Schapen

Dekperiode bij schapen voorbereiden: groepsplan en gegevens

Praktische gids

Dekperiode bij schapen voorbereiden: groepsplan en gegevens

Een goede voorbereiding op de dekperiode begint met drie vragen: welke ooien komen bij welke ram, wanneer wil je ongeveer lammeren en wie houdt de groep in de gaten? Bespreek daarna de dieren en de beschikbare plek. Noteer tijdens de dekperiode wat er werkelijk gebeurt. Dat een ram bij een ooi heeft gelopen, betekent nog niet dat de dracht is bevestigd.

Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Groepssamenstelling, ruimte en gewenste lammerperiode bepalen
  3. Identiteit, leeftijd, conditie en voorgeschiedenis verzamelen
  4. Voer, water, scheidingshekken en observatieplekken controleren
  5. Dekdata en waarnemingen registreren en drachtgegevens laten verifiëren
  6. Planningsvragen bespreken en bij zorgen over welzijn of voortplanting de dierenarts raadplegen

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Markeringen bijhouden

Dektuig van Nylon voor Schapen en Geiten

Dektuig van Nylon voor Schapen en Geiten

Met dit dektuig kun je bij schapen een kleurblok gebruiken om zichtbare markeringen tijdens de dekperiode te volgen.

Let op bij je keuze Controleer of het dektuig goed past bij de ram en gebruik het samen met een dekblok.

Bij veel schapen valt de bronst samen met de korter wordende dagen. Gebruik het seizoen als vertrekpunt voor overleg, niet als vaste dekdatum voor ieder dier. Het LICG beschrijft de voortplanting van schapen.

Groepssamenstelling, ruimte en gewenste lammerperiode bepalen

Kies eerst een lammerperiode die past bij de ruimte en de tijd die je straks voor toezicht hebt. Werk dan terug naar een mogelijke periode waarin ram en ooien samen kunnen zijn. Laat een schapenhouderijdeskundige meedenken over de planning voor jouw dieren; een verwachte geboortedatum is geen afspraak met de kalender.

Vragen voor het groepsplan
Vraag Leg vast
Welke dieren? De beoogde ram en ooien, plus de dieren waarover je nog wilt overleggen.
Welke plek? De weide of stal per groep en een afzonderlijke plek voor dieren die niet bij de ram mogen.
Welke periode? Het geplande begin en einde van het contact. Vul de werkelijke data later apart in.
Welk toezicht? Wie de dieren observeert en wie aantekeningen overneemt als die persoon afwezig is.

Neem jonge rammen mee in dit plan, ook als je ze niet wilt inzetten. Ramlammeren kunnen vruchtbaar worden; scheid ze tijdig van ooien als je ongeplande dekkingen wilt voorkomen. Lees meer bij het LICG.

Identiteit, leeftijd, conditie en voorgeschiedenis verzamelen

Maak vóór het overleg één overzicht voor ooien en rammen. Zet per dier de ID code, de bekende geboortedatum of leeftijd, eerdere dek en lammergegevens en relevante gezondheidsvragen bij elkaar. Noteer ook wat je nog niet weet. Zo hoeft een onduidelijk gegeven niet ongemerkt een aanname in je planning te worden.

  • Conditie: is een dier veranderd ten opzichte van eerdere controles? Wol kan vermagering aan het zicht onttrekken. Bespreek met een deskundige hoe je de conditie van jouw dieren beoordeelt.
  • Voorgeschiedenis: welke eerdere waarnemingen of problemen wil je bespreken voordat dit dier bij een dekgroep komt?
  • Identiteit: kloppen de ID codes in je overzicht met de dieren en je registratie?

Het LICG adviseert de conditie actief te volgen. Voor identificatie en registratie gelden daarnaast Nederlandse regels; RVO legt de identificatie van schapen uit. Laat uit deze checklist niet op afstand afleiden of een individueel dier geschikt is om te dekken.

Komt een ram van een andere locatie? Regel de verplaatsing ook buiten je dekplanning om. Volgens RVO moeten aanvoer en afvoer binnen zeven kalenderdagen in I&R worden gemeld en moet bij vervoer een vervoersdocument aanwezig zijn. Schapenhouders houden bovendien een bedrijfsregister bij. Je eigen deknotities vervangen deze administratie niet.

Voer, water, scheidingshekken en observatieplekken controleren

Loop vóór het samenbrengen de plekken van alle geplande groepen langs. Kunnen de dieren bij hun voer en vers drinkwater? Kun je die plekken bereiken om te controleren of alles beschikbaar blijft? Bespreek een vraag over het rantsoen aan de hand van de conditie en voorgeschiedenis van de dieren, niet alleen aan de hand van de geplande dekdatum. Het LICG behandelt voer, water en conditie bij schapen.

  • Afscheiding: kijk of hekken en doorgangen de afgesproken groepen gescheiden houden.
  • Observatie: kies een plek vanwaar je de dieren rustig kunt bekijken en hun ID codes kunt noteren.
  • Wijzigingen: bepaal waar een dier kan verblijven als je de groepsindeling moet aanpassen.

Wil je kleurmarkeringen gebruiken om dekactiviteit terug te vinden? Schrijf op wanneer je een kleur ziet en welke ram toegang had. Noteer ook wanneer je van kleur wisselt. Een markering is een waarneming, geen bevestiging van dracht. De Ierse landbouwadviesdienst Teagasc onderscheidt dekregistratie van onderzoek naar dracht. Voor materiaal kun je de categorie schapen en geiten bekijken.

Dekdata en waarnemingen registreren en drachtgegevens laten verifiëren

Houd drie soorten informatie uit elkaar: dieren hadden contact, je zag een dekking of markering en dracht is beoordeeld. De werkelijke begin en einddatum van het contact helpen later bij de planning van een eventuele drachtcontrole. Spreek met je dierenarts of een andere geschikte deskundige af óf en wanneer zo’n beoordeling voor jouw groep zinvol is. Teagasc beschrijft hoe contactdata en waarnemingen helpen bij het plannen van een drachtcontrole; de genoemde werkwijze is geen Nederlandse regel. Lees de toelichting van Teagasc.

Kopieer onderstaande tijdlijn voor iedere dekgroep naar je eigen administratie, of print hem uit. Vul alleen een bevestigde uitkomst in als die beoordeling heeft plaatsgevonden.

Tijdlijn om per dekgroep in te vullen
Moment Datum Dieren en waarnemingen Vraag of vervolg
Plan besproken ________ ID ram: ________
ID ooien: ________
Plek: ________
Besproken met: ________
Open vraag: ________
Ram bij de groep ________ Werkelijke aanwezige dieren: ________ Volgende observatie: ________
Dekking of markering gezien ________ ID ooi: ________
Wat zag je? ________
Ram met toegang: ________
Opnieuw bekijken op: ________
Groep gewijzigd of ram weggehaald ________ Betrokken ID codes: ________
Wat veranderde? ________
Planning aanpassen: ________
Na de dekperiode ________ Wat is bekend? ________
Wat is onzeker? ________
Drachtbeoordeling bespreken met: ________
Vooruitkijken naar lammeren ________ Bevestigde informatie: ________ Ruimte en toezicht opnieuw plannen: ________

Ben je aangesloten bij een stamboek? Vraag dan welke gegevens je daar moet vastleggen. Het gepubliceerde reglement van de Vereniging van Speciale Schapenrassen noemt bijvoorbeeld de periode waarin de ram bij de ooien liep en een bekende dekdatum. Dat reglement geldt niet automatisch voor andere stamboeken.

Planningsvragen bespreken en bij zorgen over welzijn of voortplanting de dierenarts raadplegen

Vragen over de groepsindeling, beschikbare ruimte en het bruikbaar noteren van waarnemingen kun je voorbereiden met een schapenhouderijdeskundige. Neem het overzicht per dier en de open vragen mee. Voor zorgen over de gezondheid of voortplanting van een individueel dier is je dierenarts het aanspreekpunt.

Zie je dat een schaap sloom wordt, zich afzondert, vermagert of anders loopt? Vertel je dierenarts wat je ziet en sinds wanneer. Het LICG adviseert een dierenarts te waarschuwen bij een vermoeden van ziekte. Een markering of een uitgebleven waarneming is op zichzelf geen diagnose.

Gebruik na de dekperiode je bijgewerkte groepsplan om ruimte en toezicht voor de mogelijke lammerperiode te plannen. De voorbereiding van de geboorte en de benodigdheden daarvoor vormen een volgende stap.