Schapen

Scrapie bij schapen: afwijkingen laten beoordelen en de meldroute controleren

Illustratie van drie schapen in een grasweide met een hek op de achtergrond.

Praktische gids

Scrapie bij schapen: afwijkingen laten beoordelen en de meldroute controleren

Zie je een duidelijke verandering bij een schaap? Bel je dierenarts en vertel wat er anders is dan normaal. Schuren, veranderd gedrag of afwijkend bewegen kan bij scrapie voorkomen, maar bewijst de ziekte niet. Bij een vermoeden van scrapie kun je de Nederlandse meldroute controleren bij de NVWA; voor een dierziektemelding noemt zij het Landelijk meldpunt dierziekten op 045 546 31 88.

Illustratie van drie schapen in een grasweide met een hek op de achtergrond.
Inhoudsopgave
  1. Waarom losse verschijnselen geen scrapie aantonen
  2. Veranderingen in gedrag en functioneren voor de dierenarts vastleggen
  3. Voorzorg bij verplaatsingen vóór professionele beoordeling
  4. De actuele meldroute bij Nederlandse instanties controleren
  5. Identificatiegegevens van de schapen en contactgegevens bewaren

Waarom losse verschijnselen geen scrapie aantonen

Scrapie is een aandoening van het zenuwstelsel bij schapen en geiten. Volgens het veterinaire handboek van WOAH kunnen onder meer gedragsverandering, jeuk, een onzekere gang en trillen voorkomen. Zulke verschijnselen zijn niet specifiek voor scrapie: ook andere aandoeningen kunnen erop lijken.

Beschrijf daarom wat je waarneemt in plaats van zelf een diagnose te stellen. De dierenarts beoordeelt het dier en bepaalt welk onderzoek of vervolg nodig is. Alleen naar het gedrag kijken kan scrapie niet bevestigen.

Veranderingen in gedrag en functioneren voor de dierenarts vastleggen

Noteer wanneer je de verandering voor het eerst zag, of zij terugkomt en of het dier achteruitgaat. Een korte beschrijving of een filmpje kan helpen om te laten zien wat je bedoelt. Deze punten zijn gesprekshulp, geen test voor scrapie.

Wat kun je aan de dierenarts doorgeven?
Onderwerp Beschrijf concreet
Gedrag Reageert het schaap anders dan gewoonlijk of zondert het zich af van de kudde?
Bewegen Loopt het onzeker, struikelt het of heeft het moeite met opstaan?
Schuren en trillen Wanneer en waar schuurt het dier? Zie je trillingen of veranderingen aan wol of huid?
Algemene toestand Wat merk je aan de conditie, het eten en drinken, en hoe is dat veranderd?

Kan het dier niet goed opstaan of gaat het snel achteruit? Bel de dierenarts dan meteen; je hoeft niet eerst alle waarnemingen te verzamelen. De genoemde mogelijke verschijnselen en de noodzaak van nader onderzoek staan beschreven door WOAH.

Voorzorg bij verplaatsingen vóór professionele beoordeling

Was verkoop, transport of deelname aan een keuring gepland? Bespreek de situatie vóór vertrek met de dierenarts. Vermoed je scrapie, stem dan ook met de NVWA af wat er met de geplande verplaatsing moet gebeuren. Stel die in de tussentijd uit. Vertel waar het schaap staat en of andere schapen al zijn verplaatst. Dit is een voorzorgsstap; welke officiële maatregelen gelden, bepaalt de bevoegde instantie. WOAH beschrijft hoe klassieke scrapie tussen schapen kan worden overgedragen.

De actuele meldroute bij Nederlandse instanties controleren

Gebruik voor Nederland de NVWA pagina Melden dierziekte. Daar verwijst de NVWA naar haar Meldwijzer Dierziekten voor de meldplicht per ziekte en diersoort. Bij een vermoeden dat gemeld moet worden, bel je het Landelijk meldpunt dierziekten op 045 546 31 88. Je hoeft niet zelf eerst een diagnose te bevestigen om een vermoeden met de NVWA te bespreken.

Voor houders noemt artikel 3a.4 van de Regeling houders van dieren in elk geval een meldplicht bij schapen en geiten ouder dan twaalf maanden met gedragsstoornissen of neurologische verschijnselen, wanneer scrapie niet op grond van een reactie op behandeling of laboratoriumonderzoek kan worden uitgesloten. Laat de beoordeling van die voorwaarden aan de dierenarts en NVWA over; wacht bij een vermoeden niet met bellen om zelf eerst een behandeling of onderzoek te regelen.

Een dierziektemelding bij de NVWA is iets anders dan het registreren van geboorte, aanvoer of afvoer bij RVO. Een registratie in het systeem voor identificatie en registratie vervangt de dierziektemelding niet.

Identificatiegegevens van de schapen en contactgegevens bewaren

Houd voor het gesprek het UBN van de locatie en de ID code van het betrokken schaap bij de hand. RVO gebruikt voor registratiemeldingen het UBN, de landcode, het levensnummer en een datum. Met die gegevens kun je duidelijk aangeven over welke locatie en welk dier je belt.

  • Noteer je naam, telefoonnummer en het telefoonnummer van je dierenarts.
  • Schrijf op waar het schaap staat en wanneer je de afwijkingen zag.
  • Houd gegevens over recente aanvoer en geplande afvoer bij de hand.
  • Leg vast met wie je sprak en welke vervolgstap is afgesproken.