Stal of dierenlocatie registreren: welke gegevens hebt u nodig?
Praktische gids
Stal of dierenlocatie registreren: welke gegevens hebt u nodig?
Wilt u in Nederland een stal of dierenlocatie registreren? Begin met vier gegevens: wie houdt de dieren, waar verblijven ze, om welke diersoort gaat het en welke registratie bestaat al? Vraag vervolgens welk nummer precies nodig is. Een Uniek Bedrijfsnummer (UBN) betreft een dierenlocatie; een vraag naar een ‘stalcode’ kan juist over een afzonderlijke stal gaan. RVO legt uit waarvoor een UBN dient.

Inhoudsopgave
- Stal, houder of locatie: waarop slaat het registratienummer?
- Welke gegevens over houder, adres, dieren en registraties verzamelt u?
- Waar vindt u de bevoegde instantie voor de registratie?
- Verhuizing, andere dieren of een andere houder: wat vraagt u opnieuw na?
- Registratienummer en bouwvergunning: wat moet u apart nagaan?
Stal, houder of locatie: waarop slaat het registratienummer?
Een UBN is niet automatisch een nummer voor elke stal op een erf. Bij de registratie tellen de locatie en de houder: één houder kan voor verschillende locaties meerdere UBN’s hebben, terwijl verschillende houders op dezelfde locatie ieder een eigen UBN kunnen hebben. Voor varkens gelden hierbij aanvullende regels. Twijfelt u waar de ene locatie ophoudt en de andere begint? Leg de situatie voor aan RVO; die instantie beoordeelt onduidelijke locatiegrenzen. Bekijk de locatievoorwaarden bij RVO.
Bij een pensionstal hoeft de houder van de locatie niet de eigenaar van ieder paard te zijn. De pensionstalhouder heeft het UBN voor de locatie nodig. In de pluimveesector worden daarnaast gegevens over afzonderlijke stallen bijgehouden in KIP. Vraagt iemand om een stalcode, vraag dan eerst of diegene het UBN, een pluimveeregistratie of gegevens van een bepaalde stal bedoelt. RVO licht de rol van de paardenhouder toe; AVINED beschrijft de registratie van stalgegevens.
Welke gegevens over houder, adres, dieren en registraties verzamelt u?
Gebruik dit overzicht om uw vraag voor te bereiden. Het is geen lijst met aanvraagvereisten die voor iedere diersoort gelijk zijn. Voor paardachtigen noemt RVO bijvoorbeeld het adres van de verblijfplaats en de diersoort. Bij bedrijfsmatig gehouden huisdieren vraagt RVO ook naar activiteiten, gebouwen en de beheerder. Bekijk de gegevens voor paardachtigen en de gegevens voor bedrijfsmatig gehouden huisdieren.
| Onderwerp | Wat noteert u? |
|---|---|
| Houder | De naam van de verantwoordelijke persoon of organisatie. Heeft u al een RVO relatienummer? Houd dat dan bij de hand. |
| Locatie | Het adres waar de dieren werkelijk verblijven. Zijn er meerdere erven en is de grens onduidelijk, beschrijf dan ook de gebouwen en toegangen. |
| Dieren en activiteiten | De diersoorten en wat u op de locatie doet. Vermeld of het om hobbymatig of bedrijfsmatig houden gaat. |
| Bestaande registratie | Een bestaand UBN en, als het om pluimvee gaat, het bekende registratienummer of de beschikbare stalgegevens in KIP. |
| Alleen indien van toepassing | Bij bedrijfsmatig gehouden huisdieren: de activiteiten, gegevens van de beheerder en het BAG nummer van de gebouwen. |
Heeft u nog geen relatienummer bij RVO? Controleer dan eerst hoe u zich als particulier of onderneming registreert. Een onderneming kan daarbij haar KVK nummer nodig hebben. Lees de uitleg over registratie bij RVO.
Waar vindt u de bevoegde instantie voor de registratie?
Begin bij de RVO pagina over dierlocaties. Daar kunt u nagaan of en hoe een UBN voor uw dieren nodig is. Voor runderen, schapen, geiten, varkens en paardachtigen geldt de locatieplicht ook bij hobbymatig houden. Voor pluimvee en huisdieren hangt de route mede af van de situatie; ga dus niet uit van dezelfde aanvraag voor ieder dierenverblijf.
| Uw situatie | Waar begint u? |
|---|---|
| Runderen, schapen, geiten, varkens of paardachtigen | Controleer bij RVO de registratie voor uw houder en locatie en kijk of er al een UBN bestaat. |
| Pluimvee of broedeieren | Controleer eerst of registratie voor uw situatie nodig is. Voor een UBN voor pluimvee verwijst RVO naar AVINED. Vraag AVINED ook welk registratienummer of stalgegeven wordt bedoeld. |
| Bedrijfsmatig gehouden huisdieren | Gebruik de afzonderlijke route van RVO voor de huisdierlocatie. |
Voor pluimvee vindt u de contactroute bij AVINED. Voor bedrijfsmatig gehouden huisdieren staat de registratie op de RVO pagina over huisdierlocaties. Houdt u andere dieren of gaat het om vervoer tussen landen? Controleer dan uw specifieke situatie op de RVO pagina over dierlocaties.
Verhuizing, andere dieren of een andere houder: wat vraagt u opnieuw na?
- Verhuizing: ga na welke registratie bij het nieuwe adres hoort en wat u met de registratie op het oude adres moet doen. Een UBN verhuist niet vanzelf met de dieren mee.
- Andere diersoort: controleer eerst het bestaande UBN en vraag of de diersoort daaraan kan worden toegevoegd. RVO beschrijft die mogelijkheid onder meer voor paardachtigen; voor wijzigingen in de pluimveeregistratie kunt u bij AVINED terecht.
- Andere houder: ga niet uit van een automatische overname van het nummer. Bij een bedrijfsoverdracht kan een UBN worden overgedragen; controleer welke regeling op uw situatie past.
RVO beschrijft het toevoegen van paardachtigen en de aandachtspunten bij bedrijfsoverdracht. Noteer bij uw vraag steeds de oude en nieuwe situatie, zodat duidelijk is wat moet worden aangepast.
Registratienummer en bouwvergunning: wat moet u apart nagaan?
Een UBN registreert een dierenlocatie; het is geen toestemming om een stal te bouwen, uit te breiden of anders te gebruiken. Controleer een bouwplan afzonderlijk met de Vergunningcheck in het Omgevingsloket. Daar kunt u nagaan of voor uw plan en locatie bijvoorbeeld een vergunning of melding nodig is. Neem bij onduidelijkheid contact op met uw gemeente. De Rijksoverheid legt de Vergunningcheck uit.