Cushing bij paarden: veranderingen bijhouden voor de dierenarts
Praktische gids
Cushing bij paarden: veranderingen bijhouden voor de dierenarts
In het kort: zie je veranderingen bij je paard, noteer dan wat je ziet, wanneer het begon en hoe het zich ontwikkelt. Neem je aantekeningen mee naar de paardendierenarts. Cushing is een oudere naam voor PPID bij paarden. Ook een opvallende vacht is geen reden om zelf een diagnose te stellen. Lees meer over PPID bij het Universitair Dierenziekenhuis.

Inhoudsopgave
Handig bij deze gids
Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.
Vacht verzorgen en bekijken

Paardenborstel L voor Vachtverzorging, 23 x 6,5 x 3 cm, Zwart – Excellent Horse Grooming Brush
Tijdens de gewone vachtverzorging kun je veranderingen in de vacht en het verharen opmerken en met een datum noteren.
Let op bij je keuze Vergelijk wat je ziet met eerdere aantekeningen of foto’s en bespreek veranderingen met de paardendierenarts.
Cushing en PPID bij paarden: termen en andere oorzaken van veranderingen
PPID staat voor Pituitary Pars Intermedia Dysfunction. Bij deze aandoening werkt een deel van de hypofyse niet goed. PPID wordt vooral gezien bij oudere paarden en pony’s. Een verandering in gedrag, lichaamsvorm of vacht is een aanleiding om met de dierenarts te overleggen, niet om zelf de oorzaak vast te stellen. Het Universitair Dierenziekenhuis beschrijft de aandoening en mogelijke verschijnselen.
Vetophopingen en hoefbevangenheid kunnen ook voorkomen bij equine metabool syndroom, afgekort EMS. Dat is niet hetzelfde als PPID, al kunnen beide aandoeningen bij hetzelfde paard voorkomen. De dierenarts kijkt daarom verder dan één uiterlijk kenmerk. Lees over EMS bij het Universitair Dierenziekenhuis en over het samengaan van EMS en PPID bij UC Davis.
Kun je PPID aan een lange vacht alleen herkennen?
Nee. Een lange of krullerige vacht en vertraagd verharen kunnen sterke aanwijzingen zijn, maar de beoordeling hangt ook af van de leeftijd, de overige verschijnselen en eventueel onderzoek. Noteer wat er bij jouw paard verandert. De afweging is aan de dierenarts. Dit onderscheid staat ook in een Britse klinische richtlijn voor paardendierenartsen; die is geen Nederlandse richtlijn.
Welke veranderingen bij je paard houd je bij, en hoe ontwikkelen ze zich?
Beschrijf alleen wat je daadwerkelijk waarneemt. Veranderingen in verharen, bespiering, activiteit, drinken, plassen en zweten kunnen relevante gesprekspunten zijn. Ook wondjes die anders genezen en een veranderde manier van staan of lopen verdienen aandacht. Geen van deze punten is op zichzelf een diagnose. UC Davis beschrijft deze mogelijke verschijnselen van PPID.
Gedateerd observatieblad
Vul per waarneming een datum in. Schrijf erbij wanneer je de verandering voor het eerst opmerkte en of zij sindsdien toenam, afnam of gelijk bleef. Gebruik gerust meerdere regels voor hetzelfde onderwerp. De laatste kolom vul je pas na overleg met de dierenarts in.
| Datum en tijd | Onderwerp | Wat zie je, sinds wanneer en met welk verloop? | Advies en vervolg na overleg |
|---|---|---|---|
| Vacht en verharen | |||
| Lichaamsvorm en bespiering | |||
| Gedrag en activiteit | |||
| Drinken, plassen en zweten | |||
| Huid en wondjes | |||
| Staan, lopen en hoeven | |||
| Andere verandering |
Een gedateerde foto kan een verandering in vacht of lichaamsvorm verduidelijken. Vraag andere verzorgers hun eigen waarnemingen eveneens te dateren. Neem het blad mee naar het gesprek, ook als niet elke rij is ingevuld.
Wanneer laat je je paard beoordelen door een dierenarts?
Bel direct bij plotselinge, duidelijke hoefpijn of een vermoeden van acute hoefbevangenheid. Een paard kan dan zeer voorzichtig of kreupel lopen, niet willen bewegen of zelfs niet willen staan. Laat het niet extra lopen om te zien of de klachten overgaan. Het Universitair Dierenziekenhuis beschrijft waarom direct dierenartscontact nodig is.
Ontstaan veranderingen geleidelijk, neem dan contact op met de paardendierenarts om te bespreken wanneer beoordeling passend is. Vertel wat je ziet, sinds wanneer en of er meerdere veranderingen zijn. Meld ook nieuwe verschijnselen als PPID eerder is vastgesteld. Veranderd normaal gedrag of een andere houding kan bovendien op pijn wijzen, zonder iets over de oorzaak te zeggen. Het LICG licht pijnsignalen bij paarden toe.
Conditie, voer en hoeven: wat noteer je voor de dagelijkse zorg?
Een kort overzicht van de gewone verzorging helpt om veranderingen in hun context te bespreken. Schrijf op wat er feitelijk gebeurde, zonder op basis van een vermoeden zelf een plan voor voer of beweging te maken. Welke zorg past, hangt af van de toestand van het individuele paard. UC Davis beschrijft waarom de dierenarts voeding en beweging per paard beoordeelt.
- Conditie: noteer veranderingen in lichaamsvorm en bespiering. Volg je het gewicht of de conditie al op een vaste manier, neem die gedateerde gegevens dan mee.
- Voer en weidegang: schrijf op welk ruwvoer en aanvullend voer je paard krijgt en wanneer er iets in de routine veranderde.
- Hoeven: noteer veranderingen in staan of lopen en de datum van het laatste bezoek van de hoefsmid.
Vraag na het overleg welke veranderingen je verder volgt en wanneer je opnieuw contact opneemt. Schrijf die afspraak in het observatieblad.