Schapen

Prolaps bij een schaap: wat je waarneemt en doorgeeft

Een wollig schaap staat in een houten omheining terwijl een vrouw op enige afstand met een telefoon in haar hand naar het dier kijkt.

Praktische gids

Prolaps bij een schaap: wat je waarneemt en doorgeeft

Zie je weefsel uit de vulva of anus van een schaap steken? Bel direct de dierenarts, ook als de uitstulping weer verdwijnt. Vertel wat je ziet; je hoeft niet zelf vast te stellen welk weefsel het is. Uitpuilend weefsel kan uit de schede, baarmoeder of endeldarm komen. De informatie over schedeprolaps, baarmoederprolaps en endeldarmprolaps beschrijft waarom de plaats en het moment waarop je de uitstulping ziet ertoe doen.

Een wollig schaap staat in een houten omheining terwijl een vrouw op enige afstand met een telefoon in haar hand naar het dier kijkt.
Inhoudsopgave
  1. Zichtbare alarmsignalen: wanneer bel je direct de dierenarts?
  2. Welke waarnemingen geef je telefonisch door?
  3. Rust en veiligheid terwijl je op hulp wacht
  4. Welke gebeurtenissen in de kudde bespreek je achteraf?

Zichtbare alarmsignalen: wanneer bel je direct de dierenarts?

Wacht bij zichtbaar uitpuilend weefsel niet op een geplande controle. Meld meteen als de ooi pas heeft gelammerd: een baarmoederprolaps na de geboorte is een spoedgeval. Ook een uitstulping die alleen zichtbaar was toen het dier lag, verdient beoordeling. Blootgesteld weefsel kan beschadigen. Lees meer over de urgentie na het aflammeren en tijdelijk zichtbare schedeprolaps.

  • Plaats: lijkt de uitstulping uit de vulva of de anus te komen? Zeg het gerust als je dat niet kunt zien.
  • Moment: is de ooi drachtig, aan het aflammeren of pas gelammerd, voor zover je weet?
  • Uiterlijk: zie je bloed, vuil of beschadiging, of lijkt het weefsel donker of droog?
  • Gedrag: blijft het schaap persen, staat het niet op of reageert het anders dan gewoonlijk? Vertel ook als je tijdens het kijken geen urine hebt gezien. Dat betekent niet automatisch dat het dier niet kan plassen.

Problemen met urineren kunnen bij een schedeprolaps voorkomen. Plotselinge sloomheid is eveneens een reden om een dierenarts te waarschuwen. Zie de veterinaire uitleg over urineren en het LICG over ziekteverschijnselen bij schapen.

Welke waarnemingen geef je telefonisch door?

Begin met de locatie van het dier en wat je nu ziet. Gebruik daarna deze checklist. Iets niet weten is geen reden om het telefoontje uit te stellen. Korte aantekeningen kunnen het gesprek met de dierenarts helpen; de observatiegids voor schapen en geiten noemt onder meer gedrag, uitscheiding en afwijkingen onder de staart als nuttige waarnemingen.

Belchecklist bij een vermoeden van prolaps
Vraag Wat geef je door?
Welk dier en waar? Oormerknummer als je dat zonder opjagen kunt aflezen, anders een herkenbare beschrijving; noem ook de stal of weide.
Wat weet je over de dracht? Vertel of dracht bekend is, of de ooi heeft gelammerd en wanneer. Meld of er lammeren bij haar zijn.
Wanneer begon het? Noem wanneer je de uitstulping voor het eerst zag en of die nog zichtbaar is.
Wat zie je? Beschrijf de vermoedelijke opening, de zichtbare kleur en eventueel bloed, vuil of beschadiging.
Hoe gedraagt het schaap zich? Vertel of het staat, reageert of blijft persen. Zeg of je urineren of mesten hebt gezien en hoe lang je hebt gekeken.

Een foto van een afstand kan helpen als je die zonder vertraging of onrust kunt maken. Vraag vóór het ophangen wat je moet doen terwijl je op hulp wacht.

Rust en veiligheid terwijl je op hulp wacht

Laat het schaap zoveel mogelijk met rust. Kun je de directe omgeving rustig en schoon houden zonder het dier op te jagen of te verplaatsen, doe dat dan. Voorkom waar mogelijk dat andere dieren tegen het uitstekende weefsel aandringen. De veterinaire observatiegids adviseert rust en een schone plek bij zichtbaar uitpuilend weefsel.

Duw het weefsel niet terug en trek er niet aan. Breng ook geen zalf, ontsmettingsmiddel of hulpmiddel aan op eigen initiatief. Vraag de dierenarts of bescherming nodig is en hoe je die in deze situatie veilig regelt. Meld het direct opnieuw als de toestand van het schaap verandert.

Welke gebeurtenissen in de kudde bespreek je achteraf?

Als het dier hulp heeft gekregen, kun je met de dierenarts terugkijken. Noteer welke ooien eerder een uitstulping hadden, wanneer die ten opzichte van het aflammeren zichtbaar was en of je bij andere dieren iets vergelijkbaars zag. Een schedeprolaps kan bij een volgende dracht terugkomen en soms meer ooien in dezelfde kudde treffen. Zulke aantekeningen wijzen niet vanzelf één oorzaak aan. Lees de veterinaire achtergrond over herhaling en kuddegevallen.

Bespreek ook opvallende veranderingen in conditie, voer of huisvesting en eventuele moeilijke geboorten. Laat de dierenarts beoordelen wat voor jouw kudde relevant is. Heeft een drachtige ooi na behandeling een hechting gekregen? Maak dan met de behandelend dierenarts tijdig afspraken over controle en verwijdering vóór het aflammeren. Een hechting vraagt aandacht vóór de geboorte.