Geiten

Thüringer Waldgeit: ras herkennen en verzorging plannen

Bruine geit met witte strepen op de kop en witte onderbenen staat op stro naast een houten schuilstal.

Rassenwijzer

Thüringer Waldgeit: ras herkennen en verzorging plannen

De Thüringer Waldgeit is een melkgeitenras uit Duitsland. In het Duitse fokprogramma heet het ras Thüringer Wald Ziege. De bruine of zwarte vacht met witte gezichtsstrepen kan je op weg helpen bij het herkennen, maar bewijst de afstamming van een individuele geit niet. Vraag daarvoor naar de registratie en bekijk tegelijk of je plek geschikt is voor een groep geiten. Bekijk het Duitse fokprogramma.

Bruine geit met witte strepen op de kop en witte onderbenen staat op stro naast een houten schuilstal.
Schofthoogte

65 tot 75 cm

Gewicht

40 tot 70 kg

Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. De officiële rasnaam, herkomst en rasstandaard
  3. Uiterlijk en praktische kenmerken van de Thüringer Waldgeit
  4. Groepsleven en gebruiksdoel in het licht van de raseigenschappen
  5. Verblijf, voerplek, water en afrastering controleren
  6. Aanbieder, herkomstpapieren en huidige houderij beoordelen

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Een extra voerplek

Voerbak voor Paarden, 6 l, Zwart – Vplast

Voerbak voor Paarden, 6 l, Zwart – Vplast

Deze voerbak is volgens de beschrijving ook bedoeld voor geiten en kan helpen om een aparte voerplek in te richten.

Let op bij je keuze Kijk hoeveel voerplekken je groep nodig heeft, zodat ook een geit die wordt weggejaagd rustig kan eten.

De officiële rasnaam, herkomst en rasstandaard

Het fokprogramma van de Thüringse fokvereniging gebruikt de naam Thüringer Wald Ziege, afgekort TWZ. De Duitse landelijke fokvereniging schrijft ook Thüringer Waldziege. Het ras ontstond aan het begin van de twintigste eeuw uit regionale geiten in Thüringen, met een beperkte inkruising van Zwitserse Toggenburger geiten. De erkenning als ras volgde in 1935. Een geit die toevallig uit Thüringen komt, behoort daarmee niet automatisch tot dit ras. Duits fokprogramma; Duitse landelijke fokvereniging.

Uiterlijk en praktische kenmerken van de Thüringer Waldgeit

De Duitse rasbeschrijving noemt een middelgrote melkgeit met kort, glad haar. De vacht is doorgaans licht tot donker chocoladebruin; zwart komt ook voor. Witte strepen lopen van boven de ogen naar de bovenlip. Ook de randen van de bek en oren, de onderbenen en het gebied onder de staart zijn volgens de beschrijving wit. Er bestaan zowel dieren met als zonder hoorns. Duits fokprogramma.

Maten in het Duitse fokprogramma
Kenmerk Geit Bok
Schofthoogte 65 tot 75 cm 88 tot 90 cm
Gewicht 40 tot 70 kg 70 tot 100 kg

Deze rasgegevens zijn geen voorspelling voor het dier dat je wilt overnemen. Bekijk diens bouw en hoorns zelf. De fokvereniging streeft bovendien naar sterke dieren met een lange gebruiksduur; dat is een fokdoel, geen gezondheidsgarantie. Duits fokprogramma.

Groepsleven en gebruiksdoel in het licht van de raseigenschappen

Het Duitse fokprogramma beschrijft de Thüringer Waldgeit als melkgeit en noemt geschiktheid voor landschapsbeheer. Wil je een dier voor de melkhouderij, vraag dan naar zijn eigen geschiedenis en huidige situatie. Wil je vooral geiten als hobby houden, begin bij een andere vraag: kun je dagelijks voor meerdere geiten zorgen? Een gebruiksdoel in een rasbeschrijving zegt niet wat één aangeboden dier zal presteren. Duits fokprogramma.

Geiten leven met soortgenoten. Volgens het LICG kan de rangorde ertoe leiden dat een dier bij de voerplek wordt weggejaagd. Kijk bij de aanbieder daarom hoe de hele groep eet en rust. Zie je een geit steeds wijken, bespreek dan hoe zij toch rustig aan voer komt. Dat is belangrijker voor je huisvestingsplan dan een verondersteld karakter van het ras. LICG: Geit.

Verblijf, voerplek, water en afrastering controleren

Loop de toekomstige plek na voordat je een geit overneemt. De dieren hebben een droge verblijfplaats nodig waar ze allemaal kunnen rusten, beschutting buiten, uitloop en voerplekken die voor de hele groep bereikbaar zijn. Zorg steeds voor vers drinkwater en laat een overgang naar ander voer geleidelijk verlopen. LICG: Geit.

Praktische controle van plek en groep
Controle Waar kijk je naar?
Groep en voer Kan ieder dier eten, ook als een ander dier de eerste voerplek bezet?
Rustplek Kunnen alle geiten tegelijk droog liggen en de beschutting bereiken?
Water Is het drinkwater schoon en voor alle dieren bereikbaar?
Omheining Sluiten poorten en hoeken goed aan? Kan een gehoornde geit haar kop niet in gaasopeningen vastzetten?

Controleer de omheining regelmatig. Zet klimmogelijkheden niet vlak naast het hek: geiten kunnen die als opstap gebruiken. Kijk tijdens je dagelijkse ronde ook of elk dier levendig is, eet en normaal beweegt. Zondert een geit zich af, eet zij niet of vermoed je ziekte, neem dan contact op met een dierenarts. LICG: Geit.

Bij Farmora kun je kijken in de categorieën schapen en geiten, voeren en drinken en afrasteringsnetten. Controleer bij een artikel afzonderlijk voor welke dieren en situatie het bedoeld is; de categorie alleen zegt niets over de geschiktheid voor jouw geiten.

Aanbieder, herkomstpapieren en huidige houderij beoordelen

Vraag onder welke rasnaam het dier geregistreerd staat en welke afstammingsgegevens beschikbaar zijn. Wordt het als geregistreerd fokdier aangeboden, vraag dan naar de fokboekinschrijving en de bijbehorende documenten. Het Duitse fokprogramma beschrijft de vastlegging van afstamming in het fokboek. Een passende vachttekening vervangt die gegevens niet. Duits fokprogramma.

  • Identiteit: vergelijk de ID code van het dier met de gegevens op de documenten. Vraag hoe je een eventueel niet zichtbaar identificatiemiddel kunt controleren.
  • Huidige verzorging: vraag met welke geiten het dier leeft, wat het eet en hoe het reageert bij voeren en hanteren.
  • Overdracht: spreek af welke gegevens en documenten je meekrijgt en wie de verplaatsing registreert.

In Nederland is voor een locatie met geiten ook bij hobbyhouderij een UBN nodig. Geiten moeten volgens RVO twee goedgekeurde identificatiemiddelen hebben, waarvan ten minste één elektronisch is. Bij vervoer moet een vervoersdocument aanwezig zijn. De aanvoer en afvoer moeten ieder binnen zeven kalenderdagen worden gemeld. Regel je registratie dus vóórdat je het dier ophaalt. RVO: UBN; RVO: identificatie; RVO: melden en vervoeren.