Varkens

Huisvestingsvormen voor varkens vergelijken in de praktijk

Een lichtroze varken staat op stro in een houten schuilruimte, naast een open doorgang naar een omheinde groene buitenruimte.

Praktische gids

Huisvestingsvormen voor varkens vergelijken in de praktijk

Welke huisvestingsvorm past bij varkens? Vergelijk niet alleen het staltype, maar ook de ligvloer, het strooisel, de drinkvoorziening en de toegang tot buiten. Biologische certificering is weer een andere vraag. Door die kenmerken los te bekijken, zie je wat je in een verblijf moet controleren en welk dagelijks werk erbij komt kijken. Voor de Nederlandse welzijnseisen is de uitleg van RVO over varkens het vertrekpunt.

Een lichtroze varken staat op stro in een houten schuilruimte, naast een open doorgang naar een omheinde groene buitenruimte.
Inhoudsopgave
  1. Producten bij deze gids
  2. Staltype, uitloop, strooisel en certificering onderscheiden
  3. Water, hygiëne, materiaal en diercontrole per systeem
  4. Strooisel en vloer: drooghouden, reinigen en materiaal kiezen
  5. Buitenuitloop beoordelen: toegang, afscherming en wilde dieren
  6. Biologische varkenshouderij en andere claims toetsen aan lokale regels

Handig bij deze gids

Deze producten sluiten aan op de onderwerpen in deze gids. Bekijk per product het gebruik en waar je op moet letten bij je keuze.

Staltype, uitloop, strooisel en certificering onderscheiden

Een binnenstal kan een deels dichte vloer met roosters hebben of een ingestrooide ligruimte. Een van beide kan ook toegang tot een uitloop hebben. Stro en buitenruimte sluiten elkaar dus niet uit, maar bewijzen afzonderlijk evenmin dat een houderij biologisch is. Voor biologische varkens gelden aanvullende eisen aan onder meer stal en uitloop. Zie de Nederlandse varkensregels en de eisen van Skal voor biologische huisvesting.

Vergelijkingsmatrix: wat controleer je per huisvestingskeuze?
Keuze Vloer en strooisel Water en reiniging Dieren en uitloop Certificering
Binnenstal met deels dichte vloer en roosters Bekijk de ligvloer, de roosters en het beschikbare materiaal om te onderzoeken en te wroeten. Controleer drinkpunten en plekken die lastig schoon te maken zijn. Bekijk alle dieren; toegang tot buiten volgt niet uit dit vloertype. Niet af te leiden uit de vloer.
Stal met ingestrooide ligruimte Bekijk of de ligplek droog blijft en of het materiaal schoon en bruikbaar is. Let op lekkage bij drinkpunten en op de afvoer van bevuild materiaal. Bekijk ook dieren die achterin liggen; uitloop is niet vanzelf aanwezig. Stro is geen bewijs van biologische status.
Stal met buitenuitloop Beoordeel de vloer binnen, de doorgang en de ondergrond buiten afzonderlijk. Neem bereikbare drinkpunten, afwatering en schoonmaak van de doorgang mee. Controleer ook de dieren buiten, beschutting, poorten en afscheiding. Een uitloop is geen bewijs van biologische status.
Biologisch gecertificeerde houderij Toets de schone, droge en natuurlijk ingestrooide ligruimte aan de biologische eisen. Controleer de drinkvoorziening en het onderhoud van stal én uitloop. Beoordeel de toegang tot een uitloop in de open lucht. Controleer het geldige certificaat en de toepasselijke eisen.

De laatste rij is geen vierde, afzonderlijk staltype: biologische houderij stelt eisen aan een combinatie van kenmerken. De matrix helpt vragen stellen, maar beslist niet of een concreet verblijf voldoet. Dat hangt onder meer af van de diercategorie en de feitelijke inrichting. Raadpleeg daarvoor RVO en, bij een biologische houderij, Skal.

Water, hygiëne, materiaal en diercontrole per systeem

Begin iedere controleronde bij de dieren: kun je ze allemaal zien, valt een dier op door een wond of afwijkend gedrag en kunnen de dieren de voorzieningen bereiken? Kijk daarna of drinkpunten werken en of vloer, afscheiding en installaties heel zijn. Varkens ouder dan twee weken moeten voortdurend voldoende vers water hebben. Voor productiedieren gelden daarnaast regels voor controle van dieren en dagelijkse controle van aanwezige apparatuur en systemen. Een uitloop voegt een buitenronde toe; bij strooisel vraagt de toestand van de ligplek extra aandacht. Zie RVO over water en RVO over verzorging en installaties.

  1. Binnen: bekijk dieren, drinkpunten, ligplek, vloer en inrichting.
  2. Bij strooisel: zoek natte of zichtbaar bevuilde plekken en kijk waar het vocht vandaan komt.
  3. Bij uitloop: loop ook langs de doorgang, buitenruimte, poorten en afscheiding.
  4. Bij een afwijking: noteer welk dier of onderdeel aandacht vraagt en zorg voor opvolging. Neem bij een ziek of gewond dier contact op met een dierenarts als de situatie niet verbetert door je eigen verzorging.

Controleer hokverrijking apart van de ligplek. Aanwezig stro is niet automatisch voldoende: het materiaal moet onder meer schoon, geschikt en voor de varkens bereikbaar en bruikbaar zijn. De NVWA legt uit waarop zij bij hokverrijking let.

Strooisel en vloer: drooghouden, reinigen en materiaal kiezen

Een materiaalkeuze begint bij de plek waar het komt te liggen. Wordt de ligplek nat door een drinkpunt? Waar belanden mest en bevuild strooisel? Kun je de vloer en de hoeken eronder of ernaast schoonmaken? Bekijk bij roosters ook beschadigingen en de uitvoering van de openingen: daarvoor gelden eisen die afhangen van de gehouden varkens. Verblijven moeten veilig zijn en gemakkelijk kunnen worden schoongemaakt. Zie de vloereisen voor varkens en de algemene huisvestingsregels.

In een ingestrooide ruimte kun je plaatselijk nat materiaal verwijderen en later de hele ruimte grondiger reinigen. Controleer na het weghalen van strooisel ook de onderliggende vloer. Voor biologische varkens beschrijft Skal een schone, droge ligruimte met strooisel van natuurlijk materiaal. Skal maakt bovendien onderscheid tussen strooisel en stro dat óók als ruwvoer wordt gebruikt; voor dat laatste stelt Skal een aanvullende biologische eis. Lees die toepassing na bij Skal.

Buitenuitloop beoordelen: toegang, afscherming en wilde dieren

Bekijk een uitloop vanuit de stal én vanaf buiten. Kunnen de dieren de doorgang gebruiken? Blijven ze zichtbaar, is er beschutting en waar blijft regenwater staan? Controleer vervolgens poorten en afscheiding op plekken waar gehouden varkens met wilde zwijnen in contact zouden kunnen komen. RVO adviseert dat contact te voorkomen. De NVWA adviseert ook contacten met andere varkenshouders, uitwisseling van materiaal en toegang van bezoekers te beperken vanwege het risico op Afrikaanse varkenspest. Zie de voorlichting van RVO en de adviezen van de NVWA.

Voor biologische varkens is uitloop in de open lucht vereist, maar weidegang niet. Een uitloop mag volgens Skal ook verhard zijn; ook dan gelden eisen aan de inrichting. Beoordeel een verharde buitenruimte dus niet automatisch als ongeschikt of als goedgekeurd. Lees de eisen van Skal voor biologische uitlopen.

Biologische varkenshouderij en andere claims toetsen aan lokale regels

In Nederland is ‘biologisch’ geen vrije naam voor een stal met stro of een stuk grond buiten. Skal houdt toezicht op de biologische regels en certificeert biologische bedrijfsactiviteiten. Wil je een claim beoordelen, controleer dan het geldige certificaat én wat er daadwerkelijk in stal en uitloop gebeurt. De term ‘intensief’ vertelt op zichzelf niet welke vloer, welk strooisel of welke buitenruimte aanwezig is. Zie Skal over certificatie en Skal over het controleren van certificaten.

Kom je Duitse huisvestingscategorieën tegen, houd die dan gescheiden van de Nederlandse regels. De Duitse overheid onderscheidt voor de mestfase Stall, Stall+Platz, Frischluftstall, Auslauf/Weide en Bio. Volgens haar informatie van juli 2026 is de verplichte aanduiding voor vers varkensvlees van Duitse herkomst voorzien vanaf januari 2027. Die aanduiding beschrijft niet alle eerdere levensfasen en is geen Nederlandse norm voor een verblijf. Zie de uitleg van de Duitse overheid.