Schapen

Schapen in de wei: zo plan je het perceel en het toezicht

Een schaap staat in een grasweide bij een drinkbak. Verderop grazen twee schapen en staat een persoon bij een houten hek.

Praktische gids

Schapen in de wei: zo plan je het perceel en het toezicht

Een bruikbaar weideplan voor schapen begint met vier vragen: waar kunnen de dieren veilig lopen, waar vinden ze water en beschutting, hoe controleer je de hele groep en welk perceel gebruik je als de omstandigheden veranderen? Teken de antwoorden op een eenvoudige kaart en loop die route na voordat de schapen de wei in gaan.

Een schaap staat in een grasweide bij een drinkbak. Verderop grazen twee schapen en staat een persoon bij een houten hek.
Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Controleer grenzen, doorgangen, beschutting en water
  3. Welke afrastering past bij de schapen en het terrein?
  4. Controleer schapen, water en omheining op een vaste ronde
  5. Wanneer verplaats je schapen naar een ander perceel?
  6. Toegang, weer en toezicht op afgelegen of heuvelachtig terrein
  7. Houd per perceel waarnemingen over de weide bij

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Controleer grenzen, doorgangen, beschutting en water

Schapen hebben voldoende weidegrond en steeds vers drinkwater nodig. Bij hitte moet er voldoende schaduw voor de dieren zijn. Controleer daarom niet alleen of er bomen of een schuilplek zijn, maar ook of de groep de schaduw kan bereiken wanneer die nodig is. Lees meer bij het LICG over schapen en de NVWA over bescherming bij hitte.

Gebruik onderstaande markeringen op je eigen perceelschets. Bekijk de plekken vervolgens ter plaatse: vanaf de poort zijn een lage hoek, de achterkant van beschutting of een slootrand gemakkelijk aan het zicht onttrokken.

Wat zet je op de perceelschets?
Markering Wat controleer je? Wat noteer je?
G: grens Hek, hoeken en aansluiting op de bodem. Beschadigingen en plekken langs weg of sloot.
P: poort Of de doorgang goed sluit en bruikbaar is bij een verplaatsing. Toegang voor de schapen en de controleur.
W: water Of de dieren bij het water kunnen en de bak en toevoer werken. Drinkpunt en toegang voor vullen of schoonmaken.
B: beschutting Of de plek bereikbaar is en past bij het verwachte weer. Ligging van schaduw of andere beschutting.
R: aandachtspunt Kuilen, natte stroken, slootranden en achtergebleven materiaal. Wat je herstelt, afzet of opnieuw bekijkt.
L: looproute Of je alle dieren, drinkpunten en onzichtbare hoeken bereikt. De route voor je vaste controle.

Bekijk ook de begroeiing en de perceelsrand. Laat schapen niet bij onbekend snoeiafval komen: taxus is giftig. Vertrouw bovendien bij vorst niet zonder controle op een sloot als begrenzing; schapen kunnen over het ijs ontsnappen. Het LICG beschrijft beide risico’s.

Welke afrastering past bij de schapen en het terrein?

Maak onderscheid tussen de buitengrens en een tijdelijke indeling van de wei. Volgens het LICG zijn schapengaas voor een vaste grens en schapennetten of schrikdraad voor een tijdelijke afzetting mogelijke keuzes. Kijk bij lammeren goed naar de openingen onderaan. Controleer op jouw terrein ook de poort, hoeken en plaatsen waar een hoogteverschil ruimte onder de afrastering laat.

Zijn er gehoornde schapen? Beoordeel het risico dat een kop of hoorn in gaas vast komt te zitten. Een Britse welzijnscode voor schapen raadt elektrisch gaas bij gehoornde schapen af. Dat is een Britse veiligheidsaanbeveling, geen Nederlandse afrasteringsnorm.

Een grens die schapen binnenhoudt, is niet vanzelf wolfwerend. BIJ12 behandelt roofdierwerende rasters als een aparte, volledige opstelling en noemt onder meer slootkanten als kwetsbare plek. Wil je een verplaatsbaar net vergelijken, bekijk dan de categorie afrasteringsnetten. Kies geen uitvoering uitsluitend op basis van de hoogte: de groep, ondergrond, doorgangen en beoogde functie tellen mee.

Controleer schapen, water en omheining op een vaste ronde

Plan een ronde die je iedere dag kunt uitvoeren en spreek af wie overneemt als je er niet bent. Begin met tellen en loop daarna tot je ook de dieren achter beschutting of op een verder gelegen deel kunt zien. Een schaap dat zich afzondert, sloom is of afwijkend beweegt, verdient aandacht; vermoed je dat een dier ziek is, neem dan contact op met de dierenarts. Hijgen of snel ademen kan bij warm weer op hittestress wijzen. Zie het LICG over ziekteverschijnselen en de NVWA over signalen bij hitte.

  1. Dieren: tel de groep en let op beweging, houding en gedrag.
  2. Water en beschutting: bekijk de bak en toevoer en controleer of de beschutting bereikbaar blijft.
  3. Grens en poort: bekijk schade, openingen en verschoven delen, ook op plekken buiten het zicht vanaf de ingang.
  4. Terrein: let op nieuwe plassen, vertrapping, kuilen of afval.

Wacht na een storing in de watertoevoer, beschadiging aan het hek of plotselinge weersverandering niet vanzelf tot de volgende gewone ronde. Spreek vooraf af wie opnieuw gaat kijken en hoe die persoon het perceel bereikt.

Wanneer verplaats je schapen naar een ander perceel?

Laat de beslissing niet alleen van een datum afhangen. Vergelijk de beschikbare begroeiing met de behoefte van jouw groep en bekijk vooral de bodem bij poort, drinkpunt en beschutting. Is de grond nat en raakt de zode vertrapt, beoordeel dan een droger alternatief. De Britse landbouwvoorlichting AHDB noemt bodemconditie en een uitwijkperceel als aandachtspunten bij zware regen; zij geeft daarmee geen vaste grenswaarde voor een Nederlandse weide.

Beslispunten bij een perceelwisseling
Wat zie je? Wat doe je eerst?
Minder bruikbare begroeiing Beoordeel het grasaanbod voor deze groep; bespreek twijfel over voeding of conditie met een voeradviseur.
Kale of modderige loopplekken Vergelijk de bodem met een beschikbaar, droger perceel.
Een perceel dat herstelt Bekijk ook de eerder beschadigde plekken voordat je het opnieuw gebruikt.
Een mogelijke nieuwe wei Controleer grens, water, beschutting en toegang voordat de dieren overgaan.

Een perceelwisseling is geen behandeling voor gezondheidsproblemen. Bespreek vragen over parasieten of zieke dieren met de dierenarts.

Toegang, weer en toezicht op afgelegen of heuvelachtig terrein

Op een verre of heuvelachtige weide moet je controle ook uitvoerbaar blijven. Loop vooraf van de toegang naar het drinkpunt en de verste hoek. Noteer waar een hoogteverschil het zicht op dieren wegneemt en welke route na regen moeilijk begaanbaar kan worden. Leg voor de vervanger de locatie, toegang en telefoonnummers van de terreinbeheerder en dierenarts vast.

Markeer plekken waar bij zware regen water kan blijven staan en bepaal vooraf waar de groep heen kan als dat nodig is. AHDB adviseert in de Britse praktijk om overstromingsgevoelige percelen vooraf te herkennen en een verplaatsingsplan klaar te hebben.

Wil je een vast gaasraster plaatsen, controleer dan of daarvoor op deze locatie een vergunning nodig is. Volgens BIJ12 is het gemeentelijke omgevingsplan daarbij leidend; vraag de gemeente om duidelijkheid als je twijfelt.

Houd per perceel waarnemingen over de weide bij

Een kort logboek helpt je veranderingen terug te zien. Schrijf liever op waar iets is veranderd en wie het opvolgt dan alleen ‘alles goed’. Zo kun je een vraag over een dier, het grasaanbod of een natte plek concreet bespreken.

Invulblad voor de controleronde
Veld Noteer per perceel
Moment en controleur Datum, tijd en naam.
Groep Aantal dieren en opvallend gedrag of afwijkende beweging.
Water en beschutting Bereikbaarheid, toestand en eventuele herstelactie.
Grens en poort Precieze plek van schade en wat ermee is gedaan.
Begroeiing en bodem Veranderingen sinds de vorige ronde, vooral op aandachtspunten.
Vervolg Wie kijkt opnieuw, wat moet dan klaar zijn en is een ander perceel nodig?

Bijvoorbeeld: ‘Perceel Noord, grond bij de poort natter dan gisteren; water en grens in orde; morgen bodem opnieuw beoordelen voordat de groep eventueel verhuist.’ Zo blijft een waarneming bruikbaar voor degene die de volgende ronde loopt.