Ouessantschaap: raskenmerken en wat het houden vraagt
Rassenwijzer
Ouessantschaap: raskenmerken en wat het houden vraagt
Het Ouessantschaap is een klein schapenras, maar geen dier om alleen in een tuin te houden. Begin bij de vraag of je een groep schapen voldoende weiland, beschutting en dagelijkse aandacht kunt bieden. Kijk daarna of de dieren en voorzieningen bij jouw terrein passen. Lees meer over het houden van schapen bij het LICG.

Het ras is genoemd naar het eiland Ouessant bij Bretagne.
Rammen van minstens drie jaar: 43 tot 49 cm. Ooien van minstens drie jaar: 40 tot 46 cm.
Een wollen vacht in zwart, wit, bruin of grijs. De standaard beschrijft horens bij rammen.
Ook Ouessantschapen houd je met soortgenoten.
Inhoudsopgave
- Producten bij deze gids
- Het Ouessantschaap als ras: register en lokale namen
- Formaat en kenmerken: wat per dier kan verschillen
- Een klein schaap houden: voerbereik, water en afrastering
- Groepsleven, verblijf en dagelijkse verzorging
- Voer, water en uitrusting passend bij het dier
- Twee houdersituaties vergeleken: ruimte, tijd en voorzieningen
- Ouessantschapen kopen: wat vraag je vooraf aan de fokker?
Handig bij deze gids
Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.
Afrastering voor de weide

Schrikkoord 6 mm Zwart en Wit met 9 Geleiders, 200 m – ZoneGuard Plus
Dit schrikkoord is bedoeld voor afrasteringen voor schapen en kan helpen bij het inrichten van een weide.
Let op bij je keuze Controleer of de onderrand en de afstand tussen de lijnen ook voor je kleinste schaap geschikt zijn.
Een plek voor voer of water

Voertrog van Natuurrubber voor Voer en Water, 11 l – Gobel
Deze trog van 11 liter kan binnen en buiten worden gebruikt voor voer of water.
Let op bij je keuze Kijk of ieder schaap erbij kan en of de trog op jouw gekozen plek stevig staat.
Materiaal voor het scheren

Schapenscheermachine met 2 Accu's, Ook voor Runderen – Clipster FarmClipper Akku2
Met deze schapen scheermachine op accu kun je zonder snoer langs het dier werken.
Let op bij je keuze Scheer alleen zelf als je dat veilig kunt; regel anders een ervaren scheerder.
| Kenmerk | Wat je moet weten |
|---|---|
| Herkomst | Het ras is genoemd naar het eiland Ouessant bij Bretagne. |
| Schofthoogte volgens de standaard | Rammen van minstens drie jaar: 43 tot 49 cm. Ooien van minstens drie jaar: 40 tot 46 cm. |
| Rasbeeld | Een wollen vacht in zwart, wit, bruin of grijs. De standaard beschrijft horens bij rammen. |
| Gezelschap | Ook Ouessantschapen houd je met soortgenoten. |
Het Ouessantschaap als ras: register en lokale namen
De naam Ouessant verwijst naar het Franse eiland. In Nederland houdt de Fokkersvereniging Ouessant Schapen, FOS, een stamboek bij. Haar rasstandaard gaat terug op die van de Franse fokkersvereniging en is door FOS aangepast. De maten op deze pagina zijn dus die van de Nederlandse FOS standaard, niet van een willekeurige buitenlandse standaard. FOS over de herkomst en de rasstandaard.
Een advertentie kan ook de naam ‘dwergschaap’ gebruiken. Behandel dat als een beschrijving van formaat, niet als bewijs van afstamming. Wil je een geregistreerd Ouessantschaap, vraag dan naar de stamboekgegevens van het aangeboden dier. FOS beschrijft daarnaast verschillende bouwtypen binnen de Ouessantpopulatie; dat zijn niet automatisch aparte rassen. FOS over aanschaf en stamboekgegevens en bouwtypen.
Formaat en kenmerken: wat per dier kan verschillen
De hoogten in de tabel zijn grenzen voor volwassen dieren van minstens drie jaar in de FOS rasstandaard. Ze voorspellen niet hoe groot een lam wordt. De standaard beschrijft een rechthoekige bouw, een wollen vacht en horens bij rammen. Bij ooien kunnen kleine hoornpuntjes voorkomen. Leeftijd, geslacht en bouwtype maken daarom uit als je een dier beoordeelt. Bekijk de FOS rasstandaard en de beschreven bouwtypen.
Gebruik het uiterlijk niet als vervanging voor stamboekgegevens. Kijk bij een bezoek ook hoe een schaap zich in de groep beweegt en op mensen reageert. Een rasnaam is geen garantie voor het karakter van een individueel dier.
Een klein schaap houden: voerbereik, water en afrastering
Bij kleine dieren verdienen vooral de onderrand van poorten en rasters, de mazen van gaas en de bereikbaarheid van voer en water aandacht. Een kop kan in een opening vast komen te zitten; bij gaas kan ook een identificatiemiddel blijven haken. Controleer het hele terrein, ook als er later lammeren lopen. Er is geen enkele maat voor draad of maas die zonder controle bij ieder dier en terrein past. FOS over huisvesting en afrastering en LICG over schapenweiden.
Kijk bij de drinkplek of het kleinste dier erbij kan, of de bak stevig staat en of er schoon water is, ook bij vorst. Controleer bij een voerplek of ieder dier werkelijk kan eten en of aangeboden hooi droog blijft. FOS over voer en water.
Groepsleven, verblijf en dagelijkse verzorging
Schapen zijn groepsdieren en grazers. Plan dus een verblijf voor soortgenoten met voldoende weiland, niet een plek voor één schaap. Zorg voor schaduw, beschutting bij slecht weer en een droge plek om te liggen. Het LICG beschrijft de algemene behoeften van schapen; FOS bespreekt de schuilplek voor Ouessanten. LICG over huisvesting en FOS over huisvesting.
Wat controleer je tijdens een dagelijkse ronde?
- Zijn alle dieren aanwezig en lopen ze mee met de groep?
- Eten en drinken ze, en zijn water, voerplek en afsluitingen in orde?
- Zie je een dier dat afwijkend loopt, zich afzondert of een vervuild achterlijf heeft?
Plan daarnaast controle van conditie, klauwen en vacht. Door wol kan vermagering lastig te zien zijn; conditie moet je ook voelen. Een Ouessant met een doorgroeiende wollen vacht moet worden geschoren. Regel daarvoor een ervaren scheerder als je het niet zelf kunt. Neem bij plotselinge sloomheid, afzonderen of andere vermoedens van ziekte contact op met een dierenarts. Bespreek ook vragen over parasieten met de dierenarts in plaats van een behandeling uit de rasnaam af te leiden. LICG over verzorging en ziektesignalen.
Voer, water en uitrusting passend bij het dier
Gras en hooi zijn ruwvoer voor schapen; vers drinkwater moet beschikbaar zijn. Of bijvoeren nodig is, hangt onder meer samen met het beschikbare gras, de levensfase en de conditie. Kies voer en eventuele mineralen die voor schapen bedoeld zijn en vraag bij een voedingsvraag over jouw dieren deskundig advies. Een rantsoen berekenen op alleen de naam ‘Ouessant’ geeft geen betrouwbaar antwoord. LICG over schapenvoeding en FOS over voeding.
Vergelijk een drinkbak, ruif of raster met de afmetingen en het gedrag van je eigen dieren. Kan het kleinste schaap erbij? Kan een dier met zijn kop vast komen te zitten? En blijft de voorziening bruikbaar op de gekozen plek? Kijk voor verzorgingsmateriaal bij Farmora’s categorie voor schapen en geiten of oriënteer je op voorzieningen voor voeren en drinken. Een categorie of productfoto bewijst niet dat een afzonderlijk artikel bij jouw schapen past: controleer daarvoor de opgegeven diersoort en afmetingen.
Twee houdersituaties vergeleken: ruimte, tijd en voorzieningen
De situaties hieronder zijn denkvoorbeelden, geen oppervlaktenorm. Voldoende weiland voor een groep is het uitgangspunt; de bruikbaarheid van een plek hangt ook af van gras, seizoen en inrichting. LICG over weiland en FOS over grasland.
| Onderwerp | Kleine tuin, plan voor één dier | Weide, plan voor een groep |
|---|---|---|
| Ruimte en gezelschap | Het plan voor één dier valt af. Is er überhaupt plek voor soortgenoten en voldoende graasmogelijkheid? | Hoe houd je de weide bruikbaar wanneer er minder gras groeit of een deel tijdelijk niet gebruikt kan worden? |
| Voorzieningen | Is de tuinafscheiding geschikt? Waar komen schaduw, een droge schuilplek en water? | Controleer poorten, onderrand, mazen en de bereikbaarheid van water en voer voor alle dieren. |
| Tijd | Ook op een klein terrein vragen de dieren dagelijkse controle en geplande verzorging. | Naast die zorg vragen raster, drinkplek, schuilplek en weiland aandacht. |
| Nog te bespreken | Past het houden van een groep schapen hier wel? | Wat verandert er bij vorst, droogte of lammeren, en wie helpt met scheren? |
Leg je plan voor aan een ervaren schapenhouder of fokker. Vraag hoe de beoogde dieren nu worden gehouden en welke groepssamenstelling je straks kunt bieden. Zo toets je een concreet plan in plaats van alleen het kleine formaat van het ras.
Ouessantschapen kopen: wat vraag je vooraf aan de fokker?
Vraag naar leeftijd, geslacht, afstamming, de huidige groep en wat de dieren gewend zijn te eten en te drinken. Wil je een geregistreerd dier, laat dan de stamboekgegevens zien en vergelijk de identiteit met het aangeboden schaap. Een oornummer alleen bewijst volgens FOS de rasafstamming niet. Vraag bij rammen en ooien samen ook hoe ongewenste dekkingen worden voorkomen. FOS over aanschaf en registratie en LICG over voortplanting.
Regel in Nederland vóór het houden een UBN voor de dierlocatie, ook als je schapen als hobby houdt. Controleer met de verkoper de identificatie en gegevens voor de overdracht. RVO schrijft twee goedgekeurde identificatiemiddelen voor, waarvan minstens één elektronisch is. Een aanvoer meld je binnen zeven kalenderdagen; bij vervoer moet een vervoersdocument aanwezig zijn. Bekijk voor jouw situatie de UBN informatie, de identificatieregels en de meldingsregels van RVO.