Varkens

Varkens identificeren en wijzigingen registreren voor de eigen locatie

Praktische gids

Varkens identificeren en wijzigingen registreren voor de eigen locatie

Houd je varkens in Nederland, ook als hobby? Dan heeft hun verblijfplaats een Uniek Bedrijfsnummer (UBN) nodig. Daarnaast controleer je welk identificatiemiddel is toegestaan, houd je een bedrijfsregister bij en meld je aanvoer en afvoer bij een aangewezen databank. Een merk aanbrengen is dus niet hetzelfde als een verplaatsing melden. Bekijk hiervoor de uitleg van RVO over de dierlocatie en varkens melden.

Inhoudsopgave
  1. Bevoegde instantie en regels per diercategorie en houderijvorm
  2. Oormerken van varkens, diergegevens en de administratie van de houder
  3. Aanvoer, afvoer en beëindiging van de houderij: gegevens vóór de melding
  4. Ontvangstbevestigingen, correcties en contact met de bevoegde instantie
  5. Termijnen en toegestane middelen voor merken en melden

Bevoegde instantie en regels per diercategorie en houderijvorm

Begin bij de plek waar je de dieren houdt. RVO registreert het UBN; op één locatie mag voor varkens één UBN met één houder geregistreerd staan. Controleer ook de bedrijfsstatus van die houderij. Die bepaalt mede welke aanvoer en afvoer mogelijk is. Voor een hobbyhouder kan een RE status van toepassing zijn. Lees de voorwaarden bij RVO voordat je een status kiest of dieren verplaatst: dierlocatie en UBN en bedrijfsstatus varken.

  1. Controleer de houder, de locatie en het bijbehorende UBN.
  2. Bepaal welk identificatiemiddel voor de dieren is toegestaan.
  3. Maak onderscheid tussen iets noteren in je bedrijfsregister, een verplaatsing melden en de registratie van je locatie wijzigen.
  4. Vergelijk na afloop de vastgelegde gegevens met wat er werkelijk is gebeurd.

Oormerken van varkens, diergegevens en de administratie van de houder

Voor varkens is doorgaans een officieel oormerk nodig. Voor bepaalde in een stamboek ingeschreven varkens is een tatoeage als geboortemerk toegestaan. Bestel een passend, goedgekeurd oormerk via een erkende leverancier; een markering die je zelf voor het stalwerk gebruikt, vervangt het officiële middel niet. Bij afvoer voor de slacht kunnen aanvullende merkregels gelden. Zie RVO over varkens merken en de lijst met goedgekeurde oormerken en leveranciers.

Wat hoort waar?
Onderdeel Waar let je op?
Identificatiemiddel Het toegestane merk op het dier en de gegevens die daarop staan.
Melding De verplaatsing, met onder meer de betrokken locaties, het aantal varkens en de datum.
Bedrijfsregister Veranderingen in het aantal dieren, geboortegegevens en gegevens over een verloren oormerk.

Een geboorte noteer je in het bedrijfsregister, maar meld je niet afzonderlijk als geboorte bij de databank. Varkens worden daar niet als individuele dieren geregistreerd: de verplaatsingsgegevens gaan onder meer over aantallen en locaties. Zie RVO over meldingen en het bedrijfsregister en het informatiedocument van de NVWA.

Aanvoer, afvoer en beëindiging van de houderij: gegevens vóór de melding

Controleer vóór een voorgenomen verplaatsing of deze past bij de bedrijfsstatus en of vooraf toestemming voor het vervoer nodig is. Een toestemming wordt niet vanzelf een afvoermelding. Ook voor vervoer waarvoor geen toestemming nodig is, blijft de meldplicht voor aanvoer of afvoer gelden. Zie RVO over varkens verplaatsen.

Voorbereiding per verandering
Situatie Controleer of verzamel Daarna
Aanvoer Je UBN, het UBN van herkomst, datum, aantal en soort varkens en het kenteken van elke vervoerseenheid. Controleer het vervoersdocument en meld de aanvoer bij een aangewezen databank.
Afvoer Je UBN, het UBN van bestemming en de gegevens over datum, dieren en vervoer. Controleer bestemming en vervoersdocument en meld de afvoer.
Afvoer van een dood varken Of de afvoer is verwerkt, ook als je een databank hebt gemachtigd om gegevens op te halen. Controleer de melding en werk je bedrijfsregister bij.
Stoppen met varkens houden Of de dieren zijn afgemeld en de meldingen goed zijn verwerkt. Beëindig daarna pas de diersoort varken op je UBN bij RVO.

RVO vermeldt de meldgegevens en de regels voor het vervoersdocument. Bij import of export zijn ook het betrokken land en het nummer van het gezondheidscertificaat nodig. De volgorde bij stoppen staat op de pagina over het wijzigen of beëindigen van een UBN.

Ontvangstbevestigingen, correcties en contact met de bevoegde instantie

Controleer de status van een melding bij de databank, ook als een ander de gegevens voor je heeft ingestuurd. Volgens RVO blijf je zelf verantwoordelijk voor de registratie. Zie RVO over meldingen controleren en herstellen.

  • Bewaar de ingestuurde gegevens en, als je die krijgt, de ontvangstbevestiging of het meldingsnummer.
  • Vergelijk datum, UBN’s, aantallen en vervoersgegevens met je administratie en het vervoersdocument.
  • Ontbreekt een melding of klopt er iets niet? Vraag de aangewezen databank hoe je dit herstelt en controleer daarna opnieuw de status.
  • Gaat de afwijking over het UBN, de houder of de geregistreerde diersoort? Controleer die gegevens bij RVO.

Krijg je van RVO een brief over een ontbrekende of afwijkende melding, volg dan de herstelwijze en termijn in die brief.

Termijnen en toegestane middelen voor merken en melden

Termijnen voor de Nederlandse varkensregistratie
Handeling Termijn
Een geboren big merken Binnen een week na het spenen of uiterlijk drie maanden na de geboorte. Merk eerder als de big de locatie eerder verlaat.
Een verloren oormerk vervangen Merk het varken binnen drie werkdagen opnieuw. Noteer het oude merknummer en de datum van verlies in het bedrijfsregister.
Aanvoer of afvoer melden Binnen twee werkdagen. De gebeurtenis is dag nul; zaterdagen, zondagen en erkende feestdagen tellen niet mee.
Bedrijfsregister bewaren Minimaal drie jaar na de laatste verandering.

Deze termijnen staan bij RVO onder varkens merken en varkens melden. Voor een locatie buiten Nederland neem je deze termijnen, middelen en meldroute niet automatisch over. Zoek daar de bevoegde instantie en de regels voor jouw diercategorie en houderijvorm op: volgens de NVWA kunnen landen naast Europese regels aanvullende eisen stellen.