Schapen

Uitwendige parasieten bij schapen herkennen en hulp vragen

Een verzorger houdt de wol bij de schouder van een rustig schaap opzij. Naast het schaap ligt een gesloten notitieboek op een houten hek.

Praktische gids

Uitwendige parasieten bij schapen herkennen en hulp vragen

Schuurt een schaap opvallend vaak, laat de wol los of zie je een huidplek? Noteer wat je ziet en kijk of andere schapen ook veranderen. Jeuk alleen vertelt niet welke oorzaak er speelt. Zie je larven, een verdachte vochtige huidplek of een schaap dat duidelijk ziek oogt? Bel dan meteen de dierenarts. Onder de wol kan huidmadenziekte snel ernstige wonden veroorzaken. Lees meer over de signalen bij het LICG.

Een verzorger houdt de wol bij de schouder van een rustig schaap opzij. Naast het schaap ligt een gesloten notitieboek op een houten hek.
Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Welke veranderingen aan huid, vacht en gedrag vallen op?
  3. Het koppel veilig observeren en veranderingen vastleggen
  4. Schurft of een andere oorzaak: wanneer vraag je onderzoek?
  5. Dompelbad voor schapen: vragen over veiligheid en bevoegdheid
  6. Na deskundig advies: hercontrole, koppelgegevens en productdocumenten

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Welke veranderingen aan huid, vacht en gedrag vallen op?

Let op herhaald schuren, bijten in de wol en afzondering van het koppel. Kijk of plukken wol loshangen, kale plekken ontstaan of de vacht plaatselijk donker en vochtig is. Beschrijf ook waar je schilfers, korsten of wondjes ziet. Schurftmijten, luizen en vliegenlarven kunnen verschillende veranderingen geven; geen enkel teken stelt op zichzelf de oorzaak vast. De veterinaire organisatie DGZ beschrijft de verschijnselen bij schapen. De Belgische behandeladviezen op die pagina zijn geen Nederlandse gebruiksinstructies.

Let extra op een schaap dat zich afzondert, met de achterhand schuurt of een vervuild achterlijf heeft. Vliegenlarven kunnen onder de wol huidwonden veroorzaken die aanvankelijk moeilijk te zien zijn. Wacht bij een verdachte vochtige plek of zichtbare larven niet op een geplande controle, maar bel de dierenarts. Het LICG beschrijft huidmadenziekte bij schapen.

Het koppel veilig observeren en veranderingen vastleggen

Bekijk het koppel eerst tijdens zijn gewone gedrag. Welke dieren schuren, blijven achter of hebben een afwijkende vacht? Noteer ook hoeveel dieren je hebt bekeken zonder die veranderingen te zien. Maak alleen een foto als dat rustig kan. Is de huid door de wol niet zichtbaar, schrijf dat dan op in plaats van een conclusie te trekken. De vacht kan een aantasting aan het zicht onttrekken. DGZ licht dit toe.

Observatiekaart voor het gesprek met de dierenarts
Noteer Beschrijf zo concreet mogelijk Vraag aan de dierenarts
Dier en groep Identificatie van het schaap, de groep en het aantal bekeken en getroffen dieren. Welke andere dieren wilt u beoordelen?
Plaats De lichaamsplek en of je de huid, de wol of beide kon zien. Welke plek moet nader worden onderzocht?
Verandering Gedrag, huid en vacht apart: bijvoorbeeld schuren, korsten of losse wol. Welke oorzaken moeten worden onderzocht?
Verloop Wanneer je de verandering voor het eerst zag en wat sindsdien anders werd. Hoe snel is onderzoek nodig?
Achtergrond Recent aangevoerde dieren en eerdere adviezen of toepassingen, als die er zijn. Welke gegevens of documenten heeft u nodig?

Een foto helpt om dezelfde plek later terug te vinden, maar levert geen diagnose op. Trek geen korsten los. Kunnen bezoekers bij een schaap met huidklachten komen? Bespreek met de dierenarts hoe je contact met bezoekers en andere dieren beperkt. De GD checklist voor het Keurmerk Zoönosen besteedt aandacht aan de oorzaak van jeuk en aan afzondering bij vastgestelde huidaandoeningen.

Schurft of een andere oorzaak: wanneer vraag je onderzoek?

Bel meteen bij zichtbare larven, een verdachte vochtige huidplek of een schaap dat duidelijk ziek oogt. Vraag ook advies bij aanhoudend schuren, uitbreidende kale plekken of korsten, vooral wanneer je veranderingen bij meer schapen ziet. Vertel wat je hebt waargenomen en hoe snel het veranderde. Het LICG adviseert de dierenarts te waarschuwen bij een vermoedelijk ziek schaap.

Schurft is een mogelijke oorzaak van jeuk, geen conclusie uit een foto. De dierenarts kan bepalen of onderzoek van een huidafkrabsel zinvol is. Zie je kleine insecten of neten tussen de wol, noteer dan waar je ze zag: ook die waarneming verklaart niet automatisch alle huidklachten. DGZ beschrijft microscopisch onderzoek bij schurftverdenking; het MSD Veterinary Manual beschrijft waarom onderzoek tussen de wol nodig kan zijn om luizen te vinden.

Dompelbad voor schapen: vragen over veiligheid en bevoegdheid

Een dompelbad is geen vanzelfsprekende stap bij jeuk. Vraag de dierenarts eerst welke oorzaak wordt vermoed of vastgesteld en of deze aanpak in jouw situatie überhaupt passend is. Neem deze vragen mee:

  • Welk onderzoek onderbouwt de voorgestelde aanpak?
  • Is een eventueel middel voor het beoogde gebruik bij deze schapen in Nederland toegelaten, en wat staat in de actuele productinformatie?
  • Wie mag dat middel verkrijgen en toepassen?
  • Wie beoordeelt de veiligheid voor de schapen, de uitvoerders, bezoekers en de omgeving?
  • Welke afspraken zijn nodig over hercontrole en, indien relevant, producten van de behandelde dieren?

De Nederlandse afleverstatus en voorwaarden voor toepassing hangen af van het concrete diergeneesmiddel. Een algemene gids of webshopvermelding bewijst dus niet dat een middel geschikt is voor jouw schapen. Het CBG legt de afleverstatus uit. Voor diagnose en vragen over wie een diergeneeskundige handeling mag uitvoeren, verwijst de NVWA naar bevoegde diergeneeskundigen. De vastgestelde Nederlandse productinformatie is volgens het CBG beschikbaar via de Diergeneesmiddeleninformatiebank.

Na deskundig advies: hercontrole, koppelgegevens en productdocumenten

Leg vast wat de dierenarts heeft vastgesteld, voor welke dieren of groepen het advies geldt, welke veranderingen je moet volgen en wanneer je opnieuw contact opneemt. Vergelijk bij de afgesproken hercontrole de plekken die je eerder noteerde. Wordt een schaap eerder zieker of breiden plekken uit, neem dan opnieuw contact op in plaats van op die afspraak te wachten.

Bewaar het advies en eventuele relevante productinformatie bij je koppelgegevens. Houd je voedselproducerende dieren en worden diergeneesmiddelen gebruikt, dan moet je het gebruik registreren in een diergeneesmiddelenlogboek en de betreffende gegevens minstens vijf jaar bewaren. RVO licht ook het bewaren van voorschriften toe. De observatiekaart hierboven helpt bij het gesprek, maar vervangt dat logboek niet.