Nederlandse landgeit: kenmerken en praktische verzorging
Rassenwijzer
Nederlandse landgeit: kenmerken en praktische verzorging
De Nederlandse landgeit is een middelgroot, gehoornd Nederlands geitenras. Wil je deze dieren houden, dan heb je ruimte voor meerdere geiten nodig, met een droge schuilplek, uitloop en een afrastering waarin hun hoorns niet vast kunnen raken. Gebruik de rasbeschrijving om je te oriënteren, maar beoordeel het verblijf voor de dieren die er daadwerkelijk komen. Lees ook het algemene advies over geiten houden van het LICG.

Middelgroot, stevig en geblokt
Schofthoogte van 64 tot 72 cm
Schofthoogte van 74 tot 89 cm
Gehoornd; ruige beharing, bij geiten korter of langer
Inhoudsopgave
- Producten bij deze gids
- Ras, populatie en lokale namen in rasregisters
- Volwassen formaat, gebruiksdoel en verschillen tussen lijnen
- Hoorns, rasbehoud en veilige openingen in het verblijf
- Verblijf, groepsleven en dagelijkse verzorging
- Voer, water en uitrusting op maat van het dier
- Twee houderijsituaties vergelijken: ruimte, tijd en vragen aan de fokker
- Veelgestelde vragen over de Nederlandse landgeit
Handig bij deze gids
Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.
Een voerplek voor geiten

Voerbak voor Paarden, 6 l, Zwart – Vplast
Deze voerbak is volgens de productbeschrijving ook bedoeld voor geiten en geeft voer een vaste plek.
Let op bij je keuze Controleer of alle geiten tegelijk bij het voer kunnen en of hun hoorns nergens achter blijven haken.
Palen voor de afrastering

Instappaal met Stijgbeugel, 155 cm, Groen – ZoneGuard
Deze instappaal heeft ogen voor koord, draad en lint, waarmee je lijnen voor de omheining kunt aanbrengen.
Let op bij je keuze Beoordeel de complete afrastering bij je eigen geiten: ook tussen de lijnen mogen hun kop en hoorns niet vast komen te zitten.
| Kenmerk | Beschrijving van het ras | Controleer bij het dier |
|---|---|---|
| Bouw | Middelgroot, stevig en geblokt | Bouw en leeftijd |
| Meerjarige geit | Schofthoogte van 64 tot 72 cm | Werkelijke afmetingen |
| Meerjarige bok | Schofthoogte van 74 tot 89 cm | Werkelijke afmetingen |
| Hoorns en vacht | Gehoornd; ruige beharing, bij geiten korter of langer | Hoornstand en conditie van de vacht |
De genoemde hoogtes zijn grenzen uit een rasstandaard voor meerjarige dieren. Ze zijn geen maatadvies voor een hek of voerplek.
Ras, populatie en lokale namen in rasregisters
De Landelijke Fokkersclub Nederlandse Landgeiten, afgekort LFNL, heeft een rasstandaard en een fok en stamboekreglement voor de Nederlandse landgeit. Het ras was in de vorige eeuw bijna verdwenen. Rasbehoud richt zich volgens de club ook op de variatie binnen de populatie. In een rasbeschrijving van Stichting Zeldzame Huisdierrassen wordt het ras als bedreigd aangeduid.
Een uiterlijk dat bij de landgeit past, bewijst niet dat een dier in het stamboek staat. Het reglement van de LFNL onderscheidt onder meer het geboorteboek, registerboek, stamboek en hulpboek. Het gebruikt bovendien NL voor dieren die volgens het stamboek zijn gefokt en LG voor landgeiten die daarbuiten zijn gefokt. Vraag daarom welke registratie bij precies dit dier hoort. Een lokale benaming of een vertaling van ‘landgeit’ geeft daarover geen uitsluitsel.
Volwassen formaat, gebruiksdoel en verschillen tussen lijnen
De rasstandaard beschrijft een stevige, vrij compacte geit met een ruige vacht. Bij geiten kan die vacht korter of langer zijn; ook kleur en aftekening variëren. De standaard sluit wel de specifieke Toggenburgeraftekening uit. Reken bij een jong dier niet met de volwassen hoogtes uit de tabel en verwacht niet dat iedere landgeit er hetzelfde uitziet. Bekijk de rasstandaard als je uiterlijke kenmerken wilt vergelijken.
De landgeit werd vroeger mede gehouden voor melk en vlees en wordt ook als hobbydier en in natuurbeheer gehouden, zoals Stichting Zeldzame Huisdierrassen beschrijft. Een gebruiksdoel of raskenmerk zegt nog niet hoe een aangeboden dier met mensen of soortgenoten omgaat. Bekijk dat dier in zijn vertrouwde groep en vraag hoe het gewend is te leven.
Hoorns, rasbehoud en veilige openingen in het verblijf
De rasstandaard beschrijft verschillende hoornvormen. Bij geiten kunnen de hoorns onder meer naar achteren buigen of zijwaarts uitwijken; bij bokken zijn ze zwaarder en kunnen ze bijvoorbeeld liervormig zijn. De hoorns van het ene dier zijn dus geen betrouwbare maat voor die van het andere.
Bekijk gaas, spijlen, voerhekken en doorgangen vanuit de plek waar een geit haar kop kan steken. Een kop kan wel door een opening passen terwijl de hoorns het terugtrekken belemmeren. Houd klimgelegenheid ook weg van de grens van het verblijf. Het LICG waarschuwt voor beide risico’s; een rasnaam levert geen veilige maaswijdte op.
Wil je fokken, vraag dan naar de registratie en afstamming van beide dieren. De LFNL werkt met een dekbokkenlijst en wil verwantschap beperken en historische variatie behouden. Bespreek een voorgenomen combinatie met de fokkersclub in plaats van alleen op kleur of hoornvorm te kiezen. Lees het fok en stamboekreglement.
Verblijf, groepsleven en dagelijkse verzorging
Geiten hebben soortgenoten nodig. Zorg dat de hele groep tegelijk droog kan rusten en bij voer kan, ook dieren die door groepsgenoten worden weggeduwd. Voorzie in uitloop, een droge en tochtvrije stal en buiten in beschutting tegen felle zon. Een tuin is pas geschikt als de inrichting dit voor de volledige groep mogelijk maakt. Het LICG licht de algemene huisvesting van geiten toe.
Wat controleer je tijdens de verzorging?
- Kijk dagelijks of ieder dier eet, drinkt en levendig is. Controleer tegelijk het water en de afrastering.
- Houd de ligplek droog en let bij het schoonmaken op beschadigde of uitstekende delen.
- Bekijk de klauwen regelmatig; laat je bij het verzorgen ervan zo nodig helpen door een ervaren houder of dierenarts.
- Let op afzondering, niet eten, kreupel lopen, diarree of zichtbaar vermageren. Vermoed je ziekte, neem dan contact op met een dierenarts.
Deze observaties sluiten aan bij het LICG advies over verzorging en gezondheid. Ze zijn geen diagnose.
Voer, water en uitrusting op maat van het dier
Geef geschikt ruwvoer, waaronder hooi, en zorg dat er altijd vers drinkwater is. Verander voer geleidelijk en kijk of ieder dier werkelijk bij het voer kan. Wat verder nodig is, hangt af van het dier en zijn situatie; maak geen rantsoen op basis van alleen de rasnaam. Gebruik voer dat voor geiten bedoeld is en bespreek bijzondere voedingsvragen met een deskundige. Meer over voeding en water voor geiten bij het LICG.
Leg voor de keuze van voerplaatsen, drinkvoorzieningen en doorgangen de afmetingen van de beoogde dieren en hun hoornstand naast de werkelijke opstelling. Controleer ook voor welke diersoort een artikel is beschreven. In Farmora’s rubriek voor schapen en geiten staan artikelen voor beide soorten naast artikelen die specifiek voor schapen zijn bedoeld. Bij de afrasteringsnetten kun je uitvoeringen vergelijken, maar een vermelding voor geiten bewijst niet dat een net veilig is voor de hoorns van jouw dieren.
Twee houderijsituaties vergelijken: ruimte, tijd en vragen aan de fokker
Deze denkvoorbeelden helpen je zien wat er vóór aanschaf nog moet gebeuren. De behoefte aan groepsruimte, beschutting en een geschikte omheining geldt in beide situaties.
| Situatie | Wat is er al? | Dagelijkse zorg | Wat moet eerst duidelijk zijn? |
|---|---|---|---|
| Erf met stal en omheinde uitloop | Er is een droge ligplek; het gaas en voerhek zijn nog niet voor de beoogde dieren beoordeeld. | Iemand kan voeren, water geven, de dieren bekijken en de omheining controleren. | Zijn alle openingen veilig voor hun hoorns en kan ieder dier eten en rusten? |
| Tuin zonder stal | Een droge schuilplek en een doorlopende omheining ontbreken nog. | Een verzorger is beschikbaar, maar inrichting en onderhoud moeten nog worden geregeld. | Kan er eerst een passend verblijf voor meerdere geiten komen? Wie verzorgt ze bij afwezigheid? |
Vraag de fokker welke dieren samen leven, hoe oud ze zijn, of ze zijn uitgegroeid en hoe ze reageren in de groep. Vraag ook naar het identificatienummer, de afstamming en eventuele LFNL registratie. Vergelijk het identificatienummer met de gegevens die je over het dier krijgt. De LFNL beschrijft hoe haar registraties werken.
Regel vóór je geiten gaat houden een UBN voor de locatie; dat geldt ook voor hobbyhouders. Controleer bij aanschaf de identificatie en meld de aanvoer volgens de actuele regels bij RVO. Een aanvoer moet volgens de huidige informatie binnen zeven kalenderdagen worden gemeld. Zie RVO over het UBN, identificatie en aanvoer melden.
Veelgestelde vragen over de Nederlandse landgeit
Hoe weet ik of een geit in het LFNL stamboek staat?
Vraag naar de registratie van het individuele dier en laat het identificatienummer overeenkomen met de bijbehorende gegevens. Een ruige vacht, hoorns of een bepaalde kleur zijn daarvoor geen bewijs. De LFNL onderscheidt verschillende boeken.
Kan een Nederlandse landgeit alleen in een grote tuin leven?
Nee, een geit heeft soortgenoten nodig. Kijk niet alleen naar de grootte van de tuin, maar ook naar gezamenlijke rustruimte, een droge schuilplek, uitloop en een veilige grens. Bekijk de huisvestingsbehoeften bij het LICG.
Welke uitrusting kies ik voor een gehoornde landgeit?
Begin bij de dieren en de bestaande inrichting: kunnen ze veilig langs en door de openingen, en bereiken ze voer en water zonder vast te raken of te worden verdrongen? Vergelijk pas daarna materialen die voor geiten en voor jouw opstelling bedoeld zijn.