Schapenpokken: verschijnselen laten beoordelen en verspreiding beperken
Praktische gids
Schapenpokken: verschijnselen laten beoordelen en verspreiding beperken
Vermoed je schapenpokken? Bel je dierenarts en leg het vermoeden voor aan het Landelijk meldpunt dierziekten via 045 546 31 88. Wacht niet op zekerheid uit een foto. De NVWA beschrijft de Nederlandse meldroute. Vraag welke voorzorgsmaatregelen voor jouw dieren en locatie nodig zijn.

Inhoudsopgave
- Producten bij deze gids
- Wat zijn schapenpokken en geitenpokken?
- Schapenpokken of zere bekjes: waarom het onderscheid telt
- Welke verschijnselen geef je door aan de dierenarts?
- Schapenpokken melden in Nederland
- Contacten en verplaatsingen overzichtelijk noteren
- Wat doe je terwijl je op aanwijzingen wacht?
Handig bij deze gids
Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.
Een grens tussen weidevakken

Schapennet 50 m, 106 cm Hoog met Dubbelpunt – Euro-Netz
Met dit schapennet kun je een weidevak voor schapen of geiten afzetten als je volgens de ontvangen aanwijzingen groepen gescheiden moet houden.
Let op bij je keuze Overleg eerst waar je het net kunt plaatsen zonder dieren onnodig te verplaatsen.
Wat zijn schapenpokken en geitenpokken?
Schapenpokken en geitenpokken zijn virusziekten van schapen en geiten. Volgens de Wereldorganisatie voor diergezondheid WOAH kunnen koorts en huidknobbels voorkomen; de ziekte kan ook ernstige inwendige schade veroorzaken. Deze korte beschrijving is bedoeld om de naam te begrijpen. Ze is geen checklist waarmee je de ziekte zelf vaststelt of uitsluit.
Schapenpokken of zere bekjes: waarom het onderscheid telt
Orf, ook bekend als zere bekjes, is een andere virusziekte. Het RIVM beschrijft orf en de overdracht van schapen en geiten op mensen. WOAH vermeldt dat capripox, de groep waartoe schapenpokken behoort, niet besmettelijk is voor mensen. Trek uit dat verschil geen conclusie over een onbekende huidplek: laat een dierenarts beoordelen wat er speelt. Raak afwijkingen niet onnodig aan.
Welke verschijnselen geef je door aan de dierenarts?
Vertel wat je daadwerkelijk hebt gezien: welke dieren betrokken zijn, waar een huidafwijking zit, wanneer deze opviel en of gedrag, eten of ademhaling veranderd is. Benoem twijfel als twijfel. Een vermoeden is waardevolle informatie voor de dierenarts; het is geen diagnose. Een ernstig ziek of benauwd dier heeft direct professionele beoordeling nodig.
- Noteer het diernummer en de verblijfplaats.
- Schrijf datum en tijd van je eerste waarneming op.
- Beschrijf veranderingen in gewone woorden, zonder een ziektenaam als vaststaand feit te gebruiken.
- Vertel of andere schapen of geiten vergelijkbare veranderingen laten zien.
Schapenpokken melden in Nederland
De NVWA legt uit dat bij veel dierziekten ook een vermoeden gemeld moet worden. Bel het Landelijk meldpunt dierziekten via 045 546 31 88 en volg de aanwijzingen die je krijgt. Bespreek je waarnemingen daarnaast met de dierenarts. Gebruik een registratie bij RVO niet als vervanging van een ziektemelding. Buiten Nederland gelden de lokale autoriteit en meldroute.
Contacten en verplaatsingen overzichtelijk noteren
Maak tijdens het gesprek een eenvoudig overzicht. Je hoeft niet eerst alle gegevens compleet te hebben om te bellen. Vul onbekende informatie later aan en schrijf duidelijk op wat nog moet worden nagegaan.
| Onderdeel | Wat leg je vast? |
|---|---|
| Dieren en locatie | UBN, diernummers en waar de dieren verblijven. |
| Waarnemingen | Datum, tijd en wat je per dier zag veranderen. |
| Recent diercontact | Groepen die samen stonden en recente aanvoer of afvoer. |
| Planning | Verplaatsingen of bezoeken die binnenkort gepland staan. |
| Afgesproken vervolg | Met wie je sprak, welke aanwijzingen je kreeg en wanneer je opnieuw contact opneemt. |
RVO beschrijft de gegevens voor schapenregistratie, waaronder UBN, diercode en datum. Je bestaande administratie helpt om deze informatie terug te vinden.
Wat doe je terwijl je op aanwijzingen wacht?
Vraag tijdens het eerste telefoongesprek wat je direct moet doen en welke handelingen je moet uitstellen. Organiseer geen verplaatsing op basis van een eigen diagnose. Ga niet zelf materiaal afnemen of een behandeling uitproberen. Houd de ontvangen aanwijzingen beschikbaar voor iedereen die de dieren verzorgt, zodat de afgesproken werkwijze duidelijk blijft.