EMS bij paarden: veranderingen vastleggen en de dierenarts betrekken
Praktische gids
EMS bij paarden: veranderingen vastleggen en de dierenarts betrekken
Een paard dat gemakkelijk aankomt, heeft niet automatisch EMS. Merk je veranderingen in lichaamsconditie op, leg dan vast wat je ziet en bespreek je zorgen met de dierenarts. Vermoed je hoefpijn? Bel direct en wacht niet tot je aantekeningen compleet zijn.

Inhoudsopgave
- Producten bij deze gids
- Wat betekent EMS bij paarden en wat zegt overgewicht op zichzelf?
- Veranderingen bij je paard consequent vastleggen
- Voeropslag, dagelijkse beweging en grasaanbod bespreken
- Mogelijke hoefpijn: wanneer bel je de dierenarts?
- Het afgesproken plan voor voeding, beweging en weidegang volgen
Handig bij deze gids
Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.
Grazen beperken

Graasmasker voor Paarden, Maat Full 67 cm – Ultimate Muzzle
Dit graasmasker beperkt het grazen tijdens weidegang, als dat past binnen het plan dat je met de dierenarts afspreekt.
Let op bij je keuze Controleer of maat Full van 67 cm goed past en gebruik het masker met een halster.
Een afgemeten hooip Portie

Hooinet voor Paarden Classic, Mazen van 10 x 10 cm
Met dit hooinet kun je per voermoment een gekozen hoeveelheid hooi aanbieden en die hoeveelheid bijhouden in je logblad.
Let op bij je keuze Stem de hoeveelheid hooi af op het afgesproken voerplan.
Met het logblad hieronder kun je waarnemingen en vragen verzamelen. De dierenarts beoordeelt of onderzoek nodig is en welk plan voor jouw paard past.
Wat betekent EMS bij paarden en wat zegt overgewicht op zichzelf?
EMS staat voor equine metabool syndroom. Een ontregeling van de insulinehuishouding staat centraal en hangt samen met een verhoogd risico op hoefbevangenheid. Overgewicht of plaatselijke vetophoping, bijvoorbeeld bij de manenkam of staartaanzet, kan een reden zijn om je paard te laten beoordelen. Het bewijst geen EMS. Ook zonder duidelijk overgewicht kan de insulinehuishouding ontregeld zijn. Het Merck Veterinary Manual licht dit onderscheid toe.
De dierenarts kijkt naar het paard en zijn voorgeschiedenis en bepaalt of bloedonderzoek of een aanvullende test passend is. Je hoeft dus niet zelf uit een foto, gewicht of halskam af te leiden of je paard EMS heeft. Het Universitair Dierenziekenhuis beschrijft het veterinaire onderzoek.
Veranderingen bij je paard consequent vastleggen
Kies een vaste manier om veranderingen te volgen. Heb je toegang tot een paardenweegschaal, noteer dan het gewicht met de datum. Vraag de dierenarts daarnaast hoe jullie de lichaamsconditie beoordelen. Laat zo mogelijk steeds dezelfde persoon die beoordeling doen; dan zijn opeenvolgende notities beter te vergelijken. Een conditiescore helpt bij het volgen van veranderingen, maar stelt geen diagnose. Het Universitair Dierenziekenhuis bespreekt wegen en het volgen van lichaamsconditie.
Logblad voor thuis en voor het consult
Vul per observatie de datum in. Schrijf op wat er gebeurde, ook als je een hoeveelheid niet weet. Zo kun je tijdens het consult onderscheid maken tussen een waarneming en een vermoeden.
| Onderdeel | Wat noteer je? | Wat kun je vragen? |
|---|---|---|
| Lichaamsconditie | Datum, eventueel gewicht, gebruikte beoordelingsmethode en veranderingen bij hals, ribben of staartaanzet. Eventueel foto’s vanuit dezelfde standpunten. | Welke veranderingen willen we volgen? |
| Voer en opslag | Ruwvoer, ander voer en extra’s, bekende hoeveelheden, wie voert en eventuele toegang tot opgeslagen voer. | Welke voergegevens heeft u nodig voor de beoordeling? |
| Weidegang | Wanneer het paard toegang had tot gras en of die toegang anders was dan afgesproken. | Welke weidetoegang past in het plan? |
| Beweging | Wat het paard daadwerkelijk deed en of bewegen anders ging dan gewoonlijk. | Welke beweging is nu verantwoord? |
| Hoeven en lopen | Nieuwe voorzichtigheid bij lopen of draaien, een andere houding of zichtbaar ontlasten, met het tijdstip waarop dit begon. | Bij mogelijke pijn: bel direct in plaats van het consult af te wachten. |
Voeropslag, dagelijkse beweging en grasaanbod bespreken
Neem voor het gesprek door wat je paard werkelijk krijgt: ruwvoer, ander voer, extra’s en gras. Controleer ook wie voert en of het paard bij de voeropslag kan. Vermoed je dat het onverwacht veel krachtvoer heeft gegeten? Vertel de dierenarts meteen wat je weet. Toegang tot een voerton met veel voer wordt in de Nederlandse veterinaire leidraad over hoefbevangenheid als relevante voorgeschiedenis genoemd. Voor het vergelijken van opbergmogelijkheden is er bij Farmora een categorie met voertonnen en voeropslag; kies geen ton als vervanging voor het controleren of je paard bij het voer kan.
Vraag of informatie over de samenstelling van het ruwvoer nodig is en hoe grasaanbod in het individuele plan past. Ook een graasmasker kun je als mogelijke maatregel bespreken, zonder ervan uit te gaan dat het onbeperkte weidegang geschikt maakt. Beweging kan deel uitmaken van de begeleiding, maar hangt af van de lichamelijke toestand en hoefgezondheid. Bij actieve hoefbevangenheid is extra beweging niet aangewezen. UC Davis bespreekt voeding, weidetoegang en beweging in die samenhang.
Mogelijke hoefpijn: wanneer bel je de dierenarts?
Loopt je paard plots voorzichtig of kreupel, wil het niet lopen, verplaatst het herhaaldelijk zijn gewicht of probeert het de voorhoeven te ontlasten? Bel direct de dierenarts. Dit zijn mogelijke signalen van hoefbevangenheid, maar alleen een dierenarts kan beoordelen wat er aan de hand is. Dwing je paard niet tot extra lopen om te kijken of het overgaat. De Nederlandse leidraad Hoefbevangenheid Paard beschrijft de signalen en de noodzaak van snelle passende zorg.
Vertel aan de telefoon wanneer de verandering begon, hoe je paard staat en loopt en of er iets veranderde aan voer of weidetoegang. Een observatiegids over hoefbevangenheid kan later helpen om signalen te herkennen, maar een gids vervangt dit telefoontje niet. Ook het Universitair Dierenziekenhuis adviseert bij verdenking een dierenarts te raadplegen.
Het afgesproken plan voor voeding, beweging en weidegang volgen
Schrijf na het consult concreet op welk voer en welke weidetoegang zijn afgesproken, welke beweging is toegestaan en wanneer je opnieuw contact opneemt. Deel dit met iedereen die het paard voert of buiten zet. Vraag na wat je moet doen als een onderdeel van het plan in de praktijk niet lukt.
Vergelijk nieuwe notities met je eerdere waarnemingen en bespreek veranderingen bij de afgesproken controle. Pas voeding of belasting niet op eigen houtje aan wanneer de conditie of het lopen verandert; overleg met de dierenarts. Bij mogelijke hoefpijn wacht je niet op de controledatum. Individuele opvolging en de belastbaarheid van het paard zijn belangrijk bij de begeleiding van EMS. UC Davis licht het belang van begeleiding en opvolging toe.