Paring van varkens plannen: wat vooraf geregeld moet worden
Praktische gids
Paring van varkens plannen: wat vooraf geregeld moet worden
Plan een paring van varkens pas als je weet waarom je biggen wilt, welke dieren je overweegt en hoe je voor de dieren en hun mogelijke nakomelingen zorgt. Verzamel eerst de gegevens van de zeug en de beer. Bespreek vragen over gezondheid met een dierenarts en vragen over afstamming met een deskundige in varkensfokkerij.

Inhoudsopgave
- Producten bij deze gids
- Fokdoel en vragen over de geschiktheid van de dieren
- Herkomst, identificatie en conditie van fokdieren
- Afstammingsgegevens en nauwe verwantschap beoordelen
- Groepen veilig scheiden en voer, water en toezicht regelen
- Dekdata en waarnemingen vastleggen voor de opvolging van groepen
Handig bij deze gids
Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.
Groepen herkenbaar markeren

Merkspray voor Varkens en Runderen, Groen, 400 ml – Kerbl Topmarker
Met deze merkspray voor varkens kun je dieren tijdens een ronde volgens een afgesproken kleurbetekenis markeren.
Let op bij je keuze Gebruik de kleurmarkering naast je vaste dieridentificatie en dossier, niet in plaats daarvan.
Een plek voor voer of water

Voertrog van Natuurrubber voor Voer en Water, 20 l – Gobel
Deze trog van 20 liter kun je in de stal gebruiken voor voer of water wanneer je de verblijven inricht.
Let op bij je keuze Controleer of de trog in jouw verblijf goed bereikbaar is voor elk dier en stevig blijft staan.
Voer herkenbaar bewaren

Voerton met Deksel en Slot, 40 l – Vplast
Deze afsluitbare voerton heeft een label waarop je de inhoud kunt schrijven als je verschillende soorten voer bewaart.
Let op bij je keuze Ga na of 40 liter past bij de hoeveelheid voer die je voor de dieren wilt opslaan.
| Onderwerp | Wat moet duidelijk zijn? | Als het antwoord ontbreekt |
|---|---|---|
| Fokdoel | Waarom wil je biggen, en wat is het plan als je ze niet kunt plaatsen? | Werk eerst de verzorging en opvang uit. |
| Dieren | Ken je hun herkomst en relevante voorgeschiedenis? | Vraag de gegevens op en bespreek zorgen met de dierenarts. |
| Afstamming | Zijn de bekende ouders en voorouders van beide dieren te vergelijken? | Laat ontbrekende gegevens of gedeelde voorouders beoordelen. |
| Verblijf | Kun je ongewenst contact voorkomen en ieder dier goed verzorgen en observeren? | Regel de ruimte en het toezicht vóór je verder plant. |
| Opvolging | Wie legt een daadwerkelijke dekking en latere waarnemingen vast? | Spreek een vaste werkwijze af. |
Fokdoel en vragen over de geschiktheid van de dieren
Schrijf op wat je met de voorgenomen combinatie wilt bereiken. Gaat het bijvoorbeeld om dieren aanhouden voor een bestaande foklijn, of heb je een ander doel? Denk ook vooruit: wie verzorgt eventuele biggen en wat doe je als een beoogde plaatsing niet doorgaat?
Een fokdoel alleen maakt een dier niet geschikt voor de fok. Noteer bekende afwijkingen, eerdere problemen en zorgen over het functioneren van beide dieren. Het LICG noemt bij varkens onder meer afwijkingen aan gebit, oogleden en testikels als aandachtspunten. Laat de betekenis voor deze dieren door een dierenarts beoordelen. Voor erkende fokorganisaties beschrijft RVO welke onderwerpen in een fokprogramma thuishoren; dat document is geen aanvraagplicht voor iedere hobbyhouder. Lees ook de informatie van het LICG over varkens.
Herkomst, identificatie en conditie van fokdieren
Leg voor elk dier vast van wie het komt, waar het vandaan komt en welke herkenbare identificatie en eventuele stamboekgegevens erbij horen. Bewaar ontvangen informatie over eerdere fokresultaten en gezondheidsproblemen bij hetzelfde dossier. Een oormerk vertelt je niet vanzelf wie de ouders van een dier zijn. Controleer welk identificatiemiddel voor jouw dieren vereist is: RVO beschrijft de regels voor het merken van varkens, waaronder fokvarkens.
Schrijf feitelijke waarnemingen op: eet en drinkt het dier zoals gewoonlijk, beweegt het anders dan eerder en zie je verwondingen of andere veranderingen? Trek daaruit niet zelf de conclusie dat een dier gezond of fokgeschikt is. Bespreek zorgen en bekende behandelingen met de dierenarts. Het LICG adviseert bij twijfel over de gezondheid een dierenarts te raadplegen.
Komt een dier van een andere locatie? Controleer dan vóór het regelen van vervoer welke aanvoer en afvoer bij de betrokken bedrijfsstatussen is toegestaan. De regels voor toestemming voor vervoer verschillen per situatie; ook waar geen voorafgaande toestemming nodig is, blijft melding van aanvoer en afvoer vereist. Bekijk de bedrijfsstatussen bij RVO en controleer de verplaatsingsregels. Stem vragen over de gezondheid van een aankomend dier af met je dierenarts.
Afstammingsgegevens en nauwe verwantschap beoordelen
Vraag van beide dieren de bekende vader en moeder op, en verdere voorouders als die zijn vastgelegd. Zet de gegevens naast elkaar en markeer gedeelde voorouders. Schrijf bij ontbrekende gegevens ‘onbekend’, niet ‘niet verwant’. Alleen dezelfde rasnaam of juist een verschillend uiterlijk zegt niets beslissends over de verwantschap van twee individuele dieren.
Vermijd een combinatie van ouder en nakomeling of van broer en zus. Bespreek ook andere gedeelde voorouders met een fokkerijdeskundige voordat je een combinatie kiest: inteelt vergroot de kans op erfelijke afwijkingen. De uitleg van het LICG over erfelijke aandoeningen licht dat risico toe. RVO beschrijft afstammingsregistratie en controle bij twijfel voor fokprogramma’s.
Groepen veilig scheiden en voer, water en toezicht regelen
Bekijk waar de beer en de zeug verblijven zolang je geen contact tussen hen wilt. Zijn afscheidingen en doorgangen geschikt om ongewenst samenkomen te voorkomen? Kun je ieder dier zien en verzorgen zonder voor een controle tussen dieren te moeten stappen? Houd bij deze planning rekening met de sociale behoeften van varkens en de regels voor groepshuisvesting. Het LICG adviseert een beer en zeug gescheiden te houden om ongewenste nesten te voorkomen en onbekende varkens niet zomaar samen te zetten.
Controleer per verblijf of de dieren voldoende vers water hebben en ook de minder sterke dieren bij het voer kunnen. Spreek af wie de dieren observeert en wie bereikbaar is bij gezondheidsvragen. RVO beschrijft de Nederlandse eisen voor groepshuisvesting, water en voer; de toepasselijke inrichting hangt af van de dieren en hun situatie.
Dekdata en waarnemingen vastleggen voor de opvolging van groepen
Kies vooraf één plek voor je aantekeningen, op papier of digitaal. Gebruik dezelfde aanduidingen voor de dieren als in je eigen dossiers. Werk je met meerdere groepen, geef elke groep dan een herkenbare code. Zo blijven een planning en wat daadwerkelijk is gebeurd van elkaar te onderscheiden.
| Gegeven | Wat je noteert |
|---|---|
| Dieren en groep | Herkenbare aanduiding van zeug of gelt en beer, met eventuele groepscode. |
| Planning | Voorgenomen periode en wie de opvolging verzorgt. |
| Gebeurtenis | Datum van een daadwerkelijke dekking; laat het veld leeg zolang die niet heeft plaatsgevonden. |
| Waarneming | Datum, betrokken dier, feitelijke observatie en naam van de waarnemer. |
| Vervolg | Openstaande vraag, afspraak met een deskundige en ontvangen antwoord. |
Dit overzicht helpt je eigen opvolging; het vervangt geen officiële administratie. RVO legt uit dat varkenshouders een bedrijfsregister bijhouden, met onder meer veranderingen in aantallen en geboortegegevens, en aanvoer en afvoer bij een aangewezen databank melden. Een dekdatum is op zichzelf geen melding van aanvoer of afvoer.