Paarden

Dierenartshulp voor je paard voorbereiden: contacten en gegevens

Een paard staat bij een houten stal terwijl een persoon met een leeg notitieboek en een telefoon aan een tafel zit.

Praktische gids

Dierenartshulp voor je paard voorbereiden: contacten en gegevens

Dierenartshulp voor je paard voorbereiden hoeft niet ingewikkeld te zijn: leg vast wie je belt, waar je paard staat en wie de dierenarts kan ontvangen. De contactkaart hieronder helpt je daarbij. Maak haar vooraf; als je je nu zorgen maakt over je paard, bel dan eerst je eigen dierenarts en zoek de overige gegevens tijdens het gesprek op. Ook het Universitair Dierenziekenhuis noemt de eigen dierenarts als eerste aanspreekpunt bij spoed.

Een paard staat bij een houten stal terwijl een persoon met een leeg notitieboek en een telefoon aan een tafel zit.
Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Reguliere dierenarts, spoednummer en vervanger vastleggen
  3. Identificatie, locatie en zorggegevens van je paard verzamelen
  4. Waarnemingen, tijdlijn en metingen voor het telefoongesprek ordenen
  5. Adres, staltoegang en veilige ontvangst voor de dierenarts regelen
  6. Schriftelijke instructies en vervolgafspraken vastleggen

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Reguliere dierenarts, spoednummer en vervanger vastleggen

Vraag je paardenpraktijk welk nummer je gebruikt voor gewone afspraken en hoe je buiten openingstijden een dienstdoende dierenarts bereikt. Controleer of je hetzelfde nummer belt, een keuze in een telefoonmenu maakt of een ander nummer krijgt. De KNMvD leidraad over bereikbaarheid en waarneming beschrijft dat praktijken diensten en vervanging kunnen regelen; jouw praktijk kan je vertellen welke route voor jouw paard geldt.

Spreek daarnaast met een stalgenoot of verzorger af wie namens jou kan bellen en de dierenarts kan ontvangen. Noteer hoe die persoon de eigenaar bereikt. Een vervangende verzorger is niet automatisch een vervangende dierenarts: laat ook de medische belroute door je praktijk bevestigen.

Identificatie, locatie en zorggegevens van je paard verzamelen

Vul de kaart samen met de mensen in die voor je paard zorgen. Bewaar een exemplaar op een plek die zij kunnen vinden. Zet uitgebreide medische gegevens liever in een afzonderlijk overzicht dat alleen betrokkenen kunnen raadplegen.

Contactkaart voor paard, stal en dierenarts
Gegeven In te vullen
Naam van het paard en stalnaam ………………………………
Levensnummer en chipnummer uit het paspoort, indien vermeld ………………………………
Bezoekadres waar het paard staat ………………………………
Stal, paddock of weide ………………………………
Eigenaar en telefoonnummer ………………………………
Aanwezige of vervangende verzorger en telefoonnummer ………………………………
Reguliere dierenarts en telefoonnummer ………………………………
Bevestigde belroute bij spoed buiten openingstijden ………………………………
Contactpersoon voor toegang tot het terrein ………………………………
Waar liggen het originele paspoort en het zorgoverzicht? ………………………………
Afspraak voor het informeren van de eigenaar ………………………………
Gegevens gecontroleerd op ………………………………

Neem identificatienummers over uit het paspoort. Volgens RVO staan daarin onder meer het levensnummer en, als het paard een chip heeft, het chipnummer. Het originele paspoort moet bij het paard blijven, ook op een pensionstal. De locatiehouder heeft een UBN voor de verblijfplaats. Dat kun je desgewenst in het staloverzicht opnemen, maar geef de dierenarts altijd het bezoekadres.

Houd voor een gesprek met de dierenarts ook een beknopt zorgoverzicht bij: relevante eerdere aandoeningen of ingrepen, lopende behandeling, voorgeschreven middelen en reacties op middelen die bij het paard bekend zijn. Noteer wanneer informatie is bijgewerkt. Weet je iets niet zeker, zeg dan dat het onbekend is.

Waarnemingen, tijdlijn en metingen voor het telefoongesprek ordenen

Begin met wat iemand daadwerkelijk heeft gezien en wanneer. Denk aan een verandering in gedrag, houding, eten of bewegen. Zulke veranderingen kunnen volgens het LICG relevant zijn, maar vertellen je op zichzelf niet wat er aan de hand is.

  1. Wat zie je? Vertel wat het paard anders doet en wie dat heeft waargenomen.
  2. Sinds wanneer? Noteer wanneer iemand het paard voor het laatst zag zoals gewoonlijk en wanneer de verandering werd ontdekt.
  3. Wat weet je al? Geef eventuele betrouwbaar gemeten waarden met het tijdstip door en noem middelen die al zijn gegeven.
  4. Wat is de volgende stap? Vraag welke informatie de dierenarts nog nodig heeft en wat jullie nu afspreken.

Ga niet eerst meten als dat onveilig is of het bellen vertraagt. Zeg gerust dat je geen waarde hebt gemeten of dat een waarneming van een stalgenoot komt. Een voorlichtingsposter van het KFPS noemt verschijnselen en eventuele metingen als informatie voor de dierenarts; het gesprek is geen test die je volledig moet invullen voordat je belt.

Adres, staltoegang en veilige ontvangst voor de dierenarts regelen

Controleer vooraf of het bezoekadres naar de juiste ingang leidt. Schrijf op welke poort open moet, waar het paard staat en wie ter plaatse bereikbaar is. Geef dat adres en een terugbelnummer tijdens het gesprek door. Een Nederlandse paardenpraktijk vraagt deze gegevens ook bij een spoedtelefoontje.

Zorg waar mogelijk voor licht en een vrije route naar het paard. Vertel het direct als het paard niet veilig te benaderen is. Verplaats een onrustig of gewond paard niet alleen om de ontvangst gemakkelijker te maken; vraag de dierenarts wat je intussen moet doen. De veiligheid van de aanwezigen gaat daarbij voor.

Wie belt als de eigenaar niet op stal is?

Laat de aanwezige verzorger de afgesproken belroute gebruiken en een eigen terugbelnummer geven. Daarna kan die de eigenaar informeren volgens jullie afspraak. Zo hoeft het eerste telefoontje niet te wachten totdat de eigenaar op stal is.

Schriftelijke instructies en vervolgafspraken vastleggen

Noteer na het gesprek of bezoek wat de dierenarts heeft afgesproken. Vraag om verduidelijking als een instructie niet helder is en vraag hoe je een eventueel schriftelijk verslag ontvangt. Spreek ook af wie de informatie doorgeeft aan de volgende verzorger.

  • Actie: wat gebeurt er, door wie en wanneer?
  • Terugbellen: bij welke veranderingen en via welk nummer?
  • Overdracht: wie informeert eigenaar en stalhouder?
  • Bewaren: waar vinden betrokken verzorgers de bijgewerkte afspraken?

Controleer de contactkaart opnieuw als je van praktijk, stal of verzorger verandert. Dan hoeft de volgende persoon niet te raden welke gegevens nog kloppen.