Ganzen voeren met aandacht voor basisvoer en uitloop
Praktische gids
Ganzen voeren met aandacht voor basisvoer en uitloop
Ganzen voeren begint met drie vragen: houd je kuikens of volwassen dieren, voor welke ganzen is het voer bedoeld en hoeveel bruikbaar gras bereiken ze? Tamme ganzen grazen veel. Een passend ganzenvoer of watervogelvoer wordt gekozen naast wat ze in de uitloop vinden. Lees het advies van het LICG over ganzen.

Inhoudsopgave
- Producten bij deze gids
- Houderij en levensfase als basis voor de voerkeuze
- Basisvoer voor ganzen: soort en levensfase controleren bij leverancier en onafhankelijke bron
- Groen in de uitloop: rekening houden met wisselend aanbod
- De voerplek bereikbaar en schoon houden, weg van natte of vuile plekken
- Veranderingen in eetgedrag en conditie met een deskundige bespreken
Handig bij deze gids
Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.
Een voerplek in de uitloop

Voertrog van Natuurrubber voor Voer en Water, 11 l – Gobel
Deze trog kun je buiten neerzetten en na het voeren schoonmaken.
Let op bij je keuze Kijk tijdens het voeren of alle ganzen de rand kunnen bereiken.
Voer herkenbaar bewaren

Voerton met Deksel en Slot, 40 l – Vplast
In deze afsluitbare voerton kun je voer bewaren en op het label aangeven welk voer erin zit.
Let op bij je keuze Controleer of je voorraad in de ton van 40 liter past.
In het kort: controleer de levensfase op het voeretiket, kijk naar het gras dat de dieren echt gebruiken en observeer bij het voeren of elke gans aan bod komt. Verandert hun uitloop of eetgedrag, bekijk de voerkeuze opnieuw.
Houderij en levensfase als basis voor de voerkeuze
Een ganzenkuiken heeft ander voer nodig dan een volwassen gans. Het LICG noemt opfokvoer voor kuikens, basisvoer of onderhoudsvoer voor volwassen ganzen buiten het broedseizoen en foktoomvoer of productievoer rond het broedseizoen. Leg daarom vast welke dieren je houdt en in welke levensfase ze zijn voordat je een product vergelijkt. Bekijk de voedingsinformatie van het LICG.
Gebruik de checklist voor je eigen groep. Noteer vooral wat je waarneemt: een grasveld op papier vertelt nog niet waar de ganzen kunnen grazen.
| Controlepunt | Wat noteer je? | Waarvoor gebruik je het? |
|---|---|---|
| Dieren | Aantal, levensfase en eventuele broedperiode | Vergelijk dit met de doelgroep van het voer. |
| Voerbron | Exacte productnaam, leverancier en toegang van andere dieren tot het voer | Vraag bij onduidelijkheid voor welke soorten het product bedoeld is. |
| Uitloop | Bereikbaar gras, kale plekken en recente veranderingen | Bespreek het werkelijke grasaanbod bij vragen over de voerkeuze. |
| Voeretiket | Soorten, levensfase, type voer en gebruiksadvies | Bewaar het etiket of een foto voor gericht overleg. |
| Dagelijkse controle | Welke ganzen eten mee, wat blijft liggen en wat valt op aan hun gedrag? | Vergelijk je waarnemingen met eerdere dagen. |
Basisvoer voor ganzen: soort en levensfase controleren bij leverancier en onafhankelijke bron
Lees verder dan het woord ‘pluimvee’ op de voorkant van de zak. Kijk of ganzen tot de bedoelde diersoorten behoren, voor welke levensfase het voer bestemd is en of het een volledig voer of een aanvulling is. Garvo omschrijft zijn 831 eenden en ganzenkorrel bijvoorbeeld als volledige onderhoudskorrel voor volwassen eenden en ganzen. Dat is een voorbeeld van een duidelijke productaanduiding, geen advies om dit product zonder verdere controle te kiezen. Bekijk de productinformatie van Garvo.
Toets de keuze ook aan onafhankelijk advies. Het LICG adviseert speciaal opfokvoer voor ganzenkuikens en raadt gewoon kippenvoer voor ganzen af. Een naam als ‘eendenvoer’ is op zichzelf evenmin genoeg om de geschiktheid voor jouw ganzen vast te stellen. Staat de soort of levensfase niet duidelijk vermeld, vraag de leverancier dan gericht naar het exacte product. Bekijk het advies van het LICG.
Een bruikbare vraag is: ‘Is dit volledige voer bedoeld voor volwassen ganzen buiten het broedseizoen?’ Met die informatie kan de leverancier concreter antwoorden dan op de vraag of een zak ‘goed is voor pluimvee’.
Groen in de uitloop: rekening houden met wisselend aanbod
Let niet alleen op de oppervlakte van de uitloop. Kijk waar de ganzen daadwerkelijk grazen en welke delen kaal, afgesloten of overgroeid zijn. Ganzen hebben volgens het LICG een voorkeur voor kort gras. Ook de kwaliteit van het beschikbare gras telt mee: voorlichtingsinformatie over ganzenvoeding van de University of Kentucky beschrijft dat een droge, oude weide geen vervanging is voor voldoende goed gras. LICG over de ganzenweide; voorlichting over ganzenvoeding van de University of Kentucky.
Loop de uitloop opnieuw na als een deel tijdelijk niet toegankelijk is of het gras zichtbaar verandert. Zet die waarneming naast wat je bij de voerplek ziet. Meer voerresten of juist drukker gedrag rond de bak is aanleiding om beter te kijken, niet om uit één voermoment een vaste hoeveelheid voer af te leiden.
Controleer ook welke planten binnen bereik staan. Het LICG noemt onder meer taxus en gouden regen als giftige voorbeelden voor de ganzenweide. Bekijk de informatie van het LICG over de uitloop.
De voerplek bereikbaar en schoon houden, weg van natte of vuile plekken
Kies een voerplek die je kunt schoonmaken en waar het voer niet gemakkelijk nat of vuil wordt. Een schotel kun je dagelijks legen en reinigen; bij een voerautomaat verdienen ook de randen en kieren aandacht. Het LICG adviseert een goed reinigbare ondergrond en bij voorkeur beschutting tegen regen. Bekijk het LICG advies voor de voerplek.
Blijf even kijken wanneer de ganzen komen eten. Een lege bak laat niet zien of ieder dier erbij kon. Zorg dat ook ganzen die worden verdrongen toegang tot voer hebben en haal natte, vuile of beschimmelde resten weg. Het LICG over toegang tot voer.
Veranderingen in eetgedrag en conditie met een deskundige bespreken
Bekijk de ganzen tijdens het voeren ook afzonderlijk. Een dier dat zich afzondert, zichtbaar vermagert, veel slaapt of een afwijkend verenkleed of hangende vleugels heeft, moet door een dierenarts worden beoordeeld. Deze signalen zeggen op zichzelf niet wat de oorzaak is. Het LICG adviseert dagelijkse observatie en contact met een dierenarts bij mogelijke ziekteverschijnselen. Lees meer over het herkennen van afwijkingen bij ganzen.
Noteer voor dat gesprek wanneer de verandering begon, welke dieren het betreft en wat er veranderde aan voer of uitloop. Neem de exacte productnaam en het etiket mee. Gaat het om een zieke of niet etende gans, neem dan contact op met een dierenarts in plaats van eerst zelf met ander voer te experimenteren.