Kippen en pluimvee

Kippenhok inrichten: zitstokken, legnesten, voer en water

Bruine hen op een houten zitstok in een kippenhok met een legnest, voerbak en drinkbak.

Praktische gids

Kippenhok inrichten: zitstokken, legnesten, voer en water

Richt een bestaand kippenhok zo in dat de kippen bij hun zitstok, legnest, voer en water kunnen, terwijl jij overal bij kunt om schoon te maken. Begin met de doorgangen en de onderhoudsdeur. Kies daarna pas de plek voor losse bakken en nesten. Houd voer en water buiten de ruimte waar mest van de zitstokken valt.

Bruine hen op een houten zitstok in een kippenhok met een legnest, voerbak en drinkbak.
Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Looproutes en beschikbare ruimte in het hok indelen
  3. Zitstokken en rustplekken in het kippenhok plaatsen
  4. Legnesten op een rustige en bereikbare plek plaatsen
  5. Voer en water bereikbaar plaatsen voor alle kippen
  6. Het hok schoonmaken en de inrichting inspecteren

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Looproutes en beschikbare ruimte in het hok indelen

Teken de binnenkant van je hok van bovenaf. Markeer de deur voor onderhoud, de doorgang voor de kippen, ventilatieopeningen en vaste onderdelen. Controleer ook of je een bak kunt optillen, een nest kunt openen en onder de zitstokken kunt schoonmaken. Houd de ventilatieopeningen vrij; het LICG beschrijft waarom ventilatie bij de huisvesting hoort.

Hoe kan een indeling eruitzien?

Dit is een denkvoorbeeld, geen bouwtekening of advies voor een vaste hokmaat. In dit voorbeeld zit de doorgang naar de ren rechts. Pas de indeling aan als jouw deur of doorgang ergens anders zit.

Voorbeeldhok van boven gezien, niet op schaal
Deel van het hok Links Midden Rechts
Achterzijde A: zitstok met bereikbare mestopvang B: vrije ruimte om van de stok af te komen C: legnest buiten de mestzone
Voorzijde D: onderhoudsdeur E: vrije route naar mestopvang en nest F: bereikbare plek voor voer en water, niet in de doorgang

Volg de route vanaf de doorgang naar A en C. Loop daarna vanaf D naar de bakken, het nest en de mestopvang. Kun je een van die plekken alleen bereiken door een andere voorziening te verplaatsen? Verander dan eerst je schets. Blijft er met een bruikbare indeling te weinig ruimte over, beoordeel dan het verblijf zelf opnieuw.

Zitstokken en rustplekken in het kippenhok plaatsen

Kies een stevige zitstok die niet doorbuigt en waar de kippen gemakkelijk op en af kunnen. Volgens de richtlijn van het LICG is de vorm rechthoekig tot ovaal, met de brede zijde boven. Het LICG noemt voor die bovenzijde ongeveer 4 centimeter bij krielkippen en 7 centimeter bij zware kippen. Houd minstens 30 centimeter afstand tot de wand. Dit zijn aandachtspunten voor het kiezen van een stok, geen vaste maat voor elk dier of hok.

Heb je meerdere stokken nodig, plaats ze dan op gelijke hoogte. Kijk wanneer de kippen op stok gaan of ieder dier een plek vindt en ook minder beweeglijke kippen de stok kunnen bereiken. Houd de ruimte eronder bereikbaar voor inspectie en schoonmaak.

Legnesten op een rustige en bereikbare plek plaatsen

Geef de hennen een rustige nestplek, lager dan de zitstokken en buiten de ruimte waar mest valt. Als uitgangspunt noemt het LICG ten minste één legnest per drie hennen. Een hen moet zich binnenin kunnen omdraaien. Controleer daarom de binnenruimte van een nest en kijk of je eieren kunt rapen en vuil nestmateriaal kunt weghalen zonder eerst de zitstok los te maken.

Wil je een nest toevoegen, bekijk dan de legnesten voor kippen. Vergelijk de maten en toegang van het afzonderlijke model met de vrije plek in jouw hok; een passende buitenmaat zegt nog niets over de ruimte binnenin.

Voer en water bereikbaar plaatsen voor alle kippen

Zet voer op een droge plek buiten de mestzone en kijk tijdens het eten of alle kippen bij de voerrand kunnen. Een bak met meer voorraad biedt niet vanzelf meer ruimte om tegelijk te eten. Wordt een kip telkens weggehouden, bekijk dan of een andere plaats of een extra voerplek helpt. De voerbakken voor kippen verschillen onder meer in vorm en toegang tot het voer.

Vers drinkwater moet bereikbaar blijven. Zet een stabiele drinkbak zo neer dat kippen er minder strooisel in krabben, maar ook de kleinste kip bij de drinkrand kan. Controleer na het vullen of je de bak zonder morsen kunt uitnemen. Het LICG adviseert water verhoogd of hangend aan te bieden om vervuiling te beperken. Voor een nieuwe drinkvoorziening kun je het aanbod bekijken binnen kippen en pluimvee; controleer de geschiktheid per model.

Maak je de voerplek of drinkplek buiten het nachthok, bescherm die dan tegen vervuiling door wilde vogels. Kijk ook op de RVO pagina over vogelgriep welke maatregelen op dat moment voor jouw locatie gelden.

Het hok schoonmaken en de inrichting inspecteren

Maak de dagelijkse ronde eenvoudig: haal mest van de mestopvang, raap eieren, ververs het water en was de drinkbak. Controleer of het strooisel droog aanvoelt en niet naar ammoniak ruikt. Dat zijn verzorgingspunten uit de informatie van de Dierenbescherming; verwijder zichtbaar vuil of nat nestmateriaal wanneer je het aantreft.

  1. Maak ruimte om te werken. Houd de kippen weg van losse onderdelen en neem bakken en uitneembare delen uit het hok.
  2. Haal vuil weg. Verwijder mest en vervuild strooisel. Reinig vuile bakken, nestdelen, zitstokken en bereikbare vloer.
  3. Volg de handleiding. Welke delen los mogen en hoe je die reinigt, verschilt per hok en bak. Gebruik een reinigingsmiddel alleen volgens het etiket en de aanwijzingen van de fabrikant.
  4. Controleer voor je alles terugzet. Zitten de stokken stevig, staan de bakken stabiel en blijven nest, ventilatieopeningen en doorgangen vrij? Kijk ook bij kieren en onder de zitstokken, waar mijten zich kunnen verschuilen.

Worden voer en water telkens vuil of blijft de bodem vochtig, kijk dan behalve naar het schoonmaken ook naar de plaatsing en ventilatie. Merk je bij een kip lusteloosheid, benauwdheid of een duidelijke verandering in eetgedrag, neem dan contact op met een dierenarts in plaats van zelf een oorzaak vast te stellen.