Schapen

Wormen bij schapen: wat observeer je voor een controleplan?

Wit schaap staat in een weiland; bij een houten hek kijkt een houder toe met een open notitieboek.

Praktische gids

Wormen bij schapen: wat observeer je voor een controleplan?

Vermoed je wormen bij je schapen? Kijk welk dier verandert, sinds wanneer dat zo is en of andere dieren hetzelfde laten zien. Noteer ook op welke percelen de groep heeft gegraasd. Die informatie helpt je dierenarts om te bepalen welk onderzoek passend is. Aan zichtbare signalen alleen kun je de wormsoort niet vaststellen. Onderzoek naar wormbeheersing bij schapen beschrijft waarom waarnemingen en mestonderzoek samen beoordeeld moeten worden.

Wit schaap staat in een weiland; bij een houten hek kijkt een houder toe met een open notitieboek.
Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Bloedworm en andere wormen: wat zeggen zichtbare signalen?
  3. Veranderingen per schaap: wat noteer je en wanneer bel je de dierenarts?
  4. Weidegeschiedenis: bezetting, wissels en leeftijdsgroepen
  5. Wormcontroleplan: onderzoek en opvolging met een deskundige
  6. Zelf ontwormen: risico's van middelkeuze en regels per land

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Dieren herkenbaar houden

Nekkoord van Rubber voor Schapen, 25 cm

Nekkoord van Rubber voor Schapen, 25 cm

Met dit nekkoord kun je een halsplaatje bij een schaap gebruiken, zodat je waarnemingen aan het juiste diernummer koppelt.

Let op bij je keuze Controleer of je een passend halsplaatje hebt en of het koord van 25 cm goed bij het schaap past.

Begin bij het dier: is een schaap slap, opvallend bleek of snel zieker aan het worden? Bel dan meteen de dierenarts. Voor een dier dat niet acuut ziek is, kun je de invultabellen hieronder gebruiken om je waarnemingen en weidegegevens bijeen te brengen.

Bloedworm en andere wormen: wat zeggen zichtbare signalen?

Met bloedworm bedoelt men bij schapen doorgaans de rode lebmaagworm, Haemonchus contortus. Deze worm zuigt bloed. Bloedarmoede kan daardoor opvallen terwijl de mest normaal oogt. Andere maagdarmwormen kunnen samengaan met dunne mest, minder eetlust of achterblijvende groei. Ook volwassen schapen kunnen klachten krijgen. Geen diarree zien sluit een wormprobleem dus niet uit. A7 Noord Dierenartsen over de rode bloedworm; NVWA over gezondheid van schapen.

Wat je kunt waarnemen en aan de dierenarts kunt melden
Wat valt op? Waarom melden?
Opvallend bleke slijmvliezen, zwakte of een zwelling onder de kaak Dit vraagt snelle beoordeling. Het bewijst niet dat bloedworm de oorzaak is.
Dunne mest, minder eten of achterblijvende groei Verschillende wormen of andere aandoeningen kunnen hierbij een rol spelen.
Een schaap gaat achteruit, maar de mest lijkt normaal Normale mest sluit de rode lebmaagworm niet uit.

Bij jonge lammeren kan Nematodirus ernstige diarree veroorzaken. Klachten kunnen optreden voordat de jonge wormen eieren produceren die in de mest aantoonbaar zijn. Een vroege uitslag zonder eieren is bij een ziek lam dus geen reden om veterinair contact uit te stellen. Leverbot vraagt een afzonderlijke beoordeling. Coccidiose wordt veroorzaakt door eencellige parasieten en is geen worminfectie. DierGezondheidsCentrum Boven Veluwe over wormen en coccidiose; Britse parasietenorganisatie SCOPS over Nematodirus.

Veranderingen per schaap: wat noteer je en wanneer bel je de dierenarts?

Schrijf het diernummer op en noteer wanneer je voor het eerst iets anders zag. Beschrijf concreet of het dier nog graast en met de groep meeloopt, hoe de mest eruitziet en of de conditie verandert. Vermeld of het om een lam of volwassen schaap gaat, hoeveel dieren dezelfde verandering laten zien en of er onlangs dieren bij de groep zijn gekomen. De conditie is onder een volle vacht niet altijd goed te zien. LICG over het beoordelen van de conditie van schapen; NVWA over gezondheidsrisico’s bij schapen.

Bel direct de dierenarts als een schaap niet normaal kan staan, erg slap is, snel achteruitgaat of opvallend bleke slijmvliezen heeft. Doe dat ook bij ernstige diarree bij een lam. Vertel het meteen als meerdere dieren klachten krijgen of een dier is gestorven. Bij geleidelijke veranderingen in groei of conditie kun je een beoordeling en passend onderzoek afspreken. GD over zwakte en bloedarmoede bij haemonchose; DierGezondheidsCentrum Boven Veluwe over zieke lammeren.

Weidegeschiedenis: bezetting, wissels en leeftijdsgroepen

Wormeieren komen met de mest op de weide. Hoe de besmetting zich daarna ontwikkelt, verschilt per wormsoort en hangt mede af van de omstandigheden. Noteer daarom per perceel wanneer een groep er liep, hoeveel dieren het waren en of het lammeren, volwassen schapen of een gemengde groep betrof. Schrijf ook eerdere beweiding, maaien en de komst van nieuwe dieren op. Vooral bij een vraag over Nematodirus is het nuttig te weten of er vorig jaar lammeren op het perceel liepen. Een perceel dat nu leeg is, is niet vanzelf vrij van besmettingsrisico. Onderzoek naar beweiding en maagdarmwormen; A7 Noord Dierenartsen over weidegeschiedenis.

Registratiekaart voor koppel en perceel

Geef iedere groep die samen graast een herkenbare naam. Voeg voor elke perceelwissel een regel toe. Weet je niet welke dieren er eerder liepen? Vul dan ‘onbekend’ in.

In te vullen weidegeschiedenis per koppel
Van en tot Perceel Koppel, aantal dieren en leeftijdsgroep Eerdere beweiding, maaien en bijzonderheden
________ ________ ________ ________
________ ________ ________ ________
________ ________ ________ ________

Neem de geschiedenis mee wanneer je met de dierenarts bespreekt welke groepen of percelen aandacht vragen. Een vaste periode tussen weidewissels vervangt die beoordeling niet.

Wormcontroleplan: onderzoek en opvolging met een deskundige

Vertel je dierenarts welke dieren veranderen en wat je over hun weidegang weet. Bespreek vervolgens welke dieren onderzocht moeten worden en of individuele mestmonsters of een monster van de groep bij de vraag passen. Een wormeitelling kan helpen om het verloop te volgen, maar eieren van verschillende wormsoorten lijken bij gebruikelijk mestonderzoek op elkaar. De uitslag zegt daarom niet op zichzelf welke worm de klachten veroorzaakt. Onderzoek naar mestonderzoek en de interpretatie ervan.

  1. Onderzoeksvraag: vraag welke dieren en monsters nodig zijn en volg voor het aanleveren de instructies van de praktijk.
  2. Uitslag: bespreek wat het resultaat betekent naast de verschijnselen en de weidegeschiedenis.
  3. Vervolg: leg vast wanneer je opnieuw naar de dieren kijkt en of aanvullend onderzoek nodig is. Als de dierenarts een behandeling inzet, vraag dan hoe de werking wordt gecontroleerd.

Mestonderzoek na een behandeling kan helpen bij die controle. Laat de dierenarts bepalen welke vergelijking zinvol is; trek uit één uitslag niet zelf de conclusie dat een middel wel of niet werkt. DierGezondheidsCentrum Boven Veluwe over controle met mestonderzoek.

Registratiekaart voor dieren, onderzoek en vervolg

Gebruik dezelfde koppelnaam als in de weidetabel. Neem een laboratoriumuitslag over zoals die is gerapporteerd, met de datum en het soort monster.

In te vullen waarnemingen en onderzoeksuitslagen
Datum, koppel en diernummer Waarneming en verloop Monster, onderzoeksdatum en uitslag Contact met dierenarts en vervolgafspraak
________ ________ ________ ________
________ ________ ________ ________
________ ________ ________ ________

Zelf ontwormen: risico’s van middelkeuze en regels per land

Ontworm niet uitsluitend omdat een schaap diarree heeft of omdat een datum op de kalender staat. Je kunt dan een andere oorzaak missen en een middel gebruiken zonder te weten of het nodig is. Behandeling op vaste momenten kan bovendien onnodig gebruik en selectie van resistente wormen in de hand werken. Bespreek de noodzaak en eventuele middelkeuze met je dierenarts. Onderzoek naar gerichte wormbeheersing.

Voor een concreet diergeneesmiddel zijn de Nederlandse productinformatie, doeldiersoort, gebruiksvoorwaarden en eventuele voorschriftplicht van belang. Alleen een dierenarts mag een voorschriftplichtig diergeneesmiddel voorschrijven. De uitleg van het CBG over productinformatie en de bijsluiter helpt je de officiële informatie te vinden. Ga niet af op de verkrijgbaarheid of gebruiksaanwijzing uit een ander land. Houd je schapen voor voedselproductie, dan moet je het gebruik van diergeneesmiddelen ook in een diergeneesmiddelenlogboek registreren. De registratiekaart hierboven vervangt dat logboek niet. RVO over voorschriften en registratie van diergeneesmiddelen.