Vleeskuikens verzorgen: opfok, voerfasen en welzijn plannen
Praktische gids
Vleeskuikens verzorgen: opfok, voerfasen en welzijn plannen
Vleeskuikens verzorgen begint met een plan voor de dieren die je daadwerkelijk krijgt. Vraag vóór hun aankomst naar hun herkomst en type, regel passend voer en bereikbaar water, en loop het verblijf na. Kijk tijdens de opfok dagelijks hoe de groep eet, drinkt en beweegt. Spreek vooraf af met wie je over het voer overlegt en welke pluimveedierenarts je bij zorgen kunt bellen.

Inhoudsopgave
Handig bij deze gids
Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.
Een overzichtelijke voerplek

Voertrog voor Pluimvee met 18 Vakken, 30 cm – Gaun
Deze voertrog voor pluimvee verdeelt het voer over 18 vakken, zodat je tijdens de dagelijkse ronde kunt zien hoeveel er gegeten wordt.
Let op bij je keuze Controleer of de kuikens bij de trog kunnen en of 30 cm lengte voldoende voerplekken biedt voor jouw groep.
Drinkwater in het zicht

Drinktoren voor Pluimvee op Pootjes, Limoengroen 3 l – Gaun
Bij deze drinktoren voor pluimvee zie je door de doorzichtige houder snel hoeveel water er nog is.
Let op bij je keuze Controleer bij jonge kuikens of ze de drinkrand kunnen bereiken en of alle dieren voldoende toegang tot water hebben.
Type, herkomst en doel van de gehouden kuikens
Broiler betekent hier vleeskuiken, niet één afzonderlijk kippenras. Wageningen University & Research onderscheidt reguliere en trager groeiende vleeskuikens met verschillende genetische achtergronden. Vraag de leverancier daarom naar de lijn of kruising, de leeftijd bij aankomst en de beschikbare informatie over de groep. Lees meer over verschillen tussen typen vleeskuikens bij Wageningen University & Research.
Leg ook vast of je vleeskuikens houdt of dieren die later als ouderdieren worden gebruikt. Dat onderscheid helpt bij het bespreken van verzorging en regels: de NVWA behandelt vleeskuikens en vleeskuikenouderdieren als afzonderlijke groepen. Bekijk het overzicht van de NVWA over pluimveewelzijn.
Ondergrond, ventilatie, toegang en dagelijkse controle
Loop vóór aankomst door het verblijf alsof je de dagelijkse ronde doet. Kun je de dieren overal zien? Is de ondergrond geschikt en droog, is er voldoende verse lucht en kunnen de kuikens bij voer en water? Controleer tijdens de opfok of drinkvoorzieningen werken en of er natte plekken ontstaan. RVO beschrijft algemene eisen voor geschikte huisvesting, lucht en passend voer en water; de NVWA noemt nat strooisel en onvoldoende ventilatie als mogelijke factoren bij problemen aan de voetzolen. Bekijk de algemene eisen bij RVO en de toelichting van de NVWA voor vleeskuikens.
Laat de inrichting en het stalklimaat beoordelen voor het type kuikens, de groepsgrootte en de gebruikte voorzieningen. Een drinkbak die voor volwassen kippen wordt aangeboden, is niet zonder meer passend voor jonge kuikens.
Voerfasen, etiketten en beoordeling van het rantsoen
Kijk op het etiket voor welke dieren en levensfase een voer bedoeld is. Bespreek met de leverancier of een specialist in pluimveevoeding welk voer bij jouw groep past en wanneer een wissel zinvol is. Wageningen Livestock Research onderzocht verschillende voerfasen bij trager groeiende vleeskuikens, maar geeft geen voerstrategie die voor elke groep de beste is. Neem een onderzoeksprogramma dus niet over als vast schema voor jouw dieren. Lees het onderzoek van Wageningen Livestock Research.
Kun je gewoon legvoer geven? Ga daar niet van uit. Het LICG beschrijft legvoer voor hennen die zijn gaan leggen; dat is geen voeradvies voor opgroeiende vleeskuikens. Laat ook beoordelen of een gekozen voer volledig voer is of slechts een aanvulling. Bekijk de uitleg van het LICG over voer voor kippen.
Opfokchecklist per fase
Gebruik deze momenten om je eigen plan en waarnemingen bij te houden. De tabel geeft geen vaste leeftijden, hoeveelheden of momenten om van voer te wisselen.
| Moment | Voer en water | Verblijf | Dieren en vervolg |
|---|---|---|---|
| Vóór aankomst en bij ontvangst | Noteer het afgesproken voer en bewaar het etiket. Controleer of voer en water bereikbaar zijn. | Loop ondergrond, lucht, warmte en de werking van voorzieningen na. | Noteer de geleverde groep en kijk hoe de kuikens zich door het verblijf verspreiden. |
| Tijdens de groei | Controleer de drinkpunten en vergelijk het gebruikte voer met het afgesproken plan. | Let op natte plekken en op de toegang tot voer en water. | Noteer veranderingen in activiteit, eten, drinken en lopen. Bespreek een voerverandering vooraf. |
| Bij verdere opgroei | Controleer opnieuw de bestemming van het voer en of alle dieren kunnen eten en drinken. | Beoordeel of voorzieningen en beschikbare ruimte nog passen bij de gegroeide groep. | Vergelijk je waarnemingen met eerdere dagen en leg vast welk advies je hebt gekregen. |
Gedrag, lopen en opname van voer en water volgen
Kijk verder dan een gevulde voerbak. Observeer op verschillende plekken of de kuikens eten en drinken, actief zijn en zich goed door het verblijf bewegen. Controleer het strooisel en de drinkpunten tegelijk. De Nederlandse welzijnseisen voor vleeskuikens noemen inspectie op tekenen van verminderd welzijn of een verminderde gezondheid; welke aanvullende eisen gelden, hangt af van de houderij. Bekijk de welzijnseisen voor vleeskuikens bij RVO.
Schrijf per dag kort op wat je ziet en wat je hebt gedaan: datum, groep, gebruikt voer, toestand van water en strooisel, activiteit en lopen. Neem bij plotselinge veranderingen in eten of drinken, slecht lopende dieren of kuikens die ziek ogen tijdig contact op met een pluimveedierenarts. Een dagverslag helpt bij het gesprek, maar stelt geen diagnose. Lees bij RVO wat goede verzorging van zieke of gewonde dieren vraagt.
Nederlandse regels en deskundige begeleiding nagaan
Controleer vóór aanschaf welke eisen gelden voor jouw aantal dieren, doel en houderijvorm. De algemene regels voor huisvesting en verzorging gelden voor alle gehouden dieren. Daarnaast beschrijft RVO specifieke eisen voor bepaalde vleeskuikenhouderijen. Voor een locatie met bedrijfsmatig gehouden pluimvee is een UBN nodig; RVO noemt meer dan 250 kippen als grens en verwijst voor een pluimvee UBN naar AVINED. Controleer de welzijnseisen bij RVO en bekijk wanneer een UBN nodig is.
Ga vlak voor de start ook na of er voor jouw locatie tijdelijke maatregelen vanwege vogelgriep gelden. Bekijk de actuele verwijzingen en maatregelen bij RVO. Bespreek ten slotte je gegevens over de groep, het voer, het verblijf en je dagelijkse waarnemingen met een pluimveedierenarts en, voor het rantsoen, een deskundige in pluimveevoeding.