Murnau Werdenfelser rund: herkomst, kenmerken en verzorging
Rassenwijzer
Murnau Werdenfelser rund: herkomst, kenmerken en verzorging
Het Murnau Werdenfelser rund is een oud Beiers runderras met twee gebruiksrichtingen: melk en vlees, of vleesproductie met moederkoeien. Of een dier bij jouw houderij past, hangt vervolgens af van zijn achtergrond, gezondheid, omgang met mensen en de voorzieningen die je kunt bieden. Bekijk het Duitse fokprogramma.

Murnau-Werdenfelser
Beieren
Melk en vlees, of vleesproductie met moederkoeien
Sterk bedreigd, categorie II, volgens het Duitse fokprogramma dat op 11 maart 2025 inging
Inhoudsopgave
Handig bij deze gids
Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.
Voer overzichtelijk bewaren

Voerton met Deksel en Slot, 40 l – Vplast
Deze afsluitbare voerton helpt je voer apart te bewaren en de inhoud op het label te noteren.
Let op bij je keuze Controleer of 40 liter past bij de hoeveelheid voer die je wilt bewaren.
Schepwerk in de stal

Kunststof Schop zonder Steel, Zwart – Vplast
Dit kunststof schopblad is bedoeld voor dagelijks schepwerk in de stal of op het erf.
Let op bij je keuze Het blad wordt zonder steel geleverd; controleer of je een passende steel hebt.
Een plek voor zout en mineralen

Liksteen van Rotszout voor Rundvee, 10 kg – Excellent Mineral Rund
Met deze liksteen kunnen runderen naast hun gewone voer zout en mineralen opnemen.
Let op bij je keuze Stem extra zout en mineralen af op het rantsoen van je dieren.
| Onderwerp | Rasinformatie |
|---|---|
| Duitse rasnaam | Murnau-Werdenfelser |
| Herkomst | Beieren |
| Gebruik | Melk en vlees, of vleesproductie met moederkoeien |
| Status | Sterk bedreigd, categorie II, volgens het Duitse fokprogramma dat op 11 maart 2025 inging |
Officiële rasnaam, herkomst en status
De Duitse rasorganisatie gebruikt de naam Murnau-Werdenfelser en voert een fokboek voor het ras. De schrijfwijze zonder koppelteken verwijst in dit artikel naar hetzelfde runderras, niet naar runderen uit Beieren in het algemeen. Het fokprogramma noemt het een oud Beiers landras. Bekijk de fokboeken van de rasorganisatie.
Het fokprogramma vermeldt de Duitse indeling sterk bedreigd, categorie II. Die aanduiding is geen actuele telling van alle levende dieren en zegt niets over de afstamming van een aangeboden rund. Wil je ermee fokken, vraag dan de rasorganisatie naar de geregistreerde afstamming en naar passende keuzes voor jouw dier. Bekijk de status en fokdoelen in het programma.
Bevestigde uiterlijke kenmerken en gebruiksrichtingen
Volgens het Duitse fokprogramma loopt de vachtkleur uiteen van lichtgeel en geelbruin tot donkerder roodbruin; stieren zijn doorgaans donkerder. Het beschrijft ook een lichte rugstreep, donkere pigmentatie van onder meer snuit, staartkwast en klauwen, en lichte hoorns met zwarte punten. De rugstreep valt niet bij ieder dier even sterk op. Uiterlijk alleen is daarom geen bewijs van afstamming. Bekijk de rasbeschrijving.
| Dier | Schofthoogte | Gewicht |
|---|---|---|
| Koe | 125 tot 135 cm | 500 tot 600 kg |
| Stier | 130 tot 145 cm | 800 tot 950 kg |
Deze rasgegevens zijn geen maten of gewichten van het dier dat je wilt kopen. De oorspronkelijke fokrichting combineert melk en vlees; daarnaast beschrijft het programma vleesproductie met moederkoeien. Vraag welke richting en welke gegevens bij de aangeboden lijn horen, in plaats van een individuele prestatie uit de rasnaam af te leiden. Bekijk de gebruiksrichtingen en rasgegevens.
Fokdoel en individuele verschillen bij huisvesting en omgang
In het fokprogramma krijgen sterke klauwen en belastbaar beenwerk aandacht als fokdoel. Dat belooft niet dat elk dier probleemloos over een nat of steil perceel loopt. Bekijk het aangeboden rund in beweging en vraag naar eerdere problemen met lopen of klauwen. Bekijk het fokdoel.
| Onderwerp | Vraag vóór aankoop |
|---|---|
| Groep | Welke dieren staan er al, en hoe kun je een nieuw rund rustig introduceren? |
| Omgang | Hoe reageert dit dier wanneer de houder het voert, controleert en verplaatst? |
| Terrein | Waar wordt de bodem glad of nat, en kun je daar veilig werken? |
| Voorzieningen | Kan ieder dier bij voer, water en een geschikte rustplek? |
Beoordeel hanteerbaarheid per dier. RVO beschrijft dat reacties van runderen verschillen en dat omgang met stieren bijzondere risico’s heeft. Laat de houder daarom tonen hoe het aangeboden dier normaal wordt verplaatst; zorg vóór aankoop dat je daarvoor zelf een veilige werkwijze en geschikte voorzieningen hebt. Lees de beoordeling van runderen door RVO.
Water, voer, beschutting, klauwen en dagelijks toezicht
Ook voor dit ras gelden de Nederlandse regels voor goede verzorging: voldoende geschikt voer en water, bescherming tegen slecht weer en verzorging door iemand met de juiste kennis. Stem het voer af op het dier en het gebruiksdoel, zo nodig met een rundveedeskundige. Een rasnaam is geen rantsoen. Bekijk de verzorgingsregels van RVO.
| Onderdeel | Waar let je op? |
|---|---|
| Water en voer | Zijn de voorzieningen schoon en bruikbaar, en komen alle dieren erbij? |
| Beschutting | Kunnen de dieren een plek bereiken die beschermt tegen het actuele weer? |
| Lopen en klauwen | Loopt een dier anders dan gewoonlijk, ontziet het een poot of blijft het achter? |
| Groep en verblijf | Valt een dier buiten de groep en zijn looproutes en voorzieningen veilig? |
Controleer voorzieningen en dieren met een frequentie die bij het houderijsysteem en hun toestand past. Afwijkend lopen kan een signaal van een klauwprobleem zijn, maar is op zichzelf geen diagnose. Laat een dier met een opvallende gang beoordelen; zorg direct voor een ziek of gewond dier en neem contact op met een dierenarts als de situatie niet verbetert. RVO licht toezicht en zorg toe; Royal GD beschrijft signalen bij klauwaandoeningen.
Bij hitte in de wei zijn voldoende water en schaduw belangrijk. De NVWA geeft aan dat het ontbreken van schaduw bij hitte een overtreding kan zijn, ook voordat dieren zichtbaar last hebben. Kies drinkvoorzieningen en beschutting op basis van de groep en de plek waar ze worden gebruikt, niet uitsluitend op basis van het ras. Bekijk de aanwijzingen van de NVWA.
Stamboek, herkomst en vragen aan de houder bij aankoop
Hoe controleer je de afstamming?
Vraag naar de identificatiecode van het dier en naar een actuele bevestiging van zijn fokboekinschrijving. Vergelijk de code op het dier met de documenten en vraag in welke afdeling en klasse het staat. Het Duitse fokprogramma onderscheidt voor vrouwelijke dieren een hoofdafdeling en een aanvullende afdeling; de documenten die daarbij horen zijn niet hetzelfde. Vraag bij een geregistreerd fokdier welke fokkerijdocumenten beschikbaar zijn en laat onduidelijkheden door de uitgevende organisatie ophelderen. Een oormerk bewijst de identiteit, niet op zichzelf de fokboekstatus. Bekijk de fokboekindeling en documentatie.
Wat bespreek je met de houder?
Vraag waar het dier is geboren en gehouden, wie de geregistreerde ouders zijn en aan welke groep en omgang het gewend is. Bespreek bijzonderheden bij lopen, klauwen en eerdere diergeneeskundige zorg. Vraag bij een drachtig dier ook welke gegevens over de dekking of inseminatie beschikbaar zijn. Bekijk het dier ter plaatse: zo kun je de documenten, de uitleg van de houder en wat je zelf ziet naast elkaar leggen.
Komt het rund vanuit Duitsland naar Nederland, houd dan fokboekgegevens en Nederlandse registratie uit elkaar. Volgens RVO moet een rund uit een ander land binnen de EU bij import een paspoort bij zich hebben. De import moet binnen drie werkdagen in het Nederlandse I&R systeem worden gemeld; iedere rundveehouder houdt ook een bedrijfsregister bij. Bekijk de actuele registratieinformatie van RVO.