Schapen

Appenninica schaap: het ras herkennen en verzorgen

Wit schaap met een lichte kop en poten staat met het hele lichaam zichtbaar in een weiland voor een houten hek.

Rassenwijzer

Appenninica schaap: het ras herkennen en verzorgen

De Appenninica is een Italiaans schapenras met een eigen rasbeschrijving. Een schaap wordt dus niet automatisch een Appenninica doordat het in de Apennijnen graast. De witte vacht en hoornloze kop kunnen je op weg helpen bij herkenning, maar voor de afstamming van een aangeboden dier heb je individuele documenten nodig. Bekijk daarvoor de Italiaanse rasbeschrijving en de gegevens van het dier zelf.

Wit schaap met een lichte kop en poten staat met het hele lichaam zichtbaar in een weiland voor een houten hek.
Rasnaam

Appenninica, een Italiaans schapenras.

Oorspronkelijk gebied

De provincies Arezzo, Firenze, Grosseto, Siena, Perugia en Terni.

Uiterlijk

Middelgroot tot groot, met een witte, open of halfopen vacht.

Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Rasnaam, herkomst en herkenningspunten
  3. Gedocumenteerde houderijdoelen van het ras
  4. Weide en kudde: terrein en omstandigheden beoordelen
  5. Voer, water, beschutting en vachtcontrole
  6. Afstamming en gezondheid van rasdieren nagaan

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Rasnaam, herkomst en herkenningspunten

Het ras in het kort
Onderwerp Wat is beschreven?
Rasnaam Appenninica, een Italiaans schapenras.
Oorspronkelijk gebied De provincies Arezzo, Firenze, Grosseto, Siena, Perugia en Terni.
Uiterlijk Middelgroot tot groot, met een witte, open of halfopen vacht.

Volgens de rasbeschrijving van AssoNaPa heeft het dier een hoornloze kop, een recht of licht gebogen kopprofiel en oren die horizontaal staan of iets hangen. De romp is relatief lang. Kop, onderzijde van de hals, onderbuik en poten zijn grotendeels onbewold. Het gaat om kenmerken van de Italiaanse rasbeschrijving, niet om een Nederlandse rasstandaard of een sluitende herkenningstest voor één dier.

Gedocumenteerde houderijdoelen van het ras

In het Italiaanse fokprogramma staat de Appenninica bij de rassen waarvan het fokdoel vooral vleesproductie is. De rasbeschrijving noemt ook melk, die grotendeels door de lammeren wordt gedronken, en wol. Dat zegt niets over de opbrengst van een schaap dat je wilt kopen: vraag naar gegevens van dat dier als productie of fokkerij je doel is.

De rasbeschrijving vermeldt houderij in heuvels en bergen. Daaruit volgt niet dat een Appenninica in Nederland een bergweide nodig heeft of op ieder terrein geschikt is. Beoordeel de plek waar jouw kudde werkelijk zal staan.

Weide en kudde: terrein en omstandigheden beoordelen

Schapen houd je met soortgenoten en voldoende ruimte om te grazen. Loop het perceel na voordat er een dier bijkomt: sluiten de doorgangen goed, kan de hele groep bij water en schaduw en is er beschutting bij hevige regen? Kijk ook wat er met natte delen en sloten gebeurt als het weer omslaat. Dit zijn algemene aandachtspunten voor schapenhouders, zoals beschreven door het LICG, geen bijzondere terreineisen voor dit ras.

Vragen voor je eigen weide en kudde
Situatie Wat ga je na?
Je voegt een schaap aan een kudde toe Past het dier in de groep en kun je het na aankomst rustig observeren?
Het perceel heeft natte delen of sloten Zijn droge ligplekken en veilige grenzen onder wisselende omstandigheden beschikbaar?
Er is weinig natuurlijke beschutting Waar vinden alle dieren schaduw en bescherming bij hevige regen?

Voer, water, beschutting en vachtcontrole

Gras en hooi zijn ruwvoer voor schapen; vers drinkwater moet beschikbaar zijn. Houd giftige planten en snoeiafval uit hun bereik. Of aanvullend voer nodig is, hangt af van het individuele dier en zijn omstandigheden, niet alleen van de rasnaam. Het LICG licht deze basisverzorging toe.

Wat controleer je regelmatig?

  • Kijk of ieder schaap eet, normaal beweegt en bij de groep blijft. Controleer meteen het water en de toegang tot beschutting.
  • Bekijk bij het hanteren de klauwen, achterhand en vacht. Voel ook naar de lichaamsconditie: wol kan gewichtsverlies aan het zicht onttrekken.
  • Plan het scheren met iemand die schapen veilig kan hanteren. Een pas geschoren schaap heeft beschutting nodig tegen kou en felle zon.

Wordt een schaap plotseling sloom, zondert het zich af, vermagert het of is de achterhand vervuild? Neem dan contact op met een dierenarts. Zulke waarnemingen zijn redenen om het dier te laten beoordelen, geen diagnose. Meer over verzorging en ziektesignalen staat bij het LICG.

Uitrusting kiezen bij de werkzaamheden

Maak eerst duidelijk welke taak je wilt uitvoeren, bijvoorbeeld water aanbieden, klauwen controleren of een scheerbeurt organiseren. Kies daarna materiaal dat bij die taak en jouw dieren past. In de Farmora categorie voor schapen en geiten kun je per werkzaamheid zoeken; de rasnaam alleen bepaalt niet of een artikel geschikt is.

Afstamming en gezondheid van rasdieren nagaan

Vraag de aanbieder om de documenten van het individuele dier en vergelijk het identificatienummer met het schaap. Vraag ook in welke sectie van het Italiaanse stamboek het dier staat en welke ouders zijn geregistreerd. De regels van AssoNaPa onderscheiden een hoofdsectie en aanvullende secties. Een registratie op basis van uiterlijke kenmerken geeft niet dezelfde informatie over afstamming als een inschrijving met genealogische gegevens. Vraag bij een aangeboden geregistreerd fokdier welk certificaat of bewijs bij die inschrijving hoort.

Bespreek daarnaast de gezondheidsgeschiedenis en bekijk hoe het dier loopt, eet en zich in de groep gedraagt. Vraag bij twijfel vóór aankoop veterinair advies. Een identificatiemerk helpt vaststellen welk dier je bekijkt, maar is op zichzelf geen bewijs van afstamming.

Ga je in Nederland schapen houden, dan heb je ook als hobbyhouder een UBN voor de dierlocatie nodig. Controleer vóór aanschaf hoe je het dier in het Nederlandse registratiesysteem meldt. Komt het schaap uit Italië, regel dan vooraf met de verantwoordelijke partij de toepasselijke diergezondheidseisen en het gezondheidscertificaat. Volgens RVO meld je een import uit een ander EU land binnen zeven kalenderdagen in I&R en geef je daarbij het certificaatnummer op. Raadpleeg hiervoor RVO over het UBN, RVO over importmeldingen en de NVWA over invoer vanuit de EU.