Konijnen

Myxomatose bij konijnen en RHD: preventie en wanneer je de dierenarts belt

Praktische gids

Myxomatose bij konijnen en RHD: preventie en wanneer je de dierenarts belt

Heeft je konijn plots gezwollen ogen, moeite met ademen of stopt het met eten? Bel je dierenarts meteen en beschrijf wat je ziet. Wacht niet tot je weet welke ziekte het is. Eet een konijn niet, dan moet het dezelfde dag door een dierenarts worden beoordeeld. Bel bij een vermoeden van myxomatose of RHD ook voordat je naar de praktijk vertrekt, zodat je samen een veilig bezoek kunt afspreken. Lees meer bij het LICG over zieke konijnen en het LICG over vooraf contact opnemen.

Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Myxomatose en RHD: verschillen en verspreiding in Nederland
  3. Preventie bij jouw huisvesting: maatregelen en beperkingen
  4. Verdachte veranderingen bij je konijn: wat noteer je voor de dierenarts?
  5. Bij verdenking: de dierenarts bellen en contact met andere konijnen bespreken
  6. Een preventieplan met de dierenarts en vragen over vaccinatieafspraken

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Een emmer voor het verblijf

Emmer met Vlakke Kant 15 l Blauw – Vplast

Emmer met Vlakke Kant 15 l Blauw – Vplast

Met deze emmer neem je water en spullen mee wanneer je het konijnenverblijf schoonmaakt.

Let op bij je keuze Houd schoonmaakspullen voor verschillende verblijven apart als je contact via gedeelde spullen wilt beperken.

Myxomatose en RHD: verschillen en verspreiding in Nederland

Myxomatose en RHD, ook VHD genoemd, worden door verschillende virussen veroorzaakt. Beide komen in Nederland voor bij konijnen. Van het RHD virus zijn hier zowel RHDV1 als RHDV2 vastgesteld. De besmettingsroutes overlappen deels, maar zijn niet hetzelfde.

Verschillen die helpen om je waarnemingen te beschrijven, niet om zelf een diagnose te stellen
Myxomatose RHD
Verspreidt zich vooral via stekende insecten, zoals muggen en vlooien. Bij een vorm van de ziekte speelt ook direct contact tussen konijnen een rol. Kan zich verspreiden via besmette konijnen, insecten en besmet materiaal, zoals gras, bodembedekking en schoenzolen.
Zwellingen rond ogen, mond of andere plekken kunnen opvallen. Een vorm zonder duidelijke huidzwellingen kan juist rode ogen en ademhalingsproblemen geven. Een konijn kan sloom worden, stoppen met eten of moeilijk ademen. Soms overlijdt het onverwacht zonder vooraf zichtbare verschijnselen.

Ook een konijn dat binnen leeft, kan worden blootgesteld. Je kunt uit één verschijnsel niet afleiden welke ziekte een dier heeft. Lees de ziektebeschrijvingen van het LICG over myxomatose en het LICG over RHD.

Preventie bij jouw huisvesting: maatregelen en beperkingen

Kijk hoe insecten, wilde konijnen en spullen van buiten in de buurt van jouw konijnen kunnen komen. De aandachtspunten verschillen per ziekte; geen van deze maatregelen sluit besmetting volledig uit.

Aandachtspunten voor je gesprek met de dierenarts
Bij myxomatose Bij RHD
Weer muggen en vliegen waar dat kan, bijvoorbeeld met horren. Voorkom contact met wilde konijnen. Vraag de dierenarts om advies als je konijn vlooien heeft: niet elk vlooienmiddel is geschikt. Voorkom contact met wilde konijnen en houd het verblijf schoon. Pluk geen gras op plekken waar wilde konijnen voorkomen. Loop met schoenen van zulke plekken niet bij je eigen konijnen.
Bespreek ook voor een konijn dat binnen leeft welke bescherming passend is. Let naast insecten op spullen die van buiten komen of tussen konijnen worden gebruikt. Bespreek vaccinatie ook voor konijnen die binnen leven.

Gebruik geen chemische insectenbestrijding bij je konijn zonder advies over de veiligheid ervan. Horren en schoonmaken vervangen vaccinatie niet. Vraag je dierenarts hoe je de bescherming van ieder konijn beoordeelt. Meer achtergrond staat bij het LICG over preventie van myxomatose en het LICG over preventie van RHD.

Verdachte veranderingen bij je konijn: wat noteer je voor de dierenarts?

Noteer welk konijn veranderd is en wanneer je dat voor het eerst zag. Laat het opschrijven je telefoontje niet vertragen. Je hoeft geen ziekte te benoemen om de dierenarts goed te informeren.

Kort observatieschema voor het telefoongesprek
Wat je ziet Wat je doorgeeft
Nieuwe zwelling of verandering aan ogen, kop of huid Waar zit de verandering, wanneer viel die op en betreft het één of beide ogen?
Stiller gedrag of moeite met ademen Wat doet je konijn anders dan normaal? Meld een moeilijke ademhaling direct.
Minder eten of veranderde keutels Wanneer zag je het dier voor het laatst eten en wanneer zag je normale keutels?
Een konijn is onverwacht overleden Wanneer zag je het voor het laatst levend? Zijn er nog andere konijnen?

Vertel ook wat je weet van eerdere vaccinaties en of andere konijnen ziek lijken. Veranderde ogen, eetlust en ontlasting verdienen aandacht, maar wijzen niet vanzelf op myxomatose of RHD. Zie het LICG over gezondheidssignalen. Bij onverwacht overlijden kan de dierenarts met je bespreken of onderzoek naar RHD zinvol is; dat is vooral belangrijk als je nog meer konijnen houdt. Zie het LICG over onverwachte sterfte.

Bij verdenking: de dierenarts bellen en contact met andere konijnen bespreken

  1. Bel eerst. Vertel wat je waarneemt en zeg dat je bezorgd bent over een mogelijk besmettelijke konijnenziekte. Vraag hoe snel het dier gezien moet worden en hoe je naar de praktijk komt.
  2. Vertel welke andere konijnen er zijn. Noem welke dieren samen leven en of je bij hen veranderingen ziet. Vraag of en hoe je voorlopig contact en het delen van spullen beperkt.
  3. Volg de afspraak voor het bezoek. Ga met een mogelijk besmet konijn niet onaangekondigd naar een wachtkamer of vaccinatiespreekuur.

Ook als een konijn onverwacht is overleden, is telefonisch overleg belangrijk voor de overige dieren. Het LICG adviseert vooraf contact bij een vermoeden van deze ziekten; de informatie over RHD bespreekt onderzoek na plotseling overlijden.

Een preventieplan met de dierenarts en vragen over vaccinatieafspraken

Neem de vaccinatiegegevens van ieder konijn mee naar een regulier gesprek met de dierenarts. Vertel of de dieren binnen of buiten leven en of ze mogelijk in contact komen met wilde konijnen, insecten of spullen van buiten. Vraag welke bescherming zij hebben en wat voor ieder dier nog nodig is. Dat is bij RHD extra relevant omdat er meerdere virusvarianten zijn en vaccins niet allemaal dezelfde ziekten dekken. De dierenarts beoordeelt de keuze en de timing; zie het LICG over RHD en vaccinatie.

Vraag ook wie je buiten openingstijden belt als een konijn ziek wordt. Een gewone vaccinatieafspraak is geen vervanging voor direct overleg over een konijn dat nu klachten heeft.