Runderen

Voeding en groei van vleesrunderen systematisch volgen

Roodbruin rund bij een houten voerbak met hooi, met een leeg notitieboek en potlood op de voorgrond.

Praktische gids

Voeding en groei van vleesrunderen systematisch volgen

Wil je de voeding en groei van vleesrunderen volgen? Leg dan per diergroep vijf zaken vast: het voedingsdoel, de gebruikte voerpartijen, de toegang tot voer en water, vergelijkbare metingen en opvallende veranderingen. Zo krijgt een rantsoenadviseur gegevens om jouw situatie te beoordelen, zonder dat je van een voorbeeldrantsoen hoeft uit te gaan.

Roodbruin rund bij een houten voerbak met hooi, met een leeg notitieboek en potlood op de voorgrond.
Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Opfok, onderhoud en groei als verschillende voedingsdoelen
  3. Voeranalyse, herkomst en bewaarkwaliteit vastleggen
  4. Toegang tot drinkwater en voer voor alle dieren controleren
  5. Groei volgen met vergelijkbare metingen en observaties
  6. Vragen voor de rantsoenadviseur en signalen voor de dierenarts

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Voerpartijen apart bewaren

Voerton met Deksel en Slot, 80 l – Vplast

Voerton met Deksel en Slot, 80 l – Vplast

Deze afsluitbare ton geeft droog voer een vaste plek en maakt het makkelijker om verschillende voerpartijen gescheiden en herkenbaar te houden.

Let op bij je keuze Controleer of 80 liter past bij de hoeveelheid droog voer die je per partij bewaart.

Een extra voer of waterplek

Voertrog van Natuurrubber voor Voer en Water, 20 l – Gobel

Voertrog van Natuurrubber voor Voer en Water, 20 l – Gobel

Deze trog van 20 liter kan in de stal of buiten worden gebruikt voor voer of water, zodat je een extra plek kunt inrichten waar dieren erbij kunnen.

Let op bij je keuze Beoordeel of de inhoud en de plaatsing passen bij de groep; één trog geeft niet vanzelf elk rund voldoende toegang.

In het kort: bepaal welke dieren je volgt, verbind het aangeboden voer aan de juiste analyse en noteer wanneer voer, groep of meetmethode verandert. De beslismatrix verderop helpt je om van die gegevens gerichte vragen te maken.

Opfok, onderhoud en groei als verschillende voedingsdoelen

Maak onderscheid tussen jonge dieren in de opfok, volwassen dieren waarbij behoud van conditie het doel is, en dieren in de groei of afmestfase. Vermeld bij volwassen dieren ook of ze drachtig zijn of een kalf zogen. De Nederlandse NVWA beschrijft dat het rantsoen in de groeifase kan verschillen van dat in de afmestfase. Een Belgische checklist voor vleesvee onderscheidt daarnaast opfok en onderhoud. Gebruik die indeling om gegevens te ordenen, niet als rantsoennorm voor een Nederlands bedrijf.

  • Opfok: noteer welke jonge dieren samen worden gevolgd en wanneer hun voedingssituatie verandert, bijvoorbeeld bij het spenen.
  • Onderhoud: schrijf op voor welke volwassen dieren behoud van conditie het doel is. Houd drachtige en zogende dieren herkenbaar in je overzicht.
  • Groei: noteer vanaf welke datum je de ontwikkeling volgt en wanneer dieren overgaan naar een andere fase of groep.

Schrijf de datum van een groepswisseling op. Dan kun je latere metingen in de juiste context bekijken. Alleen het gewicht van een dier vertelt niet welk voer passend is.

Voeranalyse, herkomst en bewaarkwaliteit vastleggen

Geef elke gebruikte voerpartij een eigen regel. Noteer de voersoort, herkomst, oogst of leverdatum voor zover bekend, opslagplek en de periode waarin je de partij voert. Bewaar een analyse bij de partij waarop die betrekking heeft. Een voorbeeld van een Nederlands ruwvoerverslag toont onder meer partijgegevens, droge stof, eiwit en voederwaarde. Kijk bij het overnemen van waarden goed of ze per kilogram product of per kilogram droge stof zijn uitgedrukt. De uitkomsten en streeftrajecten in dat voorbeeld zijn geen doelen voor jouw vleesrunderen.

Schrijf bij aangekocht voer de productnaam en partijgegevens over van de verpakking of leverbon. Vermeld per groep wat je aanbiedt en wat zichtbaar achterblijft. Dat zegt nog niet hoeveel ieder afzonderlijk dier heeft opgenomen, maar helpt wel om een voerwisseling of afwijking terug te vinden.

Controleer de partij ook tijdens opslag en voeren. Noteer waar en wanneer je warmte, een afwijkende geur of zichtbare schimmel opmerkt. Eurofins Agro beschrijft dat slechte conservering en broei de kwaliteit van kuilvoer kunnen aantasten. Houd voer dat je niet vertrouwt buiten het aangeboden voer en bespreek de partij met een deskundige. De NVWA wijst erop dat vervuild diervoer runderen ziek kan maken.

Toegang tot drinkwater en voer voor alle dieren controleren

Kijk op een voerbeurt of ook kleinere of minder dominante dieren de voerplek bereiken. Controleer bij de drinkplaatsen of dieren erbij kunnen, de voorziening schoon is en er water uitkomt. Noteer een probleem met de groep, de plek, het tijdstip en wat je zag. Controleer na het oplossen van een storing opnieuw bij de dieren.

Volgens de Nederlandse RVO regels voor huisvesting en verzorging moeten dieren voldoende geschikt voer en water krijgen. Bij productiedieren moeten voerplaatsen en drinkplaatsen bovendien zo zijn ingericht dat alle dieren voldoende ruimte en gelegenheid hebben om te eten en drinken. Een volle drinkbak op één moment laat niet zien of elk dier die goed kan bereiken.

Groei volgen met vergelijkbare metingen en observaties

Noteer bij iedere meting de identificatie van het dier of de vaste groep, datum, levensfase, methode en uitkomst. Vermeld een andere weegschaal, een groepswisseling of een voerwisseling afzonderlijk. Vergelijk vervolgens metingen van hetzelfde dier, of van een groep waarvan de samenstelling bekend is. De Belgische vleesveechecklist noemt tussentijds wegen en het meten van de borstomtrek als manieren om ontwikkeling te volgen.

Gebruik je de borstomtrek, registreer dan centimeters en je meetwijze in plaats van de uitkomst als gewogen kilogrammen te presenteren. Het Belgische Rundveeloket biedt bijvoorbeeld een gewichtsschatting op basis van borstomtrek specifiek voor Belgisch Witblauw. Zo’n omrekening is niet vanzelf geschikt voor andere runderen. Noteer naast de meetreeks wat je opmerkt aan conditie, eetgedrag en mest. Een verandering is een aanleiding om verder te kijken, geen diagnose op zichzelf.

Vragen voor de rantsoenadviseur en signalen voor de dierenarts

Gebruik deze matrix als invulhulp voor het gesprek met je rantsoenadviseur. Maak voor iedere diergroep een eigen overzicht en vul waar mogelijk de datums in. Lege vakken laten zien welke gegevens nog ontbreken.

Beslismatrix voor voeding en groei van vleesrunderen
Diergroep en doel Beschikbaar ruwvoer Water en voertoegang Gemeten ontwikkeling Vraag voor de adviseur
Jonge dieren in de opfok Welke partijen voer je en welke analyses horen daarbij? Wanneer veranderde het voer? Kunnen alle dieren bij voer en water? Noteer eventuele verdringing. Leg metingen, datums en de gebruikte methode vast. Welke gegevens ontbreken om deze opfokgroep te beoordelen?
Volwassen dieren met behoud van conditie als doel Wat bied je aan en wat blijft achter? Noteer de bijbehorende partijen. Is de toegang voor alle dieren gelijk? Waar zie je een afwijking? Beschrijf het verloop van gewicht of conditie en vermeld dracht of zogen. Moeten dieren binnen deze groep afzonderlijk worden beoordeeld?
Dieren in de groei of afmestfase Welke partij en analyse horen bij elke voerperiode? Welke dieren komen mogelijk minder goed bij voer of water? Vergelijk meetpunten binnen dezelfde fase en noteer een groepswisseling. Welke mogelijke verklaring voor het gemeten verloop moet eerst worden gecontroleerd?

Neem de matrix, analyseverslagen, leverbonnen en meetreeks mee. Vraag welke gegevens nog nodig zijn, of de groepen apart beoordeeld moeten worden en hoe je een afgesproken verandering later volgt. Heb je een onderbouwd voerplan en wil je de kosten van je eigen ingevoerde hoeveelheden bekijken? Dan kun je afzonderlijk voerkosten berekenen. Die rekenhulp stelt geen rantsoen samen.

Zie je een plotselinge verandering in eetlust, mest of gedrag, duidelijke sloomheid of een ziek ogend dier? Neem contact op met de dierenarts. Vertel welke dieren het betreft, wanneer de verandering begon en of ze bij voer en water kunnen. De RVO beschrijft dat zieke of gewonde dieren direct verzorging nodig hebben en dat je bij uitblijvende verbetering een dierenarts inschakelt.