Schapenweide afrasteren: vaste, mobiele en elektrische delen plannen
Praktische gids
Schapenweide afrasteren: vaste, mobiele en elektrische delen plannen
Begin met een schets van je weide. Teken de blijvende buitengrens, de graasvakken die je wilt verplaatsen en de doorgangen. Bepaal daarna per traject wat de afrastering moet doen. Een vaste grens en tijdelijke vakverdeling kunnen goed naast elkaar bestaan: het LICG noemt schapengaas voor een weidegrens en netten of schrikdraad voor tijdelijke afzettingen. (licg.nl)

Inhoudsopgave
Handig bij deze gids
Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.
Een verplaatsbaar graasvak

Schapennet 50 m, 106 cm Hoog met Dubbelpunt – Euro-Netz Combi
Dit elektrische schapennet van 50 meter kun je verplaatsen wanneer je de graasvakken anders indeelt.
Let op bij je keuze Controleer de mazen en de onderrand bij de lammeren en gehoornde schapen in jouw kudde.
Losse draadlijnen plannen

Schrikdraad 3 mm, Wit met Donkergroen, 400 m – ZoneGuard Basic
Dit schrikdraad is bedoeld voor schapenafrasteringen en kan over meerdere geplande draadlijnen worden verdeeld.
Let op bij je keuze Tel voor elk traject de lengte van alle afzonderlijke draadlijnen op voordat je een rol kiest.
Elektrische delen controleren

Schrikdraadtester met 6 LED Niveaus – ZoneGuard Multilight
Met deze tester kun je na het plaatsen of verplaatsen van de afrastering ter plekke een spanningsniveau aflezen.
Let op bij je keuze Controleer ook verderop langs de lijn, niet alleen bij het schrikdraadapparaat.
Binnenhouden, weidewissel en extra bescherming onderscheiden
Geef elke lijn op de schets een functie. De buitengrens moet ook gesloten blijven wanneer je een vak verplaatst. Een tijdelijke lijn bepaalt welk gras de schapen op dat moment kunnen bereiken. Extra bescherming, bijvoorbeeld tegen wolven, is weer een afzonderlijk doel.
| Functie | Vraag voor je schets | Wat je markeert |
|---|---|---|
| Binnenhouden | Waar loopt de blijvende grens? | De buitenrand, poorten en eventuele openingen. |
| Weidewissel | Welke grens verhuist met het graasvak? | De huidige en volgende plek van de tijdelijke lijn. |
| Extra bescherming | Wat moet de grens naast binnenhouden nog doen? | Het beschermingsdoel en alle onderbrekingen in die grens. |
Wil je ook wolven weren, beoordeel dan de hele buitenrand aan de hand van het advies van BIJ12 voor beschermende rasters. Daarin tellen ook toegangspoorten, de onderzijde en de elektrische werking mee. Een gewone weidegrens is niet automatisch een raster volgens die adviesnorm. (bij12.nl)
Vaste en tijdelijke trajecten op de perceelkaart
Loop de route na en geef ieder traject een letter. Teken een doorlopende lijn voor de blijvende grens en een gestippelde lijn voor een verplaatsbare vakgrens. Zet poorten, bochten, hoogteverschillen, sloten en begroeiing op de schets. Markeer ook waar de dieren in elk gepland vak bij vers drinkwater kunnen; volgens het LICG hebben schapen dat steeds nodig. Een sloot is bovendien geen grens om zonder meer op te vertrouwen: bij vorst kan het ijs een oversteek worden. (licg.nl)
Perceelschets: perceel ____________________ datum ____________________. Gebruik de lege regels hieronder naast je eigen tekening. Geef een poort of lastige hoek een eigen letter als je daar een afzonderlijke keuze moet maken.
| Traject | Route en lengte | Functie | Blijvend of tijdelijk | Doorgang of aandachtspunt | Gekozen afscheiding en controle |
|---|---|---|---|---|---|
| A | ____________ | ____________ | ____________ | ____________ | ____________ |
| B | ____________ | ____________ | ____________ | ____________ | ____________ |
| C | ____________ | ____________ | ____________ | ____________ | ____________ |
| D | ____________ | ____________ | ____________ | ____________ | ____________ |
Een vaste constructie is een mogelijkheid voor een grens die op dezelfde plek blijft. Voor vakken die je geregeld verlegt, kun je een verplaatsbare lijn of een daarvoor bedoeld net overwegen. Kijk daarbij niet alleen naar het gemak van verplaatsen: controleer op je schets of na iedere weidewissel een volledig afgesloten vak overblijft.
Afrastering afstemmen op lammeren en gehoornde schapen
Lopen er lammeren, kijk dan vooral naar de openingen laag bij de grond. Schapengaas heeft volgens het LICG onderaan kleinere mazen om te voorkomen dat lammeren hun kop erdoor steken. Controleer de werkelijke mazen en onderrand van de afscheiding die je wilt gebruiken; de productnaam alleen zegt niet of die bij jouw dieren past. (licg.nl)
Bij gehoornde schapen vraagt ook verstrikking aandacht. Walliser Schwarznase Nederland beschrijft hoe een hoorn in een flexibel net kan blijven haken en hoe jonge gehoornde dieren met hun kop in een maas van vast gaas vast kunnen raken. Beoordeel daarom zowel net als vast gaas op de dieren die daadwerkelijk in het vak komen. Laat de keuze bij twijfel met een schapenhouder met ervaring en een afrasteringsdeskundige nalopen. (walliser-schwarznase.nl)
Waar schrikdraad past en waar de installatiegids begint
Schrikdraad kan deel zijn van een vaste grens of een verplaatsbaar vak. Geef op de kaart aan welke trajecten stroomvoerend worden en waar ze aansluiten op poorten en andere delen. Noteer waar voeding beschikbaar is. Bij de keuze van elektrische onderdelen tellen de hele opstelling en de omstandigheden langs de route mee; een aantal meters langs de grond is op zichzelf onvoldoende om een apparaat voor een net te kiezen. Farmora licht dat verschil bij afrasteringsnetten toe. (farmora.nl)
Dit is een indelingsplan, geen aansluitschema. Volg voor aansluiten, aarden en testen de handleiding van het gekozen apparaat en een technische installatiegids. Kies een net dat voor elektrisch gebruik met schapen bedoeld is: een stroomloos tuin of pluimveenet wordt niet elektrisch door er een schrikdraadapparaat bij te zetten. Gebruik voor eventuele bescherming tegen wolven de afzonderlijke adviesnorm van BIJ12, niet een algemene instelling voor schapen. (farmora.nl)
Zwakke plekken nalopen en materialen plannen
Loop vóór gebruik de getekende grens buiten na. Kijk waar een poort sluit, waar een tijdelijke lijn op een vaste grens aansluit en waar de onderrand door een kuil of hoogteverschil omhoogkomt. Controleer bij elektrische delen met een geschikte tester of ze na plaatsing of verplaatsing werken. Houd stroomvoerende delen vrij van begroeiing; BIJ12 noemt begroeiing en zwakke plekken uitdrukkelijk bij beschermende rasters. (bij12.nl)
- Noteer de lengte van ieder gekozen traject.
- Schrijf per traject op of je een vaste constructie, losse lijnen of een verplaatsbaar net overweegt.
- Tel poorten, hoeken en aansluitingen apart. Maak voor elektrische onderdelen een afzonderlijke lijst.
- Loop de grens opnieuw na wanneer je een vak verplaatst of een onderdeel herstelt.
Gebruik die lijst om de soorten onderdelen te vergelijken in het overzicht van afrasteringsmateriaal. Een net is daarbij geen losse draadlijn: houd beide apart in je materiaalplan. (farmora.nl)