natuurrubber voor Voer en Water, 32 l – Gobel
Deze trog van 32 liter kun je buiten met water vullen op een bereikbare plek in de weide.
Let op bij je keuze Controleer tijdens iedere ronde of het water vers is en alle geiten bij de trog kunnen.
Water meenemen tijdens de ronde

Emmer met Vlakke Kant 15 l Blauw – Vplast
Met deze emmer kun je water meenemen van de stal naar de weide.
Let op bij je keuze Gebruik de emmer voor het bijvullen en controleer ook of de vaste drinkplek bereikbaar blijft.
Maak tijdens die rondgang een eenvoudige schets van het terrein. Teken de poorten, plekken die buiten bereik moeten blijven, water, beschutting en je controleroute in. Zo zie je vóór de inzet welke vragen nog openstaan.
Het terrein beoordelen op toegang, obstakels, planten en contact met derden
Loop ook langs de randen. Kun je de dieren en het drinkwater bereiken? Markeer kuilen, scherpe voorwerpen, los materiaal, gladde stukken en plekken waar een geit klem kan raken. Kijk waar bezoekers, buren of andere dieren dicht bij de weide komen en wie toegang tot de poorten heeft.
Bekijk het groen binnen de grens én takken die eroverheen hangen. Houd onbekende planten en snoeiafval buiten bereik totdat iemand met kennis van planten en geiten heeft beoordeeld wat het is. Dat een geit ergens van eet, is geen veiligheidscontrole. Gaan de dieren vanuit de stal de weide in, plan dan ook de overgang in het voer geleidelijk; het LICG waarschuwt voor plotselinge voerwisselingen.
Gebruik je het terrein van iemand anders? Spreek met de eigenaar of beheerder af welke delen toegankelijk zijn, welke begroeiing moet blijven en wie problemen meldt. Ga niet uit van algemene toestemming om er een afscheiding te bouwen. Voor een geplande erfafscheiding kun je de regels voor de locatie controleren via de uitleg van het Informatiepunt Leefomgeving.
Weidegang of gericht terreinbeheer: doel en deskundigheid
Bij gewone weidegang is het doel een geschikte buitenplek voor de geiten. Bij gericht terreinbeheer wil je daarnaast een effect op de begroeiing bereiken. Noteer vooraf welke delen aandacht vragen, wat moet blijven staan en wanneer je het resultaat beoordeelt. Beloof niet dat geiten een terrein volledig of gelijkmatig vrijmaken.
In de ENCI groeve maakt Natuurmonumenten onderscheid tussen plekken waar bos mag ontstaan en plekken die open moeten blijven. Daar vraagt het sturen van begrazing ook aandacht voor de grenzen van het terrein. Het is een voorbeeld van beheer op een specifieke locatie, geen aanpak die overal past. Laat bij een natuurterrein of waardevolle beplanting de terreinbeheerder en een deskundige in begrazing en geitenhouderij samen het doel en het toezicht bepalen.
Water, beschutting en gezelschap tijdens de inzet controleren
Controleer bij je ronde of er vers drinkwater is, de drinkplek bereikbaar blijft en de toevoer werkt. Kijk of iedere geit de beschutting kan bereiken en gebruiken. Geiten horen met soortgenoten te leven; let ook op een dier dat afzonderlijk achterblijft of telkens bij een voorziening wordt weggejaagd. Het LICG adviseert dagelijkse observatie en beschrijft de behoefte aan water, soortgenoten en beschutting.
Beoordeel de plek opnieuw als het weer verandert. Een schuilplek moet bij langdurig nat of koud weer bruikbaar zijn; bij hitte moeten de dieren voldoende water en schaduw hebben. Wacht bij warm weer niet tot een geit klachten laat zien: de NVWA benadrukt dat tijdige voorzieningen nodig zijn.
Poorten en kwetsbare grenzen voor toezicht en afrastering inventariseren
Teken een controleroute die langs iedere poort, doorgang en kwetsbare grens loopt. Noteer openingen, beschadigingen en klimmogelijkheden vlak bij de grens. Kijk bij gaas ook of een gehoornde geit met haar kop vast kan raken. Het LICG noemt klimmen, ontsnappen en vastzitten in gaas als aandachtspunten. Deze terreinschets helpt je risico’s vinden; ze is geen ontwerp voor de afrastering.
| Markeer | Noteer vooraf | Bekijk tijdens de ronde |
|---|---|---|
| Poorten en toegang | Wie heeft een sleutel of gebruikt de doorgang? | Zijn poorten dicht en kun je de dieren bereiken? |
| Grenzen en obstakels | Waar zitten openingen of liggen losse voorwerpen? | Is iets beschadigd of verschoven? |
| Begroeiing | Welke planten zijn onbekend en wat moet blijven staan? | Zijn uitgesloten delen nog onbereikbaar? |
| Water en beschutting | Waar staan ze en hoe kom je erbij? | Zijn ze aanwezig, bereikbaar en bruikbaar? |
| Contact met anderen | Waar komen bezoekers, buren of andere dieren dichtbij? | Is de toegang of situatie veranderd? |
Leg vast wie een open poort of defect direct oppakt. Gaan de geiten voor een inzet naar een andere locatie, controleer dan vooraf of die locatie een eigen UBN nodig heeft. Bij transport moet een vervoersdocument aanwezig zijn; voor aanvoer en afvoer kunnen meldingen nodig zijn. De toepasselijke uitleg staat bij RVO over dierlocaties en het melden en vervoeren van geiten.
Observaties die aanpassing van beheer of locatie vragen
Kijk bij iedere ronde naar de geiten én naar het terrein. Kunnen alle dieren bij water en beschutting? Blijft de grens intact? Bij gericht beheer vergelijk je de begroeiing met het afgesproken doel. Blijft een deel onaangeroerd of raakt juist beplanting beschadigd die moest blijven, bespreek dan een andere indeling of aanpak met de beheerder.
Grijp in als water ontbreekt, beschutting niet bruikbaar is, een grens openstaat of onbekend groen bereikbaar wordt. Is een geit plots sloom, zondert zij zich af of beweegt zij anders, controleer het dier en neem bij vermoeden van ziekte of vergiftiging contact op met een dierenarts. Bij warm weer kunnen sneller ademen, wankelen en lusteloosheid wijzen op hittestress. Lees de observatiepunten van het LICG en de signalen die de NVWA beschrijft.