Gezondheidsveranderingen bij varkens opmerken en beschrijven
Praktische gids
Gezondheidsveranderingen bij varkens opmerken en beschrijven
Eet een varken minder, loopt het anders of verandert de huid of mest? Noteer wat je ziet, bij welk dier en sinds wanneer. Kijk ook naar de andere varkens en controleer het hok. Zo kun je de dierenarts duidelijk vertellen wat er veranderd is, zonder zelf een diagnose te stellen. Wacht bij een ernstig ziek dier niet tot je notities compleet zijn. Het LICG adviseert bij twijfel over de gezondheid van een varken een dierenarts te raadplegen.

Inhoudsopgave
- Producten bij deze gids
- Gedrag, voeropname, huid, mest en beweging vast noteren
- Huidafwijkingen, diarree en kreupelheid beschrijven voor de dierenarts
- Voer, water, vloer, strooisel en andere varkens controleren
- Wanneer de dierenarts bellen, ook bij zieke biggen
- Bedrijfsgegevens voor een preventieplan of vaccinatieplan
Handig bij deze gids
Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.
Een herkenbare markering

Merkspray voor Varkens en Runderen, Blauw, 400 ml – Kerbl Topmarker
Met een merkspray voor varkens kun je tijdens een observatieronde terugzien welk dier je hebt bekeken.
Let op bij je keuze Spreek met andere verzorgers af wat de gekozen kleur betekent.
Mest en vuil opruimen

Mestschraper zonder Steel Blauw, 35 cm – Vplast
Met deze mestschraper schuif je mest en vuil op de stalvloer bij elkaar nadat je hebt genoteerd wat je aantrof.
Let op bij je keuze Ga na welke steel bij de los geleverde schraper past.
Gedrag, voeropname, huid, mest en beweging vast noteren
Kijk tijdens je gebruikelijke verzorging eerst rustig naar de groep en daarna naar het varken dat opvalt. Vergelijk wat je ziet met hoe het dier zich gewoonlijk gedraagt. Een vaste notitie helpt je veranderingen terug te vinden en over te dragen. Ook de Canadese voedselinspectie adviseert om veranderingen en het begintijdstip vast te leggen; dit is praktische observatiehulp, geen Nederlandse wettelijke norm.
| Onderdeel | Wat noteer je? |
|---|---|
| Dier en plaats | Identificatie of herkenbare kenmerken, hok en diergroep, bijvoorbeeld zeug, zogende big of gespeende big. |
| Tijd | Datum en tijdstip; wanneer je het dier voor het laatst zonder deze verandering zag. |
| Eten en drinken | Wat je het dier zelf zag opnemen en wat onaangeroerd bleef. Schrijf ‘niet gezien’ als je het niet weet. |
| Gedrag en ademhaling | Reactie op de omgeving, afzonderen, ongewoon veel liggen, hoesten of zichtbaar moeite met ademen. |
| Huid en mest | Plaats en uiterlijk van huidveranderingen; vorm en kleur van de mest. Noteer of je zeker weet van welk dier de mest is. |
| Beweging | Zelf opstaan, lopen en een poot minder belasten. |
| Groep en contact | Andere dieren met veranderingen, wie je hebt gebeld, wanneer en welke vervolgstap is afgesproken. |
Gebruik bij een volgende ronde een nieuwe regel. Schrijf bijvoorbeeld liever ‘bij de ochtendvoerbeurt bleef dit varken liggen en ik zag het niet eten’ dan ‘het varken eet niet’. Zo blijft duidelijk wat je wel en niet hebt waargenomen.
Huidafwijkingen, diarree en kreupelheid beschrijven voor de dierenarts
Beschrijf een verandering in gewone woorden, zonder er een ziekte aan te koppelen. Het LICG noemt onder meer huidproblemen en klauwproblemen bij varkens. Voor een dierenarts zijn vooral de plaats, het verloop en de toestand van het dier bruikbaar.
| Wat valt op? | Wat geef je door? |
|---|---|
| Een plek op de huid | Waar de plek zit, hoe groot het gebied ongeveer is, of de huid open is en of andere dieren zulke plekken hebben. |
| Dunne mest | Wanneer je die voor het eerst zag, of er zichtbaar bloed bij zit en of je weet van welk dier de mest is. |
| Anders lopen | Of het varken zelf opstaat, welke poot het minder belast en of je een wond of zwelling ziet. |
Een foto van een huidplek of een korte opname van het lopen kan je beschrijving aanvullen. Vermeld dan ook van welk dier en tijdstip de opname is. De dierenarts bepaalt of onderzoek nodig is; een foto alleen stelt geen diagnose.
Voer, water, vloer, strooisel en andere varkens controleren
Controleer het hok terwijl je de dieren observeert. Een gevonden afwijking in de omgeving is nuttige informatie, maar bewijst niet waardoor een dier ziek is. Volgens RVO gelden voor varkens specifieke eisen aan onder meer voer, water en vloeren.
- Voer: kijk of het voersysteem werkt en of ook het opvallende dier bij het voer kan. Noteer een recente verandering in voer of voermoment.
- Water: controleer of de drinkvoorziening werkt en bereikbaar is. Dat vertelt je nog niet of dit dier daadwerkelijk heeft gedronken.
- Vloer en strooisel: kijk naar beschadigde of scherpe delen en naar natte of vervuilde plekken, ook op de ligplaats.
- Andere varkens: noteer hoeveel dieren iets vergelijkbaars laten zien en in welke hokken zij staan.
Beperk onnodig contact en het uitwisselen van materiaal tussen hokken zolang onduidelijk is wat er speelt. Verzorg je dieren in meerdere hokken, houd materialen dan gescheiden of werk hygiënisch. Is afzondering van een ziek of gewond dier nodig, zorg dan voor een geschikte ruimte en bespreek met de dierenarts wat voor dit dier passend is. Zet niet automatisch verschillende zieke dieren samen. RVO beschrijft de Nederlandse verzorgingsregels; de Canadese voedselinspectie geeft praktische adviezen om contact tussen zieke en gezonde varkens te beperken.
Wanneer de dierenarts bellen, ook bij zieke biggen
Bel meteen een dierenarts als een varken niet kan opstaan, duidelijk moeite heeft met ademen of snel achteruitgaat. Doe dat ook bij bloederige diarree, onverwachte sterfte of wanneer meerdere varkens in korte tijd ziek lijken. Bij een big met waterdunne diarree of opvallende slapte wacht je evenmin op de volgende observatieronde: diarree bij biggen kan gepaard gaan met snelle uitdroging. De Canadese voedselinspectie noemt onder meer ademhalingsproblemen, niet kunnen staan en onverwachte sterfte als alarmsignalen; het MSD Veterinary Manual beschrijft snelle uitdroging bij bepaalde vormen van diarree bij biggen.
Overleg ook over nieuwe of aanhoudende veranderingen zoals minder eten, kreupelheid, huidletsel of diarree. Vertel welk dier het betreft, wanneer de verandering begon, hoeveel dieren betrokken zijn en wat je in het hok hebt gecontroleerd. Spreek af waarop je let en wanneer je opnieuw belt. Is je eigen dierenarts niet bereikbaar bij spoed, gebruik dan de afgesproken spoeddienst. In Nederland moeten zieke en gewonde dieren direct worden verzorgd.
Vermoed je Afrikaanse varkenspest? Bel direct je dierenarts én het Landelijk meldpunt dierziekten op 045 546 31 88. De NVWA vermeldt dat deze melding verplicht is. Wacht niet op een beoordeling van een foto.
Bedrijfsgegevens voor een preventieplan of vaccinatieplan
Bewaar de observaties voor het overleg met je varkensdierenarts. Terugkerende veranderingen per diergroep, eerdere onderzoeksuitslagen en veranderingen in de verzorging geven aanleiding voor gerichte vragen. Voor houders op wie de verplichting van toepassing is, wordt een bedrijfsgezondheidsplan samen met de dierenarts opgesteld. RVO licht toe voor welke houders dit geldt en wat in het plan wordt besproken. Het is niet hetzelfde als een algemeen vaccinatieschema.
| Onderwerp | Leg klaar |
|---|---|
| Diergroepen | Aantallen, leeftijdsgroepen, hokken en recente wijzigingen in de groepsindeling. |
| Gezondheidsverloop | Observaties, eerdere klachten, dierenartscontacten en eventuele gegevens over uitval. |
| Omgeving en verzorging | Wijzigingen in aanvoer, voer, water, huisvesting en dagelijkse werkwijze. |
| Bestaande afspraken | Eerdere onderzoeksuitslagen, vastgelegde vaccinaties en bestaande plannen, als die er zijn. |
Wil je vaccinaties bespreken? Vraag je varkensdierenarts welke afweging bij jouw dieren en situatie past. Het LICG vermeldt dat varkens in Nederland tegen verschillende ziekten gevaccineerd kunnen worden. Een vast schema voor iedere groep volgt daar niet uit.