Schapen

Schapen drijven: een kudde veilig verplaatsen op eigen terrein

Vier schapen lopen over een graspad langs een houten hek, met een persoon enkele passen achter hen.

Praktische gids

Schapen drijven: een kudde veilig verplaatsen op eigen terrein

Wil je schapen naar een andere weide op je eigen terrein brengen? Loop de route eerst na, maak de eindweide klaar en spreek af wie de kudde begeleidt en wie de poorten bedient. Laat de dieren rustig als groep lopen. Een hond is voor zo’n korte verplaatsing niet vanzelfsprekend nodig: schapen zijn kuddedieren en volgen vaak soortgenoten. Lees meer over schapengedrag bij het LICG.

Vier schapen lopen over een graspad langs een houten hek, met een persoon enkele passen achter hen.
Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Route, doorgangen, ondergrond en eindweide vooraf controleren
  3. Taken verdelen en buitenstaanders uit de route houden
  4. Drijvende hond of kuddebewaker: wanneer deskundige hulp nodig is
  5. Na aankomst achterblijvers, hekken, water en gedrag controleren
  6. Verkeer, publiek of een langere route: wanneer een ander plan nodig is

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Begin pas als je de hele route kunt beheersen. Kan een schaap ongezien afslaan, is een doorgang niet veilig of kun je de eindweide niet afsluiten? Los dat eerst op of vraag een ervaren herder om hulp.

Route, doorgangen, ondergrond en eindweide vooraf controleren

Loop zonder schapen van de vertrekweide naar de eindweide. Kijk niet alleen of een poort open kan, maar ook waar de dieren daarna heen kunnen. Vermijd waar mogelijk scherpe bochten en doodlopende stukken: schapen lopen gemakkelijker verder als ze de dieren vóór zich kunnen zien. Blijf zelf rustig bij een doorgang. De Ierse landbouwdienst Teagasc beschrijft deze principes voor het hanteren van schapen.

Controleer deze punten voordat je de kudde verplaatst
Plek Waar kijk je naar? Wat spreek je af?
Vertrekweide Zijn alle dieren aanwezig en kan ieder dier normaal meelopen? Tel de kudde voordat de poort opengaat.
Poort en doorgang Werkt de sluiting, is de opening vrij en kan de poortbediener opzij staan? Wijs aan wie opent en na de laatste dieren sluit.
Bocht of open zijkant Kan een dier uit het zicht raken of via een opening ontsnappen? Herstel de begrenzing of kies een andere route.
Ondergrond Liggen er losse voorwerpen? Is een doorgang glad, diep uitgesleten of modderig? Kies een begaanbaar alternatief als de plek niet veilig is.
Eindweide Zijn afrastering en poort in orde en is vers drinkwater bereikbaar? Laat de kudde pas binnen als de weide klaar is.

Let extra op natte, kapotgelopen plekken waar schapen vaak passeren. De Britse landbouworganisatie AHDB adviseert aandacht voor de ondergrond bij het verplaatsen en hanteren van schapen. Gaat het bij jouw bestaande afrastering om een te vervangen poortgreep of doorgangsonderdeel? Dan kun je poortgrepen en doorgangen bij Farmora bekijken. Controleer welk onderdeel bij de aanwezige afrastering past.

Taken verdelen en buitenstaanders uit de route houden

Spreek vóór vertrek af wie de richting en de eerste dieren in het oog houdt, wie op achterblijvers let en wie een poort bedient. Laat de poortbediener buiten de looplijn staan. Zijn begin en einde of meerdere doorgangen niet tegelijk te overzien? Regel extra begeleiding of kies een eenvoudiger route.

  1. Voor vertrek: bevestig dat de eindweide klaar is, de route vrij is en iedereen zijn taak kent.
  2. Onderweg: houd de groep in beeld. Loop kalm en geef de dieren ruimte om een doorgang te vinden; ren of schreeuw niet achter ze aan.
  3. Bij een opstopping: stop met aandringen en kijk of de doorgang vrij en zichtbaar is. Hervat pas als de dieren weer rustig kunnen doorlopen.
  4. Na de laatste dieren: sluit de gebruikte poort en kijk of er niemand is achtergebleven.

Spreek ook een stopsignaal af voor een openstaand hek, een losgeraakt schaap of iemand op de route. Houd bezoekers, kinderen en andere honden uit het traject zolang de poorten openstaan. Ligt er een pad langs je terrein dat anderen gebruiken en kun je onverwachte passanten niet op afstand houden? Kies dan een ander moment of een andere route. Natuurmonumenten adviseert bezoekers een kudde niet te doorkruisen.

Drijvende hond of kuddebewaker: wanneer deskundige hulp nodig is

Een hond die schapen drijft, helpt bij het verplaatsen van de kudde. Een kuddebewakingshond beschermt de dieren; dat is een andere taak. Zet dus niet zomaar je eigen hond achter de schapen. De Raad van Beheer beschrijft het hoeden en drijven en licht ook de beschermende taak van een kuddebewakingshond toe.

Voor een korte, overzichtelijke route kun je de verplaatsing rond mensen, poorten en een rustige looplijn plannen. Raakt de kudde uit elkaar, reageren de schapen angstig of denk je een hond nodig te hebben om lastige stukken te beheersen? Onderbreek de verplaatsing zodra dat veilig kan en vraag een ervaren herder om de situatie te beoordelen. Laat de inzet van een werkhond over aan iemand die met die hond en schapen kan werken.

Na aankomst achterblijvers, hekken, water en gedrag controleren

Sluit de eindweide af zodra de laatste schapen binnen zijn. Vergelijk het aantal met je telling vóór vertrek. Ontbreekt er een dier, controleer dan de vertrekweide en de route. Kijk vervolgens naar de poort, de afrastering en het drinkwater. Schapen moeten vers drinkwater beschikbaar hebben. Het LICG beschrijft hun verzorging en gezondheidscontrole.

  • Kudde: zijn alle schapen binnen en zijn eventuele ooien en lammeren weer bij elkaar?
  • Afsluiting: zijn de gebruikte poorten dicht en zie je geen beschadigde afrastering?
  • Water: kunnen alle dieren bij vers drinkwater?
  • Gedrag: loopt een dier opvallend moeilijk, blijft het achter, is het sloom of zondert het zich af?

Blijf ook na de eerste onrust kijken hoe de dieren zich gedragen. Vermoed je dat een schaap ziek of gewond is, drijf het dan niet verder op en neem contact op met een dierenarts. Het LICG noemt sloomheid en afzondering als signalen om serieus te nemen.

Verkeer, publiek of een langere route: wanneer een ander plan nodig is

Deze aanpak is bedoeld voor een korte, overzichtelijke route op eigen terrein. Raakt de route een openbare weg of een plek met publiek, gebruik dan niet zonder meer hetzelfde plan. Zoek bij voorkeur een route binnen het terrein. Is dat niet mogelijk, bespreek de concrete route vooraf met een ervaren herder en stem het gebruik van de weg of het terrein af met de betrokken beheerder of eigenaar.

Controleer ook of de bestemming voor de registratie dezelfde dierlocatie is. Wie schapen houdt, heeft volgens RVO een UBN voor de dierlocatie nodig, ook als hobbyhouder. Eén locatie kan meerdere percelen omvatten; bij twijfel over de afbakening kun je de situatie aan RVO voorleggen. Verlaat een dier de locatie, ga dan na welke meldingen in het registratiesysteem nodig zijn. Voor een schaap waarvan de geboorte nog niet is gemeld, moet de geboortemelding vóór de verplaatsing worden gedaan als het dier de locatie eerder verlaat of eerder over de openbare weg gaat. RVO legt de meldingen voor schapen en geiten uit.

Wordt de route langer, blijven dieren achter of zijn de doorgangen niet goed te overzien? Stel de verplaatsing uit tot je een beheersbaar plan en voldoende deskundige begeleiding hebt.