Schapen

Geiten en schapen samen houden: wat regel je vooraf?

Twee schapen en twee geiten bij een lage hooiruif naast een open houten schuilstal.

Praktische gids

Geiten en schapen samen houden: wat regel je vooraf?

Geiten en schapen kunnen samen in een wei lopen. Regel vóór de kennismaking wel drie dingen: gezelschap van eigen soortgenoten, voer dat bij de afzonderlijke dieren past en een verblijf waarin ieder dier veilig kan eten, drinken en schuilen. Een gedeelde wei maakt schapen en geiten niet tot één groep met dezelfde behoeften. Lees ook de informatie van het LICG over schapen en LICG over geiten.

Twee schapen en twee geiten bij een lage hooiruif naast een open houten schuilstal.
Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Groepsgrootte, leeftijd en hoorns vóór de kennismaking
  3. Voer en water: toegang, aparte voerplekken en voedingsbehoeften
  4. Afrastering controleren op doorgangen, klimmen en ontsnappen
  5. Schuilplekken en uitwijkruimte toegankelijk houden voor beide soorten
  6. De introductie volgen: toegang, verdringing en welzijn

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Verschillend voer apart bewaren

Voerton met Deksel en Slot, 40 l – Vplast

Voerton met Deksel en Slot, 40 l – Vplast

In deze voerton kun je één soort voer bewaren en de inhoud op het label schrijven, zodat je schapenvoer en geitenvoer uit elkaar houdt.

Let op bij je keuze Bewaar verschillende voeders in afzonderlijke tonnen en controleer bij het voeren welk dier ervan eet.

Groepsgrootte, leeftijd en hoorns vóór de kennismaking

Schrijf op welke dieren je wilt combineren: hoeveel schapen en geiten zijn er, welke dieren zijn jong of drachtig, en welke hebben hoorns? Beide soorten hebben eigen soortgenoten nodig. Let bij kleine of rustige dieren op de mogelijkheid om uit te wijken. Controleer bij gehoornde dieren vooral nauwe doorgangen en voerplekken. Geiten kunnen andere geiten bij het voer wegjagen; een voerplek die voor de ene groep werkt, werkt dus niet automatisch voor de hele wei. LICG: schaap en LICG: geit.

Beslistabel voor voorzieningen die schapen en geiten delen
Voorziening Mogelijk knelpunt Controle bij schapen Controle bij geiten
Groepsruimte Een dier kan niet uitwijken. Kunnen ook jonge of rustige schapen de groep passeren? Kunnen geiten elkaar passeren zonder een dier klem te zetten?
Voerplek Verdringing of toegang tot voer van de andere soort. Eet ieder schaap van het bedoelde voer? Kan iedere geit rustig bij het eigen voer?
Drinkplek Een dier wordt steeds weggestuurd. Kan ook het kleinste schaap drinken? Kunnen geiten drinken als andere dieren bij de bak staan?
Afrastering Ontsnappen of vast komen te zitten. Zijn onderrand en mazen ook voor aanwezige lammeren geschikt? Zijn er klimroutes of mazen waarin een gehoornde kop vast kan raken?
Schuilplek Een ingang wordt geblokkeerd. Kunnen schapen naar binnen en weer weg? Kunnen geiten er droog rusten en ongehinderd vertrekken?

Komt er een dier van een andere locatie? Bespreek afzonderlijke opvang vóór het samenzetten met je dierenarts. De GD checklist voor het Keurmerk Zoönosen neemt opvang van aangevoerde schapen en geiten apart op.

Regel ook de administratie: voor het houden van schapen of geiten heb je in Nederland een UBN nodig, ook als hobbyhouder. Vraag dit aan voordat je de dieren gaat houden. Een aanvoer meld je binnen zeven kalenderdagen in het identificatie en registratiesysteem. Zie RVO over het UBN en RVO over meldingen.

Voer en water: toegang, aparte voerplekken en voedingsbehoeften

Gras en hooi kunnen voor beide soorten ruwvoer zijn, maar aanvullend voer is niet zonder meer uitwisselbaar. Sommige schapenrassen zijn gevoelig voor koper in geitenbrok. Schapenbrok voldoet volgens het LICG niet aan de voedingsbehoeften van geiten. Laat het rantsoen, inclusief eventuele brokken en mineralen, beoordelen voor de dieren en hun levensfase. Bepaal daarna welk voer gedeeld kan worden en wat gescheiden moet blijven. LICG over schapenvoeding en LICG over geitenvoeding.

Voor voer dat alleen voor één soort bedoeld is, heb je een voerplek nodig waar de andere soort niet bij kan. Twee open bakken naast elkaar lossen dat niet op. Kijk tijdens het voeren welk dier uit welke bak eet en of rustige dieren kunnen blijven staan. Je kunt verschillende soorten voerbakken vergelijken op plaatsing en bereikbaarheid; de bak zelf maakt een rantsoen niet geschikt.

Zorg dat er vers drinkwater beschikbaar is. Controleer tijdens de kennismaking of ieder dier de drinkplek bereikt, ook wanneer de rest van de groep eromheen staat. Wordt een dier telkens verjaagd, verander dan de plek of bied een extra bereikbare drinkplek aan. LICG: schaap en LICG: geit.

Afrastering controleren op doorgangen, klimmen en ontsnappen

Loop de buitenrand en eventuele scheidingen tussen vakken na. Kijk bij poorten, hoeken, onderranden en mazen. Lammeren moeten niet door openingen kunnen komen; een gehoornde geit mag niet met haar kop in het gaas vast raken. Houd klimgelegenheden weg van de omheining. Wat schapen binnenhoudt, houdt geiten niet vanzelf binnen. LICG over schapenhuisvesting en LICG over geitenhuisvesting.

Vergelijk een afrastering op de dieren die je hebt en op de volledige opstelling, niet alleen op een productnaam. In de categorie afrasteringsnetten staan uitvoeringen voor verschillende toepassingen. Controleer per uitvoering of die past bij jouw dieren, terrein en geplande aansluiting.

Schuilplekken en uitwijkruimte toegankelijk houden voor beide soorten

Controleer niet alleen óf er beschutting is, maar ook of schapen en geiten die tegelijk kunnen bereiken en weer kunnen verlaten. Geiten hebben een droge stal en beschutting tegen felle zon nodig. Voor schapen is beschutting onder meer van belang bij hevige regen, warmte en rond het lammeren. Kijk of een smalle ingang, een bak in de looproute of een dier bij de toegang de weg verspert. LICG: geit en LICG: schaap.

Maak zo nodig meer dan één bereikbare rustplek of verander de looproute. Kijk daarna of juist de dieren die eerder moesten wijken de plek ook werkelijk gebruiken.

De introductie volgen: toegang, verdringing en welzijn

Laat de dieren pas samen wanneer voer, water, afrastering en schuilruimte zijn nagelopen en je ze indien nodig weer kunt scheiden. Observeer de eerste contacten op de plekken waar dieren elkaar tegenkomen. Kort contact zegt minder dan een dier dat telkens van dezelfde bak of doorgang wordt weggejaagd. Bij geiten kan verdringing aan voerplaatsen voorkomen. LICG over gedrag van geiten.

  • Voer en water: zie je ieder dier daadwerkelijk eten en drinken op de bedoelde plek?
  • Doorgangen: kan ieder dier een ander passeren en zich terugtrekken?
  • Rust: bereikt ieder dier een schuilplek zonder vastgezet of weggejaagd te worden?
  • Gezondheid: zie je verwondingen, een dier dat niet eet of drinkt, of aanhoudende diarree?

Noteer welk dier waar moest wijken, pas de voorziening aan en kijk bij een volgend voer of rustmoment opnieuw. Kun je de veiligheid of toegang niet waarborgen, houd de dieren dan apart. Neem bij verwondingen, niet eten of drinken, of aanhoudende diarree contact op met de dierenarts. Het LICG adviseert een dierenarts bij vermoeden van ziekte; de GD checklist noemt overleg bij aanhoudende diarree.