Schrikdraad aarden en de werking van de aarding controleren
Praktische gids
Schrikdraad aarden en de werking van de aarding controleren
Wil je schrikdraad goed aarden? Zoek eerst de aardingsinstructies van het exacte model schrikdraadapparaat op. Daarin staan de eisen voor de aardpen, de aansluiting en de plaatsing. Controleer de werking vervolgens met een meter en meetmethode die geschikt zijn voor elektrische afrasteringen. Eén vast aantal aardpennen of één meetwaarde voor iedere wei bestaat niet: ook de bodem en de omstandigheden van de proef tellen mee.

Inhoudsopgave
Handig bij deze gids
Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.
Een aardpen voor de aarding

Aardpen Verzinkt met Klem, 1 m – ZoneGuard
Deze verzinkte aardpen met klem is bedoeld als onderdeel van een ZoneGuard aardingssysteem voor elektrische afrasteringen.
Let op bij je keuze Controleer in de handleiding van je apparaat of dit type pen en de lengte van 1 meter voldoen.
De aarding aansluiten

Aardingsaansluitkabel met Hartmodel voor Afrasteringsapparaat, 125 cm – ZoneGuard
Deze kabel van 125 cm is bedoeld om de aarding met het afrasteringsapparaat te verbinden.
Let op bij je keuze Controleer of het hartmodel op de aansluitpunten past en of 125 cm genoeg is voor jouw opstelling.
Zoek je nog onderdelen voor je opstelling, dan kun je de categorie Afrastering bekijken. Controleer de geschiktheid van afzonderlijke onderdelen altijd aan de hand van je apparaat.
Waarom aarding de stroomkring van schrikdraad sluit
Het schrikdraadapparaat geeft pulsen aan de afrasteringsdraad. Raakt een dier de draad aan terwijl het contact met de bodem heeft, dan loopt de retourweg via de bodem en het aardingssysteem terug naar het apparaat. Zonder bruikbare retourweg werkt de afrastering niet zoals bedoeld. Gallagher legt de functie van aarding uit.
| Van | Via | Naar |
|---|---|---|
| Schrikdraadapparaat | Afrasteringsdraad en contact met de bodem | Aardpen en aardingsaansluiting van het apparaat |
Een brandend lampje op het apparaat vertelt je dus nog niet of de aarding bij gebruik voldoende werkt. Daarvoor moet je de afrastering en de aarding volgens een passende meetmethode controleren.
Aardpennen en aardingsvoorwaarden van de fabrikant
Hoeveel aardpennen zijn nodig? Dat kun je niet uit alleen de lengte van de wei afleiden. De handleidingen voor verschillende Gallagher apparaten schrijven uiteenlopende aardingssystemen voor; bij een zwaarder model noemt Gallagher bovendien droge bodem als reden waarom meer pennen nodig kunnen zijn. Neem daarom de voorwaarden van jouw eigen apparaat als uitgangspunt, niet de afmetingen uit een voorbeeld voor een ander model. Bekijk ter vergelijking de aardingsinstructies voor de Gallagher M5800i en M10000i.
| Controleer | Wat heb je nodig? |
|---|---|
| Apparaat | Merk, model en de handleiding van precies die uitvoering |
| Aardingssysteem | Voorgeschreven type, lengte, aantal en onderlinge plaatsing van de pennen |
| Verbinding | Aangewezen aardingsaansluiting, kabel en klemmen |
| Locatie | Bodemtoestand, beschikbare ruimte en aanwijzingen over andere aardingssystemen |
| Controle | Geschikte meter, proef en beoordeling van de meetuitslag |
Een concreet modelvoorbeeld: de Nederlandstalige handleiding van de Gallagher B60 beschrijft een aardpen die ten minste 1 meter in de grond zit. Die diepte hoort bij dit voorbeeldmodel; gebruik haar niet als algemene regel.
Aardpen plaatsen en met het schrikdraadapparaat verbinden
Bepaal de plek met de plaatsingsvoorwaarden uit je handleiding in de hand. Kijk daarbij ook of er andere aardingssystemen of ondergrondse voorzieningen in de buurt zijn. De B60 handleiding geeft bijvoorbeeld een afzonderlijke plaatsingsvoorwaarde ten opzichte van aardingssystemen van nutsvoorzieningen. Kun je de plek of ondergrond niet goed beoordelen, laat dan vóór het plaatsen een vakbekwame installateur meekijken.
- Schakel het apparaat uit voordat je aan de afrastering of aansluitingen werkt.
- Controleer de plek en het materiaal aan de hand van de handleiding van jouw model.
- Houd aarde en afrastering uit elkaar. Verbind de aardpen met de daarvoor aangewezen aardingsaansluiting; de afrasteringsdraad hoort bij de afzonderlijke afrasteringsaansluiting.
- Controleer de verbindingen voordat je het apparaat volgens zijn handleiding inschakelt.
Bij de B60 gaat de groene klem naar de aardpen en de rode klem naar de afrasteringsdraad. Volgens de handleiding wordt de accu pas aangesloten wanneer de afrastering gereed is; daarmee gaat dit apparaat aan. Andere modellen kunnen anders zijn aangesloten.
Aarding controleren met een geschikt meetapparaat
Een meting op de draad is niet hetzelfde als een meting van het aardingssysteem. Gebruik een voor elektrische afrasteringen geschikte voltmeter en lees de instructies van zowel de meter als het schrikdraadapparaat. Gallagher beschrijft bij zijn digitale voltmeter een afzonderlijk meetpennetje voor contact met de grond.
Wat laat een aardingsproef zien?
Bij een door Gallagher beschreven proef wordt de afrastering tijdelijk belast op 100 meter van het apparaat. Pas wanneer de spanning op de draad voor die proef onder 1000 volt komt, wordt bij de aardpen gemeten. De instructie voor de genoemde meter plaatst het meetpennetje op een meter van de aardpen en beoordeelt een uitslag onder 300 volt als voldoende voor deze proef. Dit zijn geen algemene grenswaarden voor alle apparaten of opstellingen. Lees de volledige meetinstructie van Gallagher.
Schakel het apparaat uit voordat je een tijdelijke teststaaf plaatst of verwijdert en houd mensen en dieren weg van de proefplek. Is je afrastering te kort voor de beschreven opstelling, heb je geen geschikte meter of wijkt jouw handleiding af? Leid dan geen oordeel af uit deze voorbeeldwaarden, maar volg de methode van jouw fabrikant of laat een afrasteringsspecialist meten.
Storingen vastleggen en deskundige hulp inschakelen
Schrijf bij een afwijkende meting op welk apparaat en welke meter je gebruikte, waar je mat, hoe de bodem erbij lag en welke waarden je op de draad en bij de aardpen zag. Noteer ook zichtbare schade of losse verbindingen. Een lage draadspanning bewijst op zichzelf niet dat de aardpen het probleem is: de B60 handleiding noemt ook een onderbroken aansluiting of kortsluiting op de afrastering als mogelijke oorzaak. Bekijk de aanwijzingen voor storingen en schade.
Is het apparaat of een kabel beschadigd, of kun je de aansluiting of meting niet volgens de instructies uitvoeren? Stop dan met het gebruik en vraag de fabrikant, dealer of een vakbekwame afrasteringsinstallateur om hulp.